Financiën
Postgiro 138421
Belofte maakt schuld. En ziet, het is in dezen, gelijk het met alles gaat, wat langer men wacht om deze schuld af te lossen, wat grooter deze wordt. Daarom zal ik niet langer wachten door uitvoering te geven aan wat ik mij zelven en anderen belooïd heb. De rubriek „Financiën" wordt noode in ons blad gemist, 'k Merk dit telkens weer, wanneer ik iemand, die meeleeft in onzen kring, ontmoet: Ds. Goslinga, wat mankeert er toch aan ? Is het nu zoo, dat u niets te vragen heeft; dat er geen enkele post is te boeken ? Kan de post uw brievenbus niet meer vinden?
Het antwoord aan deze vragers luidt: „Zeker, daar is heel veel, waarover ik met de lezers van 'De Waarheidsvriend' eens van gedachten wil wisselen. Temeer, waar de mogelijkheid om elkander te ontmoeten op een vergadering, nog lang niet is, zooals wij gewoon waren. In April hielden wij gewoonlijk onze jaarvergadering. In grooten getale kwamen de vrienden groepsgewijze binnen. Van alle kanten werd vanuit de verte of meer van nabij een groet gewisseld. Men gevoelde zich echt aan elkander verbonden. Een kostelijk bezit, zich één te weten in den diepsten grond der zaak, en dat te kunnen uiten.
't Is me vaker dan eens overkomen, dat mij, tusschen de rijen doorgaande, even een papiertje in de hand werd gestopt met de opmerking : „van iemand, die niet ter vergadering aanwezig kon zijn: voor uwe fondsen". Het gebeurde me meer dan eens, dat ik ternauwernood wist „van wie kwam het eigenlijk? Wie was de persoon nu, wien naam ik zal moeten verantwoorden ? "
Was het zoo bij het binnen komen — straks, als het tijd was om ons jaarlijksch overzicht aam de vergadering voor te leggen, zoo was er maar ééne spanning : zal het een minder gunstig jaarverslag zijn, dat ons wordt voorgehouden, of zal het nog steeds in meerdere mate rijzen. Uit alles liet zich aflezen : een kostelijk meeleven in alles.
Dit was ieder jaar weer hetzelfde. En, ik vermeen niet me hierin te vergissen, dit was niet alleen mijn persoonlijke ervaring, maar van alle de bestuursleden, die een leidende functie beldeedden. Om van eigen werkzaamheid te zwijgen, wat een ruime plaats namen onze voorgangers, mijnheer Fliehe, ds. Jongebreur, ds. Van der Snoek, niet in. Dezer dagen werd ik er nog expresselijk bijbepaald, toen ik een bezoek kreeg van iemand, die 25 jaar geleden in het huwelijk was verbonden en mij een bankbiljet van 25 gld. ter hand stelde, met deze woorden : „Zooals in de dagen van mijnheer Fliehe, zoo kom ik nu mijn last afdragen aan u, ds. Ooslinga, voor de beide fondsen. Neen, die oude tijden waren nog zoo mis niet. Dat overjarige koren schudt nog zoo slecht niet. Het nieuwe vraagt wel een ruime plaats voor zich en doet dit niet altijd geruischloos. Toch is het voor niet weinigen nog een open vraag : of het oude niet even goed bruikbaar was, dan. wat een jeugdiger stempel draagt.
Wat ik noode mis, kan alzoo met een enkel woord worden weergegeven: onze jaarvergadering. Deze mis ik niet alleen, maar heel onze Gereformeerde Bond. Was het nog bij één keer gebleven, dat wij elkander van nabij konden ontmoeten, het was nog zoo heel erg niet, maar nu enkele jalen achtereen. Dat kan niet. 'k Had dan ook mijzelven voorgesteld, dat het nu weer had gekund. Helaas, waren de bezwaren ook nu te vele om thans reeds deze uit te schrijven. Op de laatste bestuursvergadering werd dan ook besloten om tegen het einde van Augustus of begin September deze weer te houden. Wij leven alzoo weer in de hoop, dat binnen enkele weken ons het voorrecht geschonken mag worden elkanders aangezichten te ontmoeten. Veel hebben wij moeten missen. Het leed, dat geleden is, en de zorgen, welke ons zoozeer hebben gedrukt, waren niet gering. Toch heeft de Heere voor alles zoodanig zorg gedragen, dat onzerzijds de gunste Gods niet genoegzaam kan, worden geprezen. Hij heeft over ons allen nog gewaakt op een dusdanige wijze, dat wij zeggen mogen : „Tot hiertoe heeft ons de Heere geholpen".
Zoo komt het dan ook, dat wij deze keer toch ook de meest duidelijke blijken hiervan u mogen voorleggen.
1. De eerste handreiking gewerd mij vanuit de plaats, waar onze Secretaris zijn woonstede heeft gevonden, 'k Heb zoo'n vermoeden, dat hij hier wel even een wenk daartoe heeft gegeven om toch ook niet achter te blijven met ons hulpe te bieden in de situatie, waarin wij verkeeren. Voor Christelijke doeleinden werd hier een inzameling gehouden, waarin ook wij mogen deelen. Drs. Schouten zond ons de prachtige bijdrage van een kleine 100 gulden, n.l. ƒ 91.50
Wij zijn ten zeerste erkentelijk voor deze eersteling.
2. Te Neder-Langbroek heeft men oudergewoonte de Paaschcollecte gehouden, met bestemming voor het Studiefonds. Deze bracht op ƒ 53.—
Wij zijn hiermede weer op het oude spoor. Op natuurlijk terrein kwam het in vele plaatsen voor, dat de rails met alles wat daaraan verbonden was, werden weggevoerd ; dan stond het er niet zoo best voor, dan werd het verkeer afgenepen, dan kwam zelfs geen ledige wagon meer voor.
Zoo leek het ook wel met ons werk. De rails waren weggenomen. Vervoer was er niet meer. Mooi was 't niet. 'k Geloof, dat dit ook langzamerhand wel zal worden hersteld. Gelooft ge het ook met me ? Nu, dan de oude palen maar weer op de oude plaats. Zoekt ze maar op. Ge zult wel helpende handen vinden.
3. De Evangelisatiekring van Amstelveen wil alvast mee doen. Een van haar bestuursleden zond me 8 gld. voor het Studiefonds. f 8.— We betuigen hiervoor onze erkentelijkheid.
4. Van de gemeente te 's Gravenmoer krijgen we den laatsten tijd iedere keer weer een levensteeken in den vorm van een gift, groot of klein. Wij danken hiervoor. ƒ 1,--
5. De gemeente van Veenendaal, vanouds de plaats welke uitstak van de schouders opwaarts boven de anderen, zooals Israels eerste koning — zoo kan zij hetgeen achter haar ligt niet gemakkelijk vergeten. Wat heeft wijlen collega Jongebreur geijverd voor de zaak van den Gereformeerden Bond. Zoo komt het dan ook, dat telkens nog wordt omgezien naar diezelfde dingen. Een spreekbeurt werd er gehouden en zooals dit vaker pleegt te geschieden, werd er gecollecterd. De onkosten er afgetrokken, bleef er nog een goede 30 gld. over. ƒ 30.60
We rekenen er op, dat wanneer de avonden straks weer beginnen te lengen, ook met nieuwen moed de arbeid zal worden voortgezet. Intusschen onze dank betuigd.
6. 't Is al enkele jaren geleden, dat wij in Rijswijk (Z. H.) een vriendenkring hadden, tezamen een afdeeling van den Geref. Bond vormend, welke er zijn mocht. Zoo heel langzamerhand kwam hierin verandering niet ten gunste van wat er in vervloten jaren was gedaan. Zoo kreeg ik nu van den heer A. B. 10 gld., zijnde een jaarabonnement voor De Waarheidsvriend, met het resteerende voor de fondsen. ƒ10.- Natuurlijk blijven wij onze gevoelens van vriendschap houden en zoo het mogelijk is, de band iets aangetrokken. Wij rekenen er alvast op.
7. 't Is nog even te vroeg gesloten, want wat ik opgemerkt heb onder no. 4, als een blijk van meeleven in de gemeente van 's Gravenmoer, is nu wel bewezen. Een dankbaar echtpaar had een tientje gedaan in de collecte voor het Studiefonds. Weet ge wat de kerkvoogdij daaromtrent zich voelde geprikkeld : dan doen wij er nog 5 gld. bij. Zoo kreeg ik van hier ƒ 15.—
8. 'k Wist het wel, dat er in het spreekwoord altijd een element van waarheid schuilt: „aanzien doet gedenken". Onze vriend ds. J. C. Terlouw, van Wezep, kreeg als opdracht onze fondsen te gedenken. Hij had van bevriende zijde, een zekere N.N., 10 gld. gehad. Daarbij voegde hij 15 gld. uit de catechisatiebus. Zoo kregen wij 25 gld. ƒ 25.—
9. Ds. Talsma staat als herder en leeraar in Den Haag. Hij heeft van bevriende en dus meelevende zijde meerdere keeren iets voor onze fondsen ontvangen. Hij verantwoordde deze giften in de Haagsche Kerkbode. Thans zond hij ons een bedrag van ƒ 30.50, waarvoor wij hem en de gevers hartelijk dank zeggen.
10. Wij hadden verleden week als Hoofdbestuur vergadering. Zoo had ik het genoegen, uit de hand van collega Remme te ontvangen een tientje van Q. te IJ. voor onze fondsen. 'kHeb het hem niet gevraagd, maar evengoed zal hij den gever of geefster mijn dank wel overbrengen, 'k Verheug me in deze telkens weerkeerende vriendelijke handdrukken. ƒ 10.—
11. In niet vele plaatsen behoort de Gereformeerde Bond tot de onbekenden. Toch is er wel eenig verschil. In een van die gemeenten hebben we sedert jaren veel vrienden. Dit blijkt uit tal van brieven. En in die briefjes zit dan weer een briefje. Zoo kreeg ik van iemand, die zijn naam nu niet zoo graag ziet afgedrukt in de krant, ook 10 gld. ƒ 10.— Onze vriendschap wordt er nog iets door verstevigd.
13. De Pinksterdagen preekte ik in Ouderkerk a/d IJssel. Na den dienst op 2den Pinksterdag kwam een van onze vrienden met een jongetje aan de hand ons begroeten. Zoo'n enkel woord, zoo'n los daarheen geworpen uiting, en van de wanden der ziel leest ge : die heeft lust in 's Heeren dienst.
Uit brieven kende ik hem wel eenigszins, doch zoo'n enkele ontmoeting zegt toch meer. Hij kon het niet laten, me een briefje in de hand te stoppen van 10 gld. ƒ 10.— De Heere gebiede Zijn gunst in dezen.
13. Van de Evangelisatie te Oudshoorn kreeg ik een levensteeken, waaraan ik mijn opmerkzaamheid niet mag onthouden, 't Ligt wel eenigszins voor de hand, dat hier aandacht wordt verleend aan de fondsen van den Geref. Bond. Hier wordt gedacht aan en gewerkt voor de verkondiging des Woords van den kansel. Een collecte, hier gehouden, vraagt onze aandacht geheel. Deze bracht op ƒ 114.88 Is dit niet een duidelijke uitleg ? Onze vriendelijke dank.
14. De kerkeraad te Huizen blijft in geen deele achter, wanneer er over activiteit wordt gehandeld. Zij leven mee en geven op tal van punten een voorbeeld ter navolging. Zoo werd ook nu een collecte gehouden, welke er zijn mag. Ruim 500 gld. Kijk dit cijfers maar eens aan. ƒ 543.38 De Heere gebiede hierover Zijn rijken zegen.
15. Ik had gedacht, dat ik er nu wel zou zijn. maar neen hoor. Deze zou de heksluiter worden, dacht ik, n.l., dezelfde man, die nog de naam van mijnheer Fliehe me wist te noemen, zou bij mij niet achterblijven, neen, ik kan het me zoo heel goed voorstellen, wat er omgaat en omging, toen de Heere hem met zijn gade, het voorrecht schonk een kwart eeuw te mogen overblikken, met al hun lief en leed. Als de Heere daarin erkend wordt als de Gever en Onderhouder, zie, dan is een offer geheel op zijn plaats. Hij gaf me 25 gld. ƒ 25.— 'k Zag er Gods hand in.
16. Nu nog een tweetal.
Vanuit den omtrek, waar ik mijn eerste levensjaren doorbracht, kreeg ik een postwisseltje van ƒ 2.50 Toen ik nog jong was en het me toen verteld zou zijn, dat voor de zaak van.Gods Koninkrijk uit deze geheel vrijzinnige streek nog eenige steun zou ontvangen — ik geloof, dat ik dadelijk gezegd zou hebben : dat moet ik nog zien gebeuren. Nu, dat is gebeurd, 'k Meen zelfs, een keertje eerder. Mijn oprechten dank.
17. De kerkeraad van Driebergen heeft mij reeds meer dan eens een deel van de collecte voor opleiding tot het predikambt gezonden. Zoo ontving ik thans de som van 27 gld. ƒ 27.—
Godes gunste wijke niet van deze gaven. Opgeteld kom ik tot de slotsom van even meer dan duizend gulden. Is niet beschamend ? Gods doen wordt zoo kostelijk weergegeven in dezen Psalmregel:
Gods doen is enkel majesteit, Aanbiddelijke heerlijkheid. En Zijn gerechtigheid onendig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's