Bondsdag van de Jeugd
Heden, Hemelvaartsdag, waren wij in de Domkerk te Utrecht getuige van den toogdag van onze Bonden van Jongelings- en Meisjesvereenigingen op Gereformeerden grondslag. De eerste sedert de bevrijding, en de eerste gezamenlijke toogdag der jongelingen en jongedochters.
De Dom was overvol en bood lang geen ruimte genoeg, zoodat nog twee andere kerken, de Nicolaï- en de Janskerk, noodig waren om allen te ontvangen. Drie Utrechtsche kerken, zooals de voorzitter, ds. J. Vermaas van Amersfoort, memoreerde. Een mooie vergadering, al die jonge menschen. En het programma was goed verzorgd. Niet te lang en actueel.
Met genoegen hoorden wij de referenten ds. Van Dijk van Monster en ds. L. Kievit van Putten. Hun betoog was helder en, zooals gezegd, actueel. Zij hadden het oor der menigte.
Met name het onderwerp van den eersten referent : „De jeugd in de branding", was niet gespeend aan ernstige vermaningen, en terecht. Wij hopen, dat de jongelui deze ter harte zullen nemen, maar verheugen ons intusschen in het feit van den dag, waarin toch zoo duidelijk openbaar wordt, dat er nog duizenden jonge menschen zijn, die ondanks alle nieuwigheden van den modernen tijd, de oude paden zoeken. Volkomen juist was de opmerking van ds. L. Kievit, dat het oude niet verwerpelijk is, omdat het oud is. En hij voegde daaraan toe, dat het nieuwe niet verwerpelijk is, omdat het nieuw is. Zijn betoog was er op gericht aan te toonen, dat het oude nog niet verouderd is, omdat het oud is, — hij had daarbij het oog op de Waarheid Gods, — en dat deze grondslag en richtsnoer moet blijven ook in de nieuwigheid. „De oude lijn in de nieuwe koers", zoo was de titel van zijn rede.
Nadrukkelijk wees hij op de beteekenis van den grondslag van de Bonden.
Wij hebben niet verwacht, dat deze vergadering ruimte zou bieden voor besprekingen van technischen of organisatorischen aard. Dat was de bedoeling niet. Toch wijzen wij nog even op het feit, dat de Bond van Jongelingen en de Meisjesbond ditmaal voor het eerst in gezamenlijken Bondsdag bijeen waren. Dit wijst reeds op een streven naar nauwere samenwerking. En daarin is wat nieuws, dat niet, omdat 't nieuw is, moet afgewezen. Integendeel, wij achten nog veel meer saamwerking en van veel wijder strekking niet alleen gewenscht, maar zelfs geboden. En wij doen daartoe een beroep op allen, die op den grondslag der gereformeerde belijdenis begeeren te zoeken wat ten zegen kan zijn voor kerk en vaderland, voor volk en huisgezin, voor ons kerkelijke, politieke, sociale en persoonlijke leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's