De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Da Costa

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Da Costa

3 minuten leestijd

over de Opstanding der dooden (1 Cor. 15)

Tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt. Wie werkelijk gelooft, kan niet te vergeefs gelooven, doch het geloof moet zijne vrucht hebben ; volgt deze niet, maar volgt veel meer de dwaling, dan komt de vraag : waartoe hebt gij geloofd ? Zonder doel te gelooven is geen gelooven. Zoo iets mag de apostel niet bij de Corinthische gemeente onderstellen. Hij houdt hen vast aan hun beleden geloof, hij zegt tot hen : „Gij hebt er uwe kwitantie voor afgegeven, die ik niet als valsch kan beschouwen, ik beroep mij er op." Er zijn menschen, die enkel vragen naar bekeering of niet bekeering, maar de belijdenis des geloofs is ook iets, dat waarde heeft, het zij voor of tegen ons. Zeker is dat het recht geloof, dat zelf doodelijk gewond, opziet naar Christus en naar de koperen slang, die van de natuurlijke slang niets had dan hare gedaante (niet haar leven en vergif) ; doch het aannemen des geloofs is bij velen nog een innemen als bij een kranke van het drankje, dat hem moet genezen. En als nu de medicijn helpt, dan moet men er niet mede ophouden, maar ze juist blijven gebruiken totdat men geheel hersteld is. Dat wij dan gelooven in eenvoudigheid, zonder graden vast te stellen, maar onderzoeken wij gedurig of ons geloof echt is voor God. Wij zoeken zoo gaarne getuigenissen van menschen, maar God de Heilige Geest kan ons alleen zeggen, of ons geloof echt is of niet; vragen wij het dan Hem in het gebed, en Hij zal het ons zeggen.

Want ik heb ulieden ten eerste overgeleverd hetgeen ik ook ontvangen heb. De apostel stelt zich met de broederen op gelijken grond, zonder eenige vooropstelling van gezag. Hij zegt: ik weet het ook niet, ik heb het ook ontvangen en u medegedeeld. Het uit de hoogte spreken verbittert, zonder te verbeteren. Paulus sprak niet uit de hoogte, en toch met groote kracht, want hij wees er mede op den Heere, van Wien hij het ontvangen had. De apostelen en allen, die de waarheid verkondigen, hebben niets of zij hebtoen het ontvangen. De waarheid is het geld Gods, en het is de oude rekening, dat men niets kan uitgeven dan hetgeen men ontvangen heeft, en geeft men meer uit dan men ontvangt, dan maakt men schuld. En zoo is het ook in het geestelijke ; wie meer zegt dan God in het woord zegt, die maakt zich schuldig aan dwaling, Eu waarom zouden wij niet genoeg hebben aan hetgeen God ons geeft? Heeft niet ook de Zoon alles ontvangen van den Vader door de geboorte uit Hem van eeuwigheid ?

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Da Costa

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's