Financiën
Postgiro 138421
Het wekt zoo langzamerhand bevreemding, dat de rubriek „Financiën" zoo heelemaal schijnt weg te blijven uit ons blad „De Waarheidsvriend". Hoe zit dat toch? Was het nog, dat wij leefden uit en bij de gratie van wie over ons den scepter zwaaiden, wij zouden denken aan vrees voor moeilijkheden van die zijde, maar dat behoort, Gode zij gedankt en geprezen, tot het verleden. Wij zijn vrij ; maar dat hiermede alle moeilijkheden zijn opgelost, weet de kleinste en jongste uit ons midden ons wel anders te vertellen. Wat zoo langen tijd stilgestaan heeft, schijnt moeizaam het juiste moment van echt „op gang te komen" te kunnen vinden.
Het eerste is dan een zucht te beluisteren: „hè, dat is gelukkig voorbij. 'k Hoop het niet meer, nooit meer te beleven", zoo breekt de eerste gewaarwording zich baan. Doch op deze eerste levensuiting volgt een andere : waar moet ik nu beginnen ? Immers de oude draad is verbroken. Daarvoor is het hiaat te groot, 't Schijnt, alsof het geheel is veranderd, „'k Zal wat ik heb, eerst eens door een deskundige laten doornemen". „Al mijn bescheiden door een man van het vak eens laten nagaan". „Mijn paperassen, dat zijn de stukken van waarde, moeten nu nagekeken worden door menschen van het vak". Daarmede maakt ge wel een begin, edoch, het eindpunt is nu zoo dadelijk nog niet in zicht, immers op deze kantoren melden zich meerdere corporaties en veel meer menschen, dan anders het geval was. Daarbij komt, dat het personeel veel kleiner is dan voorheen. Of ge nu een seintje geeft met „ik wou toch zoo graag eens mijn spullen terug zien ; ik moet het geduld van onze menschen niet al te zeer op de proef stellen" — ja, hoe ge u ook moogt instellen, het eind is daarmede nog niet in het zicht. Hè, nu komt het. Eindelijk, zegt ge. Nu durf ik weer van wal te steken. Nu weet ik, hoe het met onze spullen staat. Ziet, dat is het formeele.
Thans komt er ruimte. Nu mag ik weer doen, wat ge van mij verwacht.
Het eerste is een woord van oprechten dank. De uitingen van ongeduld, van vragensmoeheid getuigend, kwamen aan mijn deur tot nu niet. Dit zegt niet weinig. Onze menschen meen ik nog al vrij goed te kennen — zijn anders op dit gebied niet geheel onbedreven. Zij slikken lang niet alles. Zij durven best hun gedachten bloot te leggen. Toch is dit — ik merk dit op — een gunst uit Gods hand, dat ge over deze lasten tot nu geen klaagtoon beluisterdet. Een enkele, met ons meelevende vriend, vroeg zoo langs zijn neus weg : komt er nu heelemaal niets meer uit uw pen? Jawel, ziet hier het antwoord,
'k Laat nu maar de oude opzet weer in de oude vorm aan uw blik voorbij trekken, 't Is niet zoo'n lange stoet, hoor. Dit hangt samen met wat de gevende hand mij overlangde.
1. De eerste post van het boekjaar kwam uit de bisschopsstad Haarlem. De penningmeester van de afd. Geref. Bond, droeg me de contributiën af, zijnde ƒ 25.—
2. Van de afd. Rotterdam-Centrum ca. kreeg ik eveneens de contributie, zijnde 118.88
3. Van een tweetal collega's, eveneens leden van den Bond, .n.l. ds. Bousema te Z.Beijerland, kreeg ik ƒ 10. + ƒ 5-— + ƒ 10.— „ 25.— En van ds. Korevaar twee giften, n.l. ƒ 5.— + ƒ 50.—. Dit laatste met aanwijs. „ 55.—
4. Door ds. Schroten te Charlois (verschillende posten, hem ter hand gesteld), „ 43.—
5. Van ds. Vermaas te Nederhemert kreeg ik, eveneens met nadere aanduiding, „ 50.
6. Van den heer H. J. v. M. te Utrecht, zijn contributie „ 1.—
7. Van den heer v. D. te Nieuweroord uit de collectezak „ 5.—
8. Van onzen vriend E. Roest te Kampen kreeg ik een pracht gift, n.l. ƒ 150 en ƒ 50. Tezamen alzoo „ 200.— Hij wil mijn oprechten dank wel doorgeven. Hierbij kreeg ik een week later nog aan contributiegelden „ 28.50
9. Contributie, eveneens ds. L. te N. B. „ 2.50
10. In Hazerswoude is jarenlang een kring van meelevende vrienden geweest, waarin 'n busje, gepresenteerd door mejuffr. Qualm, telkens de gelegenheid bood om een expresselijk woord, van dank getuigend, te laten hooren. Hier geldt het spreekwoord : „Goed voorgaan, doet goed volgen". Toen mejuffr. Q. niet meer kon, heeft een jeugdiger hand deze taak overgenomen en, gedachtig aan 't spreekwoord, gaat het nu op den ouden voet door. Het eerste kwartaal was ƒ 50.—, het tweede een klein tikkeltje minder, maar toch van dezelfde liefde gewagend, n.l. ƒ 45.—. Tezamen f 95.—. Veel dank, hoor !
11. Door ds. Lans te Vlaardingen „ 4.—
12. De heer K. te O. zond me aan abonnementsgeld voor de W. Vr. voor 't heele jaar „ 5.—
13. Aan contributie van den heer A. K. te B. met ƒ 1.50 als nagift „ 2.50
14. Door ds. Korevaar te Gouda kreeg ik, als gift hem ter hand gesteld, „ 0.50
15. Vanuit de gemeente Veenendaal kreeg ik aan contributiegelden „ 104.25 Onwillekeurig komt bij het plaatsen van deze post mij de figuur van wijlen ds. Jongebreur voor den geest. Een vraag, mij gesteld door den penningmeester, zou ik willen beantwoorden : of bij een der vrienden de nagedachtenis van dezen strijder voor den Bond nog levendig is ? Zoo ja, zoo zal ik gaarne de lijst van leden tegemoet zien, om alsnog het hiaat, dat door de moeitevolle tijd geslagen is, eenigszins te vullen.
16. Door ds. Van Amstel te Hierden werd me toegezonden een collecte voor het Studiefonds „ 105.— Prachtig hoor. Voor deze zending ben ik zeer gevoelig.
17. Van Zuster Van der Torre, te Ermelo, bijdrage voor onze fondsen „ 6.—
18. Uit. de kerkcollecte te Brand wijk werd ons toegezonden door den heer C. W. Korevaar ƒ 2.50
19. Te Sluipwijk werd voor onze fondsen gecollecteerd f 62.50
20. Door den kerkeraad te Dordt een bijdrage voor het Studiefonds, „ 10.—
21. Kerkcollecte te Zuid Beijerland „ 154.- Veel dank voor alles.
22. Contributie afdeeling Vlaardingen, „ 60.— met inhoud van het busje wed. Dijkshoorn „ 2.60
23. Contributie van ds. v. d. D. te Monnikendam, 1.50
24. Voor het Studiefonds van den heer Sch. te 's Gravenmoer „ 3.50
25. Door ds. Pott te Kralingen „ 5.—
26. Voor onze fondsen, werd te Hasselt gecollecteerd de kostelijke som van ruim 200 gulden, n.l. ƒ206.—
Zoo valt het nog niet tegen. Klagen past ons niet. 't Zou van ondank getuigen. Paschen is achter den rug. Evenwel is mijn rug niet steviger geworden. Was voorheen deze tijd — n.l, van Paschen — voor onze fondsen de bizondere gelegenheid om door een bizondere collecte, z.g.n. de Paaschcollecte deze te versterken — wat van hoogerhand aan al de Gemeenten werd opgelegd, stond hier practisch onze fondsen in den weg. Wij hebben ons op den achtergrond gehouden, alzoo den schijn zelfs willende mijden de algemeene nooden achter te stellen bij die, welke wij als de onze zagen tot nu. Toch kunnen wij op den duur wat wij als Paaschcollecte verkregen, niet, of noode missen. Evenwel hieromtrent is nog niet het laatste woord gesproken. Wij blijven op den steun rekenen van onze menschen. 'k.Twijfel niet, of hieromtrent zal de bijstand van de Gemeenten, naar Zijn Naam genoemd, niet ontbreken. Immers de bede, welke opklimt, die geduriglijk wordt beluisterd voor den Troon, is „Uw Koninkrijk kome".
D.V. tot ziens, de volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's