Samuël, een zoon der Wet.
FEUILLETON
Een verhaal uit het hedendaagsche Palestina
Neen, de vlakte van Jizreël was dus géén woestijn ! Zij liet zich alleen maar wat bescheiden aanzien, omdat geringe kracht, armzalige bekwaamheid en weinig liefde zich om haar bekommerden. Het was een nog wachtend land, en het bood veel ruimte voor veel vlijtige menschen — voor hen, die daareven waren aangekomen, en ook voor de scharen, die nog zouden komen, en voor al de zielen, welke nog wachtten, om hier binnen te gaan in het hart der aarde, in het volle leven. Dit land verlangde evenzeer naar zijn kinderen, als zij naar hun land.
"Wat zie je ? " vroeg de oude Suze, en zij tastte naar de hand van haar man. Hij keerde zich vriendelijk tot haar en beschreef haar de omgeving. Maar de 12-jarige Samuel, hun beider pleegzoon, vatte teer en eerbiedig den arm van de Oude, strekte dien wijzend uit en richtte hem op de dingen, waar Sinaï van sprak, zoodat zij net haar lichaam als 't ware kon meemaken, hoe ze lagen. Het gelaat van den schoonen, krachtigen knaap was vol ingehouden vuur en leven, terwijl hij dat alles samen met haar naging.
Toen de blinde een poosje had toegeluisterd, en met haar arm had waargenomen, werd zij plotseling overvallen door een siddering, die uit zwakte voortkwam, zoodat haar echtgenoot haar naar een zitje dicht onder een olijfboom moest leiden, waar zij geheel krachteloos ineen zonk. Hij bleef naast haar staan en drukte haar hoofd tegen zijn jas. „Wat scheelt je nu opeens ? Wil je drinken ? Samuel, haal water uit de bron ; vlug!" Suze wankelde en scheen het bewustzijn te verliezen. „Je gaat toch niet sterven ? Heere van leven en dood ; Samuel, maak spoed !"
De jongen was al naar zijn bundeltje geijld, had zijn beker genomen en hield dien onder den goot van de bron. Suze's oogen waren gesloten, zij leunde slap en zwaar tegen haar man aan, misschien zou deze onmacht ongemerkt in den dood overgaan, want het beven hield langzamerhand op. „Gauw", riep Sinaï, „zij kan niet drinken — giet het mij in de hand". Hij bevochtigde haar voorhoofd, en het weinige haar voor op haar hoofd, en schudde haar. „Laat haar nog haar leven !" bad hij. Samuel wreef intusschen haar handen en riep angstig haar naam. Zoo, gebukt over haar mans arm, haalde zij eindelijk d: ep adem en probeerde zich op te richten. Toen hield hij de rest van het water haar aan de lippen : „Drink wat, en versterk je !"
Eerst nu merkte Rea, die maar al naar den heuvel had staan, kijken, wat er aan de hand was, en zij snelde toe en nam haar moeder in haar armen, waarop Sinaï zich weer oprichtte en terug trad.
Mandel keek bedroefd toe. Toen na een poosje de zwakke oogen weer open gingen, zei hij, als een die het begreep : „Het was maar een zwakte door de reis. Wij zullen nu naar beneden gaan naar de herberg, en wat gaan eten".
„Ja", zoo klonk het toonloos van den stam van den olijfboom, dien de oude omklemd had, en toen de anderen even opkeken om dien klank van zijn stem, zagen zij, dat ook zijn knieën in zijn kleeren knikten, dat zijn gezicht vaal was en zijn blik als van een, die half in onmacht verkeert. De schrik was hem te machtig geweest. Deze beide oude menschen had alleen de taaie wilskracht aan hun doel gebracht. Nu dit doel bereikt was begon hun levenszon ineens te tanen. „Wij moeten eten", herhaalde Mandel met klem, vatte toen zijn schoonvader beet en Jjegon hem dadelijk, terwijl hij hem zoo'n beetje droeg, op den weg te brengen, die naar de stad leidde. „Men mag niet langer vasten — nu moet men eten, Reb Sinaï!"
„We kunnen nu sterven", sprak de blinde tegen, toen zij door haar dochter en Samuel overeind werd gezet. „Waarom laten jullie mij maar niet aan mijn lot over? " Men kwam slechts langzaam vooruit, zij kon bijna niet alleen staan, en hing nu met haar bovenlichaam over de in elkaar gevouwen handen van die twee.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's