Kort Verslag Synode 9-10 Mei 1946
Eenige opmerkingen in verband met . .. .
1. Het is voorzeker geen gemakkelijke taak en nog minder benijdenswaardig de werkelijke situatie aan critici die afzijdig staan of zich afkeerig betoonen iets nader bloot te leggen. Wanneer ik dat dan toch doe, geschiedt dit uit liefde voor de kerk.
2. De Synode heeft een „Verklaring" gepubliceerd, ten einde verheldering te brengen in vertroebelde gedachten, geuit en verbreid bij woord en geschrift, meest in kerkboden, streekbladen en kleine krantjes. Dat ieder zijn meening zegt, acht de Synode zeer juist, mits deze niet voortkomt uit geruchten, doch gebaseerd is op officieele gegevens.
3. Allereerst merken wij het volgende op : Er zijn critici, die van de Gen. Synode eischen, dat zij optreedt. Afkeerig als men is van dictatuur, geleerd door de oorlogsjaren, zouden velen toch drastische maatregelen verlangen tegen de Vrijzinnigen. Nu heeft men dit in het oog te houden, dat zoolang de kerkorde er nog niet is, wij interim-Synode zijn : d.w.z. tusschentijdsche, voorbereidende Synode. Dit wil heelemaal niet zeggen, dat deze Synode alles maar aan dien spijker ophangt, en er zelf dus niets mee te maken heeft. Het met meer en meer met kracht opdringende waarheidsvraagstuk bewijst het tegendeel. Dit is een proces dat rijpen moet. Eenvoudige lieden, die iets van de Dordtsche Synode afweten, werpen tegen dat deze toch maar direct de Remonstranten heeft uitgeworpen. Van deze eenvoudige personen kan ik aannemen, dat zij dit vanzelfsprekend vinden. Gestudeerden neem ik het echter kwalijk dat zij opzettelijk het kerkvolk misleiden, door te verzwijgen dat de Dordtsche Synode 28 jaren met het waarheidsvraagstuk, zooals het toen stond, geworsteld heeft. De laatste Synode was gehouden in 1586. Omstreeks 1591 begon de worsteling die uitliep op de belissing van 1619.
4. Men verwachte dus van deze Gen. Synode van 1946 geen wonderhoom van Jona. Wars van alle dictatuur, is deze Synode wettig en door de Herv. Kerk samengesteld. Wie nu critiseert, moet bedenken dat wij zijn samengesteld naar democratische verkiezing. Wie Synode zegt, zegt Kerk, en wie Kerk zegt, heeft geen abstracte, denkbeeldige grootheid voor zich, doch het lichaam, waartoe hij zelf behoort. Deze Herv. Kerk is vertegenwoordigd in de Synode. En zij is dat heden zoo goed mogelijk. Komt straks de nieuwe Classicale indeeling, dan zal het nog beter zijn. Wie dus scheldt op de Synode, scheldt op de Kerk, scheldt ook, onbewust op zichzelf. Laten deze heeren nu eens bij zichzelf beginnen. Zij vreezen, dat zoete misstanden worden opgeruimd. Maar dit nog daargelaten, op zijn best vreezen zij, dat de leiding der Kerk mistast en heel het kerkelijke leven in verkeerde banen wordt geleid. Een groot deel is met deze vrees bevangen en die vrees verstaan wij. De Synode is echter niet anders; dan de Kerk is. Ik geloof zelfs dat de Synode nog iets beter is.
Wij werpen verre van ons, dat wij onder de dictatuur staan van het driemanschap: Gravemeyer—Kraemer—Banning. Dit mag gerust openlijk gezegd worden. Er is geen dictatuur.
5. Beweerd wordt hier en daar, dat de vrijzinnigen dan toch maar veel hebben in te brengen. Dat moest de Synode niet verdragen. Genoemd wordt „de Horst" te Driebergen. Voorts de benoeming van mej. dr. Bruining in de Radio. Geen van beiden zaken komt op rekening van de Synode. Ik wil u aan iets anders herinneren : Weest dankbaar, dat de orthodoxie in 's Heeren gunst het zoover gebracht heeft als nu, ondanks 1834 en 1886. Hier hooren wij Hoedemaker zeggen: God beware ons voor een orthodoxe Synode ! Wel foei ! zult gij zeggen. Neen, hij bedoelde : Als de Herv. Kerk orthodox wordt, mag zij in de organisatie van 1816 niet blijven steken! Het kuiken heeft de dop doorgepikt, en ziedaar reeds honderden, die alvast eieren willen rapen! Dit gaat niet. Men moet wachten. Dit stelt teleur. Nu deugt er niets van. Collecteeren voor de Synode doen ze niet. Met het badwater werpen ze ook het kind weg. Wij denken aan den Godvreezenden Kohlbrugge, die zeide, dat de geldgierigheid in de 19de eeuw de Kerk meer kwaad gedaan heeft dan de vrijzinnigheid. Dat is weer net zoo'n woord als van Hoedemaker.
6. Wat toch is het geval ? Critici en onbedachtzamen moeten eens letten op het volgende : Voor 1945 leefden wij in administratief verband zonder wettige Synode als thans, zij het dan ook eenige jaren interim-Synode. Er was geen apparaat. Men kon protesteeren wat men wilde, gelijk gedaan is van 1816—1867, alles schijnbaar vruchteloos. De strijd voor reorganisatie 1867—1945 is met goeden uitslag bekroond. Nu is er het apparaat. De grondslagen worden gelegd naar presbyteriaal systeem. Wilt ge de beelspraak platter en plastischer hebben, mij goed: Daar is een zware balk, vol zware spijkers en krammen. Van 1816—1867 heeft het voorgeslacht met zijn vingers gepeuterd ze er uit te krijgen, het vlak glad te maken, 't is echter niet gelukt. De nijptang ontbrak. Laat zitten wat zit! Neen, zeiden de orthodoxen. Wij willen een gladde boel hebben. Eerst moet de balk om, dan kunnen wij er beter bij! Dit gelukte in 1945. Langzaam maar zeker komt nu het apparaat, het instrument. Nog beter gezegd : het orgaan. Dat raakt gij niet meer kwijt. Nu hangt het er maar van af, of wij kracht genoeg hebben en daarbij de wijsheid, dit apparaat te hanteeren. Werp het Woord Gods maar de Kerk in, en er geschieden groote dingen. Zorg, dat gij, levende in gehoorzaamheid aan het gebod, jongelingen aanmoedigt tot het ambt, met wijsheid, zonder er een kweekerij van te maken, 't Is beter voor uw kerk te bidden, dan al maar op uw kerk te schelden op vergaderingen en in couranten.
7. 't Is er daarom glad naast, wanneer ik in den krant van 11 Mei lees, dat de Gen. Synode kwam tot de „verwerping van elke Chr. Vakbeweging en vooropstellen der neutrale vakbonden". Dit is op zijn zachtst genomen ondoordacht geschrijf. Zóó valt het accent niet. Het accent ligt zóó, ook t.a.v. het Chr. onderwijs : de Synode erkent en waardeert de Christelijke actie, zegt reeds in een rapport van 1941, dat zij geestverwant is met de Kerk, doch waarschuwt tegen verenging, eng maken. (In menige krant stond de hatelijke drukfout: vereeniging). Gezien de werkelijke situatie van heden, heeft de Synode het nog niet zoover gebracht, dat zij in meerderheid rechtstreeks de Chr. Vakbeweging en de Chr. School aanbeval, waarvoor wij krachtig het pleit hebben gevoerd en anderen met ons. 't Is echter onbillijk nu de heele zaak maar te veroordeelen. Tegen zoo'n criticus zou ik zeggen : Waarde vriend, je zit nu al 10 jaar in de Gemeenteraad als S.G.P. of A.R. of C.H. en nog heb je niet gezorgd, dat wij onze wenschen verkregen hebben !
8. „Ja, maar de vrijzinnigen hebben dan toch maar veel in te brengen !" 't Bewijs blijft achterwege. Het Moderamen der Synode is orthodox. Er zijn vrijzinnigen die tegen hun afgevaardigden zeiden : Wat doe jij in Wassenaar bij die orthodoxe lieden, je kunt er toch niets klaar maken. De vrijzinnige groep Van Lunzen spreekt reeds van een capitulatie voor de orthodoxie ! Omgekeerd zijn er vinnige lieden van rechts, die op de classicale vergadering hun ouderling voor de vierschaar dagen, opdat hij rekenschap aflegge van zaken, waaraan de Gen. Synode part noch deel heeft als zoodanig, vgl. punt 5). Dit is alles een spreken vanuit de haeresie, d.i. de ketterjacht, de Dwaalleer, de richtingsstrijd. Het moet anders worden. Wij moeten gehoorzaam worden aan de H. Schrift, hetgeen niet zeggen wil, dat wij nu a priori meteen moeten toegeven t.a.v. Schrift en belijdenis gedwaald te hebben, want er zijn in de Kerk tegenstell ingen. Daarnaast zijn ook schakeeringen.
9. „Aan de belijdenisschriften zal niet getornd worden. Goed. Maar dat is een dooddoener." De criticus zegt verder : Er zal niet uit geleefd worden, het driemanschap moet er niets van hebben! Ik vraag beleefd, werd er dan vóór 1945 wel uit geleefd ? Waar er toen uit geleefd werd, wordt er nu ook uit geleefd, alleen onder een andere en doorbrekende organisatie, die de hanteering van het apparaat mogelijk maakt, of beter : als organisme te leven. „Wij moeten ons door de term : „staande op den bodem der belijdenis" niet laten bedotten" ! Gewis, dat is juist. Er moet door onze jongelieden gestudeerd worden, bovenal biddend onderzocht. Maar de vrees, opgeblazen tot angst, dat wij uit de Kerk geworpen zullen worden, is een voorwendsel om zich in een Jona's vlucht aan alle verantwoordelijkheid te onttrekken. Verder is het dwaas op een openbare vergadering jongelui wijs te maken, dat een Zeeuwsch predikant afgezet is. Er kan een fout zijn in den gang der procedure, geloof maar niet, dat een predikant zoo maar afgezet wordt. Het geval is zeer ernstig. Maar tot heden werd niemand afgezet, nog niet eens geschorst om geuite verwijten van richtingsverschil!
10. Laat ons met Gods Woord moedig voortgaan. Alleen de Pinkstergeest kan uitkomst brengen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's