De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet.

FEUILLETON

4 minuten leestijd

LOUISE ALGENSTAEDT.

Vóór hen glinsterde de blauwe zee, die hier den golf van Akko vormt. De kustlijn met haar wit brandingschuim, haar breeden geelachtigen zandgordel en de zich daarachter uitstrekkende kale duinen, boog in gelijkmatige ronding binnenwaarts, om ver in het Noorden achter het kei-schitterende voorgebergte te verdwijnen. In de verte steeg een wolkje op van een der tusschen Jaffa en Beiroet stoomende Lloydbooten ; Waarschijnlijk was dat dezelfde, die de landverhuizers hierheen had gebracht. Doch voor de begraafplaats kon men heel duidelijk het huppelen en op-en-neerbewegen van de golven onderscheiden, en de wind droeg voor een opmerkzaam oor dat geruisch hierheen.

Maar niet lang keken zij over het water. De schoonheid van de zee had hun niets te zeggen. Die was het onaangename en vijandige element, dat alleen maar zijn rug had moeten leenen om hen herwaarts te brengen. Achter hen en aan hun zijde lagen het erfdeel en hun toekomst uitgestrekt. Uit een oud olijvenbosch, dat hier zijn voet omzoomde, rees 't Karmelgebergte in steile en liefelijke steiging op, met een rijken voorraad eiken, pijnboomen, laurier- en amandelboomen, wier kleedij door de hitte van den zomer reeds een beetje vaal was geworden. Oeroude, machtige olijfboomen staken hun takken ver uit boven de dichte begroeiing van den bodem, dien het jaargetijde begon te doen verdorren. Weer verder landwaarts de bergketen — in de buurt van de stad — weer naar boven kwam, zag men wijn- en ooftterrassen tot halve berghoogte mee naar boven klimmen, en zag men ook weelderige tuinen zich tegen de hellingen aanvlijen, met enkele lage huisjes, lanen en heggen. De massa der geelachtige huizen van Haïfa, dicht aan zee, met de dadelpalmen daarboven, vormde een wonderschoon kleurgeheel met de plantenwereld, het blauw-groen van den hemel en de wazige tinten, die boven de vlakten stonden en de bergen van Galilea omsluierden. Het kleine Hebreeuwsche gezelschap lette niet op die kleuren, en toch ging hun blik over dat alles heen, en nam het datgene op, wat voor hen het meest gewichtig was. Hun blik ging over de wijde vlakte van Jizreël naar den Kleinen Hermon, en over Galilea heelemaal naar den Libanon, en naar den besneeuwden top van den Grooten Hermon.

Niet met sappig groen, niet met wijde oogstvelden en dichtopeengedrongen woonplaatsen, niet met een glans van meren en rivieren pronkte hier de aarde. Wijd uitgestrekte gedeelten der vlakte schenen door den zonnegloed in een woestijn veranderd te zijn. En deze vlakte was het toch, waar zij hun leven zouden moeten grondvesten ! Zij zouden er van hebben moeten schrikken, indien zij niet reeds op de boot op dezen aanblik waren voorbereid geworden, en als men hun niet reeds daar had gezegd, hoe anders alles was in een anderen tijd. Spoedig ontdekte Tulpenbloesem ook verstrooid liggende groepen van woningen. Het waren de lage baksteenen hutten van de Arabische boeren, die zóó onregelmatig en slordig waren gebouwd, en in haar kleur zóó met den hen omgevenden bodem overeenkwamen, dat zij wel ruines of aarden wallen geleken.

Heel in de verte zag hij ook groepen van voorwerpen, die scherpere, regelmatige omtrekken, en hoekige lijnen vertoonden ; die moesten ook door menschenhanden zijn tot stand gebracht. Het waren tentlegers van de Nomadische Half- Bedoeienen, en in de zich verplaatsende nietige puntjes in de buurt daarvan herkende hij weidend vee. Tusschen den hier en daar door struikgewas en lageren boomgroei aangeduiden loop van den Kison en het Karmelgebergte bewoog zich een troep menschen en dieren. Duidelijk onderscheidde Tulpenbloesem een rij bepakte kameelen. Lieden in Arabische kleederdracht liepen er naast en er achter. Paarden of ezels — heel duidelijk kon hij het niet onderscheiden — droegen ruiters en levenlooze lasten, en vormden de achterhoede. En nu sloeg Sinaï de reeds ontdekte aardwoningen nog eens gade, en bemerkte hij in hun omgeving regelmatige lijnen, welke 't veld schenen in te deelen. Waaruit die bestonden, kon hij niet zien, echter dienden zij ongetwijfeld tot begrenzing van landeigendom. Dit land moest dus waarde hebben!

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's