De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Da Costa

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Da Costa

6 minuten leestijd

over de Opstanding der dooden (1 Cor. 15)

Voorts, broeders! Ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb. De apostel komt nu terug tot het begin ; hij wil dus niet besluiten met enkel over de huishoudelijke belangen der gemeente te spreken. Ten opzichte van de leer zelve waren er heerschende dwalingen in de Corinthische gemeente, en wet bij voorkeur eene dwaling, die den grondslag van het geloof ondermijnde — de opstanding der dooden en daarmede de opstanding van Christus. Hij zal dus het Evangelie den Corinthiërs opnieuw verkondigen.

Doch, mochten sommigen hunner al dwalen, weet de gemeente het althans niet, dat Christus uit de dooden was opgestaan, en dat er eene opstanding der dooden is ? Zeker, doch de kennis heeft die gevaarlijke strekking, dat zij licht in dwaling eindigt, en dat deze voorteet als de kanker, wanneer zij niet bestreden wordt. En zij wordt het best bestreden door terug te keeren tot de beginselen. — Een groot deel onzer kennis bestaat in een gedurige herinnering door anderen van hetgeen wijzelven weten, maar vergeten. De leermeester moet den leerling herinneren hetgeen hij hem reeds gezegd heeft. Niets gaat voort in eene rechte lijn, zonder te rusten of om te zien.

Het schip kan niet altijd op zee zijn, het moet ook havenen, al is het ook maar om versch water of versche groenten in te nemen, en ten laatste komt het weer terug tot de haven, waarvan het is uitgegaan. Zoo deed ook de apostel. Christus is hem de A en de O (de eerste en laatste letter van het Grieksche alphabet). Met de A opent men den mond, met de O sluit men die. Zoo is Christus ook, met een ander beeld, de grondsteen en de sluitsteen van het Godsgebouw. Bij Christus moet men blijven, en de kennis moet ons niet tot een Christus worden. Dit leidt van de eene dwaling tot de andere.

De weegschalen moeten echter in evenwicht gehouden worden, en daarom werpt God zoo dikwijls zware dingen in de schaal, die het evenwicht verbreken, om het evenwicht te herstellen. Daarom is het goed, dat wij, als wij ons moede hebben geloopen in het najagen van kennis, ook van geestelijke kennis, een zondaarsbad nemen om ons te verfrischen en de verloren krachten te herstellen. God zorgt dan ook, dat wij onze zonden blijven zien, opdat wij nederig blijven. Wij moeten de zonde haten, maar van eenen kant liefhebben, voorzoover zij ons tot Christus drijven. De zonde is ballast, doch ballast heeft ook zijne nuttigheid. Hij moet niet altijd over boord geworpen worden, maar dikwijls dienen om het schip zijne behoorlijke zwaarte onder water te geven, waardoor het in evenwicht ligt, om te kunnen zeilen. Nu, van dien ballast hebben wij niet aan te koopen, wij hebben genoeg in voorraad.

Wij moeten niet zondigen, om onze zonden te gevoelen, dat zij verre ! Wij hebben aan de zonden, die wij tot nu toe gedaan hebben, genoeg ; wij hebben ze slechts in gedachtenis te houden, om van deze kennis terug te keeren tot Christus. Daarbij is de kennis van Christus' zulk een overkostbare balsem, dat ze gedurig moet nagezien worden, opdat ze niet bederve. Velen meenen, dat als zij de flesch maar zorgvuldig gekurkt hebben, zij hem dan verborgen in de kast kunnen laten staan ; doch neen, zij moet gedurig nagezien en opnieuw gekurkt worden, omdat de kurk verteert en de lucht doorlaat. En is het niet evenzoo in iedere huishouding ? Gedurig moet de vrouw des huizes het oog over alles laten gaan en soms alles uit de kasten laten halen om het te reinigen.

Zoudt gij meenen, dat hoe langer en stiller het stond, hoe beter het zou zijn ? Neen, het tegendeel is waar. En nu met welk een wijsheid begint Paulus zijn terugkeeren tot de eenvoudige prediking van het Evangelie. Hij valt niet met de deur in huis ; alles geschiedt bij hem met een doel, met eene militaire berekening, zooals men haast zeggen zou, door te leggen :

Hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat. De apostel onderstelt het beste, hij schrikt hen niet af. Hij zegt niet: gij dwaalt in het voornaamste, waar het in het Evangelie op aankomt, gij zijt groote ketters. Neen, hij zegt niet alleen dat zij het Evangelie hebben aangenomen, maar dat zij er ook in staan. En toch is dat het scherpst verwijt, 't is een aanval op het geweten. Het wil zeggen : Gij gelooft immers in Christus, gij moet immers weten wat Hem gebeurd is en gij houdt u daaraan vast. Laat nu hun geweten zelf zeggen : Neen, dat doe ik niet.

Door hetgeen gij ook zalig wordt. Welk eene herinnering! Dat zij het Evangelie hadden aangenomen, was niets minder dan dat zij hunne zaligheid aangenomen hadden. Welk een zegen ligt er in zulk eene herinnering, hoe geschikt is zij om den ouden moed, en ik mag er bijvoegen, het oude geloof weder op te wakkeren. Daarom is het ook zulk een treurig woord, dat men toch zoo dikwijls hoort zeggen: als ik maar zalig word. Weet gij dan niet dat gij zalig wordt, als gij uzelven bewust zijt, oprecht te zijn? Gods beloften zijn de hoogere zekerheden, maak ze niet tot onzekerheden.

Indien gij het behoudt op zoodanige wijze als ik het u verkondigd heb. Ook het Evangelie kan men vervalschen evenals men alle spijs en drank vervalschen kan. Dit doen de dwaalleeraars, die daarmede een ander Evangelie verkondigen, dan door den Heere en den apostel verkondigd is, en waarover hij den vloek uitspreekt. Paulus zorgde dat de grondslag van het Godsgebouw ongeschonden bleef, en de grondslag was : de Christus van het Evangelie. Ook wij kunnen daarvoor niet genoeg zorgen.

Wij zijn daartoe door den Heiligen Geest in staat gesteld, op eene wijze, zooals de Corinthische geloovigen niet waren. Wij hebben de volle Schrift. Laat de valsche leeraars nu prediken wat zij willen, wij zeggen met Luther : „Zij moeten 't woord toch laten staan." Het is niet meer uit te wisschen, en wij kunnen er hen altijd mede bestrijden als met 'n tweesnijdend zwaard. In de eerste Christengemeenten verkreeg men eerst door de dwalingen die ontwikkelingen der waarheid, die men anders niet zou gehad hebben. Zonder de dwaling in de Corinthische gemeente aangaande de opstanding der dooden, zouden zij niet en zouden wij niet dat heerlijke vijftiende hoofdstuk van Paulus eersten brief aan hen gehad hebben. Maar het is met de kerk als met het lichaam, als er maar een klein splintertje in dat fijn samengesteld lichaam komt, dan kan men niet zeggen: Dat zal zich van zelven wel redden, neen, dan begint het te zweren, en komt er soms een klein koortsje bij, — de splinter moet er uit. Niets redt zich van zelf, maar alleen door de middelen van God gegeven. Doch wie den grondslag van het Evangelie aantast, die tast het leven van dat lichaam aan.

lemand zeide tot een vreemdeling, die het paleis op den Dam bewonderde : En nu zit nog het beste onder den grond, en indien er geen ontzaggelijk getal heipalen in den moerasgrond waren geheid, het ware reeds lang verzonken, zoo het mogelijk geweest ware het zonder palen op te trekken ; doch het was niet mogelijk. Te Amsterdam moet eerst geheid en dan gebouwd worden,

(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Da Costa

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's