Uit de Kerk
De Classicale Vergadering van Dordrecht, in buitengewone vergadering bijeen 13 en 27 Februari 1946, heeft aan ds. G. van der Zee, gedelegeerde van de Classis Dordrecht, naar aanleiding van een motie, ingediend door de predikanten C. Batenburg van Alblasserdam en G. den Duijn van Oiud-Alblas, verzocht de eventuëele benoeming van kerkelijke hoogleeraren ter sprake te brengen.
Wij laten de toelichting hier volgen :
Naar aanleiding van een artikel van de hand van dr. G. J. Streeder in „De Gereformeerde Kerk" van 14 Februari j.l., zij het ons vergund een en ander onder Uw aandacht te brengen.
In dat artikel, handelende over de benoeming van dr. W. Banning tot buitengewoon hoogleeraar, trof ons vooral deze zinsnede : „het valt op en bedroeft, dat men het, wat de theologie betreft, nog steeds bij het ministerie van Onderwijs in deze richting blijft zoeken !"
In deze zinsnede hebben de woorden „nog steeds" onze bijzondere aandacht getrokken. Die woorden wijzen voor ons naar de benoemingen vanwege het ministerie van Onderwijs in het verleden.
En gelijk dit aan U bekend is, is dit ons bekend. Dat de confessioneelen steeds gepasseerd zijn ! De rijkshoogleeraren, die tot den Gereformeerden Bond behoorden, of behooren, zijn buiten de voordracht van de faculteit om door de toenmalige ministers benoemd, behalve wellicht dr. Severijn.
Een keer is er een confessioneel benoemd op voordracht van de faculteit, n.l. dr. A. Eekhof. Deze was echter sedert 1915 al buitengewoon hoogleeraar.
Toen hij in 1933 overleed, werd hij door een niet-confessioneel opgevolgd, alle hoop van confessioneelen en Geref. Bonders ten spijt, getuige de ingezonden stukken in „De Nederlander". De confessioneelen hadden hun eenigen staatshoogleeraar in de theologie verloren, zonder dat bij de talrijke benoemingen na dien tijd één confessioneel benoemd werd.
Zoo was 't met de benoemingen vanwege de theologische faculteit.
Wij hadden gehoopt, dat dit aangedane onrecht door de benoemingen vanwege de Commissie van Voordracht voor Kerkelijke Hoogleeraren ongedaan gemaakt zou worden. Dat er naast prof. Haitjema meer kerkelijke hoogleeraren van confessioneele beginselen benoemd zouden zijn. Naar de kleuren der kerk komen wij niet minder dan zes hoogleeraren te kort.
Helaas zijn we bitter teleurgesteld. Hoogstens kwamen sommigen op de voordracht, maar verder niet.
O.i. hadden mannen als P. J. en J. Ch. Kromsigt, Troelstra, Oorthuys, Locher, Los, van Meer, Posthumus Meyes e.a. een benoeming ten volle verdiend.
Om van verschillende huidige dienstdoende confessioneele predikanten, die den doctorstitel bezitten, maar te zwijgen.
Toch mogen wij niet verheelen, dat tot onze groote blijdschap de laatste benoemingen tot kerkelijke hoogleeraren uitgebracht zijn op personen, die op de belijdenis aanwerken.
Dat moeten wij met waardeering vermelden. Eveneens hebben wij waardeering voor de wetenschappelijke prestaties der huidige hoogleeraren, zoowel staats- als kerkelijke hoogleeraren.
Maar waarom worden er niet eens doctores benoemd van uitgesproken gereformeerde beginselen ? Dit zou aan de kerk ten goede komen in haar roep om gereformeerde (confessioneele) predikanten.
Momenteel is daar een groot gebrek aan, zoodat vacante gemeenten vaak in groote moeilijkheden komen.
Hiervoor kunt U legio kerkeraden tot getuige oproepen.
Hopende, dat U zult begrijpen, dat wij op dit alles de aandacht vestigen uit liefde tot onze Kerk en dat U met onze billijke wenschen, die in een groot deel onzer Kerk weerklank vinden, rekening zult houden, verblijven wij
Met heilbede.
Hoogachtend,
(w.g.) C. BATENBURG.
(w.g.) G. DEN DUIJN.
(w.g.) G. VAN DER ZEE.
De oude grief, dat er voor de doctores theologiae van confessioneele beginselen, zoo goed als geen plaats is, dient weggenomen te worden. Allereerst en allermeest omdat het karakter der Kerk confessioneel is bepaald. Het professorencorps weerspiegelt in zeer geringe mate het aangezicht der Kerk. Elke vorm van een bepaalde evenredige vertegenwoordiging wijzen wij op principieele gronden af. Wanneer en dan toch in het verleden naar gestreefd mocht zijn, ongewenschte spanningen te voorkomen, dan concludeeren wij, dat de helft onzer Kerk, reeds jarenlang rijp voor reorganisatie, hierin is teleurgesteld.
Wij binden U deze zeer dilicate zaak met allen ernst op het hart en bidden U wijsheid toe uit den Heiligen Geest.
(w.g.) G. VAN DER ZEE. gedel. classis Dordrecht.
(w.g.) C. BATENBURG.
(w.g.) G. DEN DUIJN.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's