Kort Verslag van de vergadering der Generale Synode
van 7-10 Mei 1946 te Wassenaar
1. Maandag 6 Mei gingen wij ter Synode met een opgewekt gemoed, daar de agenda slechts 40 punten bevatte. Dit was ons een blijdschap, daar de agenda van Maart met de 103 punten ons nog versch in het geheugen lag. Al spoedig bleek ons, dat wij er zoo niet afkwamen. Een 1e, 2e en 3e aanvullingsagenda deed de omvang aanzwellen tot 107 punten. Wij wisten nu, wat ons in vier volle dagen te doen stond.
2. De praeses nam echter wijselijk radicale maatregelen, door zijn voornemen bekend te maken. Dinsdag 7 Mei op de eerste zitting 50 punten, alle kleingoed, af te willen werken. Hierin zijn wij tamelijk geslaagd. De voorloopige notulen van Dinsdag en Woensdag beloopen 48 blz. druks, die van Donderdag en Vrijdag (nog niet ontvangen) zullen daarvoor niet onder doen. Uit de aanteekeningen zullen wij echter het voornaamste mededeelen.
3. Na allerlei benoemingen komt aan de orde die van een viertal leden van den Oecumenischen Raad. Daar deze Raad Jezus Christus belijdt als God en Heiland, wordt na eenige opmerkingen de voordracht iets gewijzigd en gaat de vergadering er mee accoord dat de voorgestelden benoemd worden, mits in gedachten wordt gehouden, dat wij heden nog interim-Synode zijn. Velen gevoelen zich met dr. Houders in benoemingen bezwaard, doch het telkens opdringende richtings- en waarheidsvraagstuk zal steeds breedvoerig aan de orde komen.
4. De financiëele verhouding van de Kerk met het Rijk eischt nadere bezinning. De zaak wordt verwezen naar het Moderamen. (Een Moderamen is zooveel als een dagelijks bestuur).,
5. Gelijk reeds onder 3 genoemd, komt het richtingsvraagstuk aan de orde bij de bespreking, hoe de moeilijkheden op te lossen. Er is n.l. een Noodraad voor Kerk en Evangelisatie. Deze raad moet een secretaris hebben. Er zijn 300 gemeenten met richtingsmoeilijkheden. Met deze dient nauwer contact opgenomen te worden. Dit ontslaat Gemeenteopbouw echter niet van zijn werk. Tien procent van het kerkvolk gaat in een „Evangelisatie" ter kerke, en meer dan 12 % wordt door de Evangelisaties aan de Kerk afgeleverd als nieuwe lidmaten. Dit is een noodtoestand. Tot secretaris wordt nu benoemd dr. Dokter. Tot steun van den Noodraad komt achter hem te staan een Commissie uit de Generale Synode.
6. Er bestaat een Raad voor Kerk en Eeredienst. Deze verkrijgt nu een sub-commissie voor de liturgische formulieren. Deze interim-Synode zal geen nieuwe formulieren invoeren, doch het gaat hier om voorbereidenden arbeid.
7. Komt aan de orde het voorstel tot reorganisatie van de theologische studie. Er volgt een breede discussie. Er wordt een Commissie uit de Synode benoemd, waarvan de hoogleeraren geen deel uitmaken, doch eerst zal hun advies worden ingewonnen. Daarna zullen de voorstellen de Kerk ingaan.
8. Aan de Geref. Kerken zal worden bericht, dat de Generale Synode verwacht, dat deze Kerken niet maar een „waarnemer" zullen zenden naar den Oecumenischen Raad (dit is een raad, waai"in alle Prot. Kerken vertegenwoordigd zijn), doch dat zij een afgevaardigde zullen benoemen.
9. In handen van de Commissie voor de Kerkorde wordt gesteld het verzoek van de Broederschap van Diakonen om erkenning van de kerkelijke bediening van den Diakoon. (Heemstede e.a.).
10. De Catechese heeft de verdere belangstelling der Synode. De Commissie voor de Kerkorde heeft de gedachten om een nieuwe Catechismus te ontwerpen verworpen. Echter is een nieuw catechetisch leerboek in voorbereiding. De Commissie ad hoc wordt een Werkgroep voor Kerk en Catechese, met ds. P. ten Have als secretaris. Deze hoopt eerstdaags te promoveeren.
11. Breedvoerig wordt besproken de zaak der politieke delinquenten. Hier ligt een taak voor de kerkeraden, daar dezen zomer tienduizenden zullen ontslagen worden. Het dient op de Class. Vergadering besproken te worden en pastoraal behandeld. Hierover zal een brief uitgaan naar de kerkeraden.
12. De Alg. gedelegeerde van de G. S. is van oordeel dat het protestantsch I.K.O. geliquideerd moet worden om plaats te maken voor den Oecumenischen Raad. (I.K.O. = Inter Kerkelijk Overleg).
13. Eenige bezwaarschriften tegen verplichten militairen dienst hier en in Indië worden bij rapport van ds. P. v. d. Wal van de hand gewezen.
14. Er ontwikkelt zich een breede discussie over de geestelijke verzorging in de interneeringskampen. De Raad van Inwendige Zending sectie Kinderbescherming en Reclasseering, en de sectie Kerk en Samenleving, zonden brieven in. Het gaat o.m. om verzorgers van Hervormden huize. Hier dient de Kerk zelve achter te staan. De drie leden van de interkerkelijke Commissie, die den Minister van advies dient bij benoemingen, behooren tevens lid te zijn van de sectie Inwendige Zending. Zij hebben te zorgen, dat een Hervormde voordracht in de interkerkelijke Commissie komt. Tevens dient de geheele materie van de gevangenis-predikanten opnieuw onder de oogen te worden gezien.
15. In Juli wordt te Geneve beslist of de wereldconferentie der Kerken in 1947 of 1948 in Nederland zal gehouden worden.
16. Aan het werk der Zending zullen nog drie predikant-secretarissen worden toegevoegd.
17. Komt aan de orde de collectie bezwaarschriften tegen het Herderlijk schrijven omtrent de doodstraf. Een godsdienstonderwijzeres bedankte derhalve voor het lidmaatschap der Kerk.
18. Een advies over het annexatie-vraagstuk is in voorbereiding.
19. De werkgroep Kerk en Overheid zal nader bestudeeren de vraag of de Ovepheid het recht heeft een predikant uit zijn ambt te ontzetten, waarmee de kwestie verband houdt of het predikambt een publiek ambt is, daar een predikant geen ambtenaar is in den zin der ambtenarenwet.
20. Een halve dag gaat heen met het rapport over Kerk en Vakbeweging. Sommigen willen het in de Class. Vergaderingen brengen, evenals punt 17. Dit is onjuist, want het zijn geen wetsvoorstellen. De Synode geeft leiding. Het rapport bespreekt dan het N.V.V., C.N.V. en E.V.C. Het lidmaatschap van het laatste wordt ontraden. Het C.N.V. wordt gewaardeerd om zijn bewarenden invloed, doch gewezen wordt op gevaren van isolement. Het N.V.V. vertoont thans openheid, doch gewezen wordt op den plicht voor christenarbeiders, daar hun stem te laten hooren. Ds. Van der Zee houdt een krachtig pleidooi voor het C.N.V.
De Kerk late een kerkelijk geluid hooren en zij in dezen niet neutraal. Wij treffen hier dezelfde keuze aan als bij de school. Tenslotte wordt dit rapport met 29 tegen 16 stemmen aangenomen.
21. De leden der Synode krijgen thans gelegenheid tot bezichtiging van het landgoed „Duinrell" te Wassenaar, dat te huur is, daar „Blankenburg" ons niet langer kan herbergen.
22. Het verzoek om een niet-predikant tot quaestor der Classis verkiesbaar te stellen, wordt afgewezen.
23. Komt ter bespreking de positie van de oud- Zendelingen. Mogen zij predikant heeten? In Indië spreekt de titel zeer sterk. Het Indisch Consulaat noemt hen „dominee". Komen zij terug, dan wordt hun toestand verscherpt. Het praedicaat „dominee" is niet door de wet beschermd. Er zijn voorbeelden van, dat oud-Zendelingen hier beroepen zijn. Men denke aan het geval Steenderen. De Commissie voor de Kerkorde zal hierin hebben te voorzien, terwijl deze dingen tot rijpheid groeien. Het betreft hier echter een uitstervend geslacht, daar Oegstgeest thans theologen uitzendt, m.a.w. missionaire predikanten.
24. In verband met het onder punt 15 vermelde stelt prof. Kraemer voor dat de uitnoodiging uitga van de Generale Synode en dat de contributie verhoogd worde.
25. Ten aanzien van de verheffing van den Goeden Vrijdag tot Christelijke feestdag, gelijkwaardig aan den Hemelvaartsdag, zal een breedere conferentie noodig zijn me andere Kerken. Dit is een punt ter bespreking in den Oecumenischen Raad.
26. Besproken wordt de algemeene kerkelijke situatie. Een „Verklaring" wordt ontworpen, welke bereids is gepubliceerd. De Synode is blijde met de brieven en verheugt zich over de critiek. Zij zal er een dankbaar gebruik van maken. Er heerscht verwarring over wat in de Kerk gebeurt. Er komt een spanning tusschen pastoraal en missionair beleid. Sommige lichamen en personen gaven adviezen, zetten dat eigenmachtig op naam van de Generale Synode, waardoor deze in verkeerd daglicht komt te staan. Met krasse voorbeelden wordt dit o.a. door prof. Kraemer en ds. Enkelaar aangetoond. De Synode bezint zich zoo snel mogelijk op de critiek te reageeren. Dit betreft ook het beleid der kerkelijke bladen ; voorts dient duidelijk gepubliceerd te worden hoe het geld besteed wordt om vergiftigde critiek te voorkomen. Ds. Gravemeyer wijst op de bindende macht van Christus. „Spreekt men van de nieuwe koers, dan leggen velen daar iets in, wat er niet in ligt". De nieuwe koers is niet anders, dan dat de Kerk inderdaad Kerk wil zijn. Voorts weerklinken er stemmen tegen een gedwongen éénheid, en openlijk wordt gezegd, dat het ook wel eens — wat God verhoede — tot een breuk komen kan. Pastorale vermaningen zijn hier zeer op hun plaats. Het kerkvolk moet niet gesteld worden in de sfeer van de rust, en men moet niet telkens spreken van geruststellingen, doch er moet verheldering komen. Gevraagd wordt naar de grenzen van het kerkelijk gesprek. Hoe is de verhouding van Synode en Raden ? Waar liggen de grenzen van de verantwoordelijkheid ? De herders en leeraars en de hoogleeraren zijn de eccle sia docens (onderwijzende kerk). Terwijl wij op weg zijn, moeten wij vasten grond onder de voeten hebben. Mr. Schorer merkt op, dat de uitdrukking „nieuwe koers" foutief is.
Ds.Enkelaar verklaart, dat de onrust over den gang van zaken uitgaat van de publicaties in „De Hervormde Kerk". De Synode wordt er voor aansprakelijk gesteld. Een Luthersch predikant beweerde, dat de Partij van de Arbeid de richting is van Kerk en Synode. In het stuk over het dansen openbaarde zich de ja- en neen-geest. Het eerste nummer van het „Geladen Schip" moest terug genomen worden. Dit alles baart zorg. In den Raad voor Kerk en Publiciteit zullen twee leden uit Geref. Bondskringen gezocht worden, één is reeds gevonden, n.l. ds. Batelaan. De praeses antwoordt, dat het bouwwerk Raden- Synode zijn voltooiing zal laten zien in de komende Kerkorde. Ds. Landsman deelt mede, dat eenige politieke stukken geplaatst zijn door een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Prof. Kraemer zegt, dat het in het kerkelijk gesprek gaat om één ding, n.l. de bijbelsche boodschap, en dat wel naar de belijdenis, die de Kerk heeft. In de praktijk komt dat in het heden hierop neer: uitwisselen van theologische inzichteïj. Daarin moeten wij ons niet laten opsluiten. Wij voeren het vanuit het gezichtspunt der haeresie (dwaalleer), die zeer wijd en zeer eng zijn, doch wij moeten leeren wie Jezus Christus is naar het bijbelsch getuigenis. Het gaat in de Kerk om de waarheidsvraag, met den wensch naar eenheid op gevaar van breuk.
27. Dr. Idenburg spreekt nu over Kerk en School. In 1943 moesten 650 Herv. Scholen hun oordeel onderwerpen inzake de benoeming aan den Secr. Generaal. In den Hervormden Raad voor Kerk en School zijn moeilijkheden ontstaan. Dr. Kalsbeek wilde dat de Hervormde Kerk zich uitsluitend zou uitspreken voor de Chr. School. Dit is niet gelukt. Toen ging Kalsbeek heen. Daarop verscheen de brochure „De Handschoen opgenomen". Idenburg is bedroefd over toon en inhoud. De Raad voor Kerk en School zet zijn standpunt uiteen: het Christelijk onderwijs is de meest juiste vorm. In opvoeding en onderwijs moet men zich dicht bij de Kerk houden. Gezin en opvoeding moeten gestempeld worden door Gods Woord, Christelijke en maatschappelijke deugden in een neutrale school zijn onbestaanbaar. Met één a twee uur bijbelsch onderwijs wordt de neutrale school niet Christelijk. Er is dus geen reden om den Herv. Raad voor Kerk en School te verdenken. In de brochure staan volgens spr. grievende aantijgingen, zoowel in den aanhef, als blz. 12 onderaan. De Herv. Raad heeft tweemaal geschreven naar den Schoolraad, ook zes weken voor de verschijning der brochure, doch men is er niet op ingegaan. Ten slotte geeft Idenburg den raad zich op een distantie te houden t.a.v. de schoolkeuze, zoolang de heele school niet naar Gods Woord luistert. Ook het ondervragen naar politieke richting bij de onderwijzers door schoolbesturen acht hij afkeurenswaardig.
Over dit onderwerp komen nu de tongen los. Kom niet aan de Chr. School, of men komt ons aan ons leven ! De vergadering is Idenburg wel dankbaar, doch op vele punten wordt, hij bestreden. Prof. Haitjema noemt de brochure een reactie. De drijfveer van Herv. Scholen is echter geenszins om sectarisch te zijn. De Chr. Organisatie is geen knusse opsluiting. Volgens de Raad van Kerk en School mag een openbaar onderwijzer les geven, als de Kerkeraad hem bevoegd verklaart. In Drente zijn vele openbare onderwijzers en predikanten weigerachtig, zegt ds, Heijboer. Op de beschuldiging van geslotenheid valt ds. Van der Zee spreker aan met verwijzing naar reeds gepubliceerde artikelen hierover. Volgens Idenburg is de Chr. School sedert 1929 niet gegroeid, doch Bonders vraagt hoe het dan staat met de Openbare. Roelofsen is van oordeel, dat waar weinig sympathie is om op eigen Openbare School les te geven in bijbelsche vakken, het wel kan zijn dat het beter is, dat het dan maar niet gebeurt. Dr. Emmen heeft echter uit Haarlem goede voorbeelden. Op lagere én middelbare scholen is opening gekomen. Hij noemt de brochure een dolksteek in den rug der Synode. Hij laat de feiten voor wat zij zijn, doch de vragen in dezen vorm te doen neemt hij zeer kwalijk. De heer Van Binsbergen is het er mee eens, dat de O. L. S. niet aan de eischen voldoet. De Chr. School is een noodwoning genoemd. Welnu, hij woont liever in een noodwoning dan in een ortbewoonbaar verklaarde woning.
28. Ingekomen is een schrijven van ds. Van der Zee namens de Classis Dordrecht over de benoeming van kerkelijke hoogleeraren, in het bijzonder en hoogleeraren in de theologie in het algemeen. De stukken hierover zijn reeds gepubliceerd. Het rapport bij monde van ds. Meijers wordt aanvaard. De Generale Synode zal de kerkelijke hoogleeraren en de Commissie van Voordracht als zoodanig en hoofdelijk aanschrijven. Met 40—5 stemmen aangenomen.
29. Nu komt ds. Aris nog met zijn rapport over de Noodraad. Wederom komen richtingen, nuanceeringen, schakeeringen, tegenstellingen enz., met ernst en klem naar voren en krijgt het waarheidsvraagstuk weer een beurt. Het betreft niet alleen rechts-links, maar ook rechts-rechts. Volgens prof. Haitjema moet het kerkelijk gesprek eerst tot volle rijheid komen alvorens doortastende maatregelen kunnen worden genomen. Prof. Kraemer legt de nadruk op de waarheidsvraag. Men ontloope die niet. Dat dit wel geschiedt is echter een slopachtig onwaardig, gedoe. Er is geen innerlijke verontrusting, en daarom geen openhartige eerlijke wederzijdsche bespreking.
De Praeses zegt toe dat de Synode leiding geven zal en met kracht zal voortvaren.
30. Tenslotte komt Kolonel De Kluis binnen. Hij vraagt om legerpredikanten. Hij heeft 76 veldpredikers, n.l. 45 Herv., 26 G.K., 2 Chr. Geref., 1 Luth., 1 Rem., 1 Doopsgez. In Nederland 37, in Engeland 12, in Indië 26 en in Duitschland 1. Hij heeft ook leesboeken noodig voor het leger. Zijn adres is: Bureau Legerpredikant, Sweelinckstraat 5, Den Haag. De Synode zal een aanschrijving doorzenden en een boekendag organiseeren.
Hierna sluiting door den Praeses met Schriftlezing 1 Cor. 13.
(Wordt vervolgd met „Eenige Opmerkingen").
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's