Kerk en Vakbeweging
Een stem uit de practijk
In "De Hervormde Kerk" heeft vóór eenigen tijd een artikel gestaan over „dansen". Mogen wij dansen ? Antwoord : ja ! Mogen wij dansen ? Antwoord : néén !
De conclusie van den eenvoudigen lezer was: nu weten wij nóg niets. En allerwege hooren wij de vraag : geeft dan de Bijbel in 't geheel geen positieve antwoorden op onze levensvragen ? Vraagt dan de Bijbel, dus God zelf, van ons niet een bepaalde levenshouding ? En is het dan niet mogelijk om op een gestelde vraag ook een concreet antwoord te geven ?
Aan deze ja- en neen-houding moesten wij denken bij het lezen van het rapport van de commissie over „Kerk en Vakbeweging", uitgebracht aan de Generale Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk.
En het is weer de gewone man uit de practijk, die met zijn vragen komt. Afgezien nog van de groote moeilijke volzinnen, waarin het rapport gesteld is, is toch weer de conclusie, de vraag : Wat nu? Moet ik fid worden van het N.V.V. of C.N.V. ? De Kerk geeft weer geen concreet antwoord. Maar dat heeft volgens het rapport een oorzaak. Wat is namelijk het geval ? „In het N.V.V. is het streven werkzaam, de feitelijke binding aan de historisch-materialistische levensbeschouwing, die daar in het verleden wel heeft bestaan, te doorbreken en een sfeer te scheppen, waarin ook een christen in overeenstemming met zijn levensovertuiging leven kan". Evenals op politiek terrein, is er ook hier dus sprake van „doorbraak".
Bij het lezen van dergelijke verklaring is het toch wel noodig om z'n oogen uit te wrijven en nóg eens te lezen.
Wij hebben direct infornfaties ingewonnen, links en rechts. Wat is de principiëele wijziging in het N.V.V. ? Heeft het N.V.V. in haar program de erkenning opgenomen, dat het recht van den arbeider een recht Gods is, zooals Jacobus ons dat heeft voorgehouden? Niets van dit alles. Maar wat is dan de verandering? Want er is volgens dit rapport toch iets aan het veranderen. Want we lezen : „wanneer deze ontwikkeling zich doorzet en den christen de mogelijkheid gewaarborgd wordt in de organisatie te getuigen van de beteekenis, die Gods Woord heeft voor de vragen van het sociale leven".
Maar wij vragen opnieuw : waaruit blijkt die ontwikkeling? Bij het opstellen van dit rapport is toch zeker geen advies gevraagd aan mannen uit de practijk van het Vakvereenigingswerk.
Uit die practijk zou toch kunnen blijken, dat de sfeer van Vakvereenigingsarbeid in de afdeelingen van de Vakbonden door en door materialistisch is. Niets anders als voorheen. En juist op die practische Vakvereenigingsarbeid komt het aan. Daar gaat de invloed van uit. De geheele leiding van het N.V.V. gaat in dezelfde richting als voorheen en die richting is voor een christen niet te aanvaarden. Het is steeds door gebleken, dat het lidmaatschap van het N.V.V. een hellend vlak is voor een christen. We zouden ze met tientallen aan kunnen wijzen, die langs dit vlak zijn afgegleden. Van huis uit nog een christelijke opvoeding, maar weinig kerkelijke belangstelling. Zoo nu en dan naar de kerk. Lid van de moderne Bond, gevolg: dagbladen van de Arbeiderspers, lid van de Vara en spoedig lid van de S.D.A.P.
Natuurlijk wel enkele uitzonderingen op den regel, maar ook die uitzonderingen kwamen langzamerhand onder den invloed van de sfeer van de Socialistische wereldbeschouwing.
Al zou dit alleen maar komen door de wijze, waarop het N.V.V. haar ontspanningsavonden steeds door organiseerde met cabaret en tooneel en de toepasselijke redevoeringen. Gevolg : in 't geheel geen kerkgaan meer. Natuurlijk is dit geheele verhaal „hopeloos bekrompen" en „kleinzielig", maar het is, helaas, de practijk.
Voor het persoonlijk geloofsleven van een christen dreigen groote gevaren in de moderne Vakbeweging, en zeker voor hen, diet aan de zelfkant leven. Want hoe kunnen nu zij, die zélf nog leiding noodig hebben in de geestelijke zaken, gaan getuigen temidden van het N.V.V.? En nu zegt de Kerk in dit rapport: wordt maar gerust lid. Hoe kan de Kerk toch deze verantwoording aanvaarden?
Heeft dan de Kerk geen taak in het sociale leven? En geen roeping tegenover het N.V.V. en haar leden?
Ja, natuurlijk, maar dan ook een positieve taak. Geen ja- en neen-houding ; niet probeeren de kool en de geit te sparen.
Gods Woord plaatsen temidden van de sociale vragen en het durven zeggen, dat het N.V.V. zich moet bekeeren van haar verkeerde, materialistische weg, en dat, zoolang haar beginselprogram niet de erkenning bevat van Gods souvereiniteit ook in het sociale leven, geen christen lid kan en mag worden van deze Vakbeweging. En dan het C.N.V. ? Ook dat zal zich met haar leden telkens dag aan dag moeten bekeeren van verkeerde wegen en handelingen, maar toch staat bij dit alles voorop, dat deze Vakcentrale in haar beginselprogram concreet heeft gekozen voor de onderwerping van al haar vragen aan de eischen van Gods Woord.
Met al de waardeerende woorden van het rapport over het C.N.V., wordt daarin toch juist dit geheel verkeerd voorgesteld. Maar hier hebben we ook het principiëele uitgangspunt van bijna alle Synode-verklaringen en rapporten. Men wil niet weten van een vanzelfsprekende splitsing van ons organisatieleven in christelijk en niet-christelijk.
Het is niet mijn bedoeling hier nu nader op in te gaan ; de strekking van dit geheele artikel is slechts vanuit de practijk te wijzen op het ónverantwoordelijke van het rapport ten opzichte van het N.V.V.
De practijk van het Vakvereenigingswerk — we willen dit nogmaals herhalen — is, dat ondanks alle verklaringen, er in het N.V.V. op geen enkele wijze een erkenning wordt gevonden van het Koningschap van Jezus Christus als Heere over het sociale leven. En daarom kan een christen daar geen lid worden.
Onderschrift:
De verkiezingen hebben duidelijk aangetoond, dat de kerk deze doorbraak-politiek radicaal heeft afgewezen en dat zij de leidslieden, die deze „nieuwe koers" voor haar hadden uitgedacht, niet kan volgen. Het is te wenschen, dat zij, die de kerk deze politiek hebben willen opdringen, uit deze duidelijke „uitspraak" der kerk de voor de hand liggende conclusie trekken.
Ook de Generale Synode neme hiervan goede nota en wijze de doorbraakpolitiek krachtig af, om te bevorderen, wat haar voornaamste taak is, dat de kerk in haar eigen aangelegenheden aan het woord kome en zelf bepale, hoe zij haar roeping zal vervullen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's