Het Lager Onderwijs
Voor ons ligt een brochure „De Handschoen opgenomen", door dr. G. P. van Itterzon, H. W. Tilanus, dr. J. Schoneveld en dr. G. Kalsbeek, uitgegeven door de Unie „Een school met den Bijbel" bij Zomer & Keuning te Wageningen, 16 bladzijden.
Dit geschrift richt zich tegen een artikel in „De Nieuwe Nederlander" van 11 Jan. 1946, getiteld: Openbaar Onderwijs met den Bijbel. Onderwijskrachten van links en rechts zullen goed doen, hiervan kennis te nemen. Voor schoolbesturen en belangstellenden kan het louter goed zijn, op de hoogte te blijven.
En nu ter zake. De krant der éénheidsbeweging wil aan de financiëele gelijkstelling niet tornen, noch de oude schoolstrijd weer oprakelen. Op z'n hoogst zou wat meer concentratie nuttig zijn. Een andere vraag is, of de nevenstelling van openbaar en bizonder onderwijs op de basis van finaniëele gelijkstelling ook geestelijk het uitgangspunt kan zijn voor een toekomstig onderwijsbeleid. Die vraag willen wij, althans voor het protestantsche volksdeel, niet zoo maar bevestigend beantwoorden. Velen uit de Hervormde Kerk bevredigt de gang van zaken niet. Er bestaan twee bezwaren. Het eerste is de verchristelijking van alle leervakken. Het tweede is van ernstiger aard, n.l. het isolement van het Christelijk volksdeel. Het Evangelie dient uitgedragen tot het igeheele volk. Wij mogen niet tevreden zijn met de huidige scheiding tusschen openbaar en Christelijk onderwijs, maar moeten streven naar een openbare School, die niet neutraal is (dat wil in feite zeggen ongeloovig), maar naar een school, waar kinderen van kerkelijke en niet-kerkeljjke ouders samen zitten onder het licht van het Evangelie. Dit ideaal ligt nog ver van de bestaande Chr. scholen af. Tot zoover de meening van „De Nieuwe Nederlander".
De brochure keurt deze partijdiige, eenzijdige en ouderwetsche strijdmethode af. Verwacht mocht worden in het Nieuwe Nederland, dat voorstanders van een grootsche eenheid op andere wijze voor den dag waren gekomen. De schrijvers zien met belangstelling uit, welke partij de Generale Synode der Hervormde Kerk in dezen kiest. De Raad voor Kerk en School spant zich in voor den Bijbel op de Openbare School en dit heeft de volle sympathie. Maar die Raad bemoeit zich ook met het Christelijk onderwijs, en de schrijvers verwachten dan ook binnenkort een duidelijke uiteenzetting, daar die Raad immers de geestelijke leiding bij uitnemendheid wenscht te geven. Niet alleen het Hervormde, maar zelfs het geheele Christelijk onderwijs ziet voor overheid en volk de uiteenzetting tegemoet. Ook niet-Hervormden kan het niet onverschillig zijn, wanneer de fundamenten der Christelijke School worden ondergraven.
Er is een strooming, die alle vereenigingsarbeid wil „veralgemeenen" en het praedicaat „Christelijk" als separatistisch bestrijdt. Wij zien dit op alle terreinen. Men mag niet meer spreken van een Christelijk en niet-Christelijk volksdeel. Er moeten organisatie-vormen gevonden worden voor Roomsch en protestant, sociaal-democraat en communist, rechts en links vinden daar onderdak. De geloovigen krijgen dan goede kansen om anderen met het Evangelie te bewerken. De publicaties van „De Nieuwe Nederlander" worden echter aangetoond verwarrend te werken. Gevraagd wordt of de Generale Synode nu in de richting der neutraliteit gaat koersen om dan in evangeliseerenden zin te arbeiden, dan wel of zij verstaan zal, dat zij een pand heeft te bewaren. Tevens wordt gevraagd t.a.v. de algemeenheid, waarom nu juist het protestantsche volksdeel eventueel een veer zou moeten laten en 't Roomsche volksdeel buiten schot blijft. De eenheidsbeweging werkt hier a priori reeds splitsend! Op voortreffelijke wijze wordt aan de kaak gesteld de suggestie alsof de Christelijke school een „gesloten" oftewel isoleerende school is. Een school voor „eigen menschen". Dit is een ongehoorde felle aanval op het Christelijk onderwijs. Het lijkt er op, dat men op de puinhoopen van de Christelijke School een openbare School met den Bijbel wil bouwen. Van heel het Christelijk onderwijs wordt een carricatuur gemaakt. „De Nieuwe Nederlander" zou gelijk hebben, als bij aangifte van leerlingen werd gevraagd als eisch, trouw kerksch te zijn. Christelijk georganiseerd, lezers van een Christelijk dagblad, enz. Met verontwaardiging wordt deze carricatuur afgewezen. De Christelijke School zet hare deuren wijd open, zij heet alle kinderen van harte welkom, zij sluit geen enkel kind om de overtuiging der ouders op politiek of sociaal terrein uit, zij heeft tot ideaal, dat het nog eens zoover komen moge, dat deze Christelijke volksschool alle kinderen van Nederland omvat.
De brochure toont verder de onmogelijkheid aan van een openbare school voor Protestanten, Roomschen en Joden. Niet alleen de school, doch ook het Ziekenhuiswezen dient in de groote eenhieidsbeweging betrokken. De Roomsche Kerk zal nooit toegeven. Als de neutrale Staat herkerstend moet worden, geldt dit alle overheidsinstanties. De naam „bizonder" onderwijs dient te verdwijnen. In een christelijk land behoort Christelijk onderwijs regel te zijn. Schrijvers willen de openbare school niet met bijnamen treffen, gelijk nen. In een christelijk land behoort Christelijk School doet. Zij willen ook niet de heerlijkheid van de Christelijke School stralend doen uitblinken als doel tegenover de openbare. Zij willen zaaien aan alle wateren. Hoe beter geest op de openbare school, hoe liever het hun is. Maar zij willen ook ondanks zonden en gebreken, als regel de Christelijke School behouden voor de „kerkelijken" die dit wenschen. Aan paedagogen laten zij de geest van het onderwijs in bepaalde vakken gaarne over. Nuchtere werkelijkheidszin, geen ongeloof, zegt dat er altijd een andere schoolvorm zal blijven. De Kerk heeft echter een roeping en ziet de Bijbel niet voor een „leesboek" aan.
Concreet vraagt de brochure : Is het niet mogelijk, dat de Generale Synode der Ned. Hervormde Kerk, die de zendingsroeping der Kerk veel duidelijker ziet dan voorheen, uitspreekt, dat de Bijbfel op de School een eisch van Gods Woord is en dat zij daar plaats voor vraagt, principieel voor de volle week en anders voor eenige uren, en dat zij het betreurt, als aardsche weerstanden dit onmogelijk maken of hinderlijk werken?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's