De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ons Kerkboek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ons Kerkboek

5 minuten leestijd

Het is nuttig en noodig, dat wij ons kerkboek eens bestudeeren. Wij bedoelen niet alleen de dominé's, maar ook de gemeenteleden. Met ons kerkboek is dan bedoeld het kerkboek in zijn vollen omvang, bevattende het Oude en het Nieuwe Testament, de psalmen en eenige gezangen, de drie formulieren van Eenigheid, de formulieren en gebeden, de ziekentroost en de belijdenissen van Nicéa en Athananus.

Men trachtte zulk een volledig kerkboek te vinden. Wellicht ligt er nog wel een bij de oude boeken van grootvader of grootmoeder. Er zijn trouwens ook wel nieuwere uitgaven, b.v. van Jongbloed te Leeuwarden, waarin dat alles is opgenomen.

Wij zouden kunnen zeggen : het gereformeerd kerkboek, zooals dat na de Dordtsche Synode in gebruik was bij de kerken in Nederland.

Dit kerkboek is in den loop der jaren niet ongewijzigd gebleven. In 1773 werd een nieuwe psalmberijming ingevoerd, in 1807 werd daaraan een bundel Evangelische gezangen toegevoegd, later gevolgd door den Vervolgbundel, ook wel genoemd de „nieuwe gezangen". En nog steeds is men doende met gezangen en het werkt aanstekelijk, zelfs op predikanten, die bij de gereformeerde liturgie in de gemeente zijn opgegroeid.

Het kan daarom zijn nut hebben het kerkboek eens nader te beschouwen en er vooral op te wijzen, dat veranderingen in het kerkboek niet zoo onschuldig zijn. Immers zij betreffen evenzeer de leer als een directe verandering in de belijdenisgeschriften.

De invoering der Evangelische gezangen heeft dat wel zeer duidelijk doen zien. Immers het verzet van gereformeerde zijde vond zijn oorzaak vóór alles in den inhoud van zoovele gezangen, die een geheel anderen geest ademen dan die aan het kerkboek eigen was.

Wij erkennen gaarne, dat dit niet van alle gezangen kan worden beweerd, zoodat het mogelijk is daaruit een keuze te doen van gezangen, die met de religie der belijdenis overeenstemmen, althans daarmede niet in strijd zijn. Het is trouwens bekend, dat de confessioneelen zulk een selectief gebruik tot gewoonte hebben gemaakt. Vóór 1 April 1864 was het verplicht minstens één gezang te gebruiken.

Het gevolg is, dat het al of niet gebruik van gezangen tot een kenmerkend onderscheid is gemaakt tusschen confessioneelen en gereformeerden.

Het behoeft niet meer gezegd, dat wij uit principiëele overweging de liturgie van het oude kerkboek voorstaan en de Evangelische gezangen niet gebruiken. En zoolang de kerk niet in de gelegenheid is om op een kerkelijke wijze in overeenstemming met haar belijdenis deze zaak te behandelen en te reguleeren, achten wij dit het juiste standpunt.

Met nadruk wijzen wij er intusschen op, dat de Heilige Schrift het vrije geestelijke lied niet verbiedt. Integendeel wijst het woord van den apostel Paulus er op, dat in de oude Christelijke kerk geestelijke liederen werden gezongen. (Efeze 5 vs. 19 ; Col. 3 vs. 16). Reeds in de tweede eeuw kwam, daartegen verzet wegens de ketterijen welke daarmede in de gemeente werden ingedragen.

Blijkens de „eenige gezangen" hebben ook de reformatoren naast de lofzangen enkele geestelijke liederen opgenomen.

Men kan dus niet beweren, dat geestelijke liederen niet geoorloofd zijn in de liturgie der gemeente.

De gedachte kon daarom opkomen, dat men aan een oplossing der gezangenkwestie zou kunnen tegemoetkomen door een keuze te doen uit de gezangen en een grooter of kleiner getal „zuivere" gezangen te verzamelen. Men zou zich dan voorstellen deze allengs bij de gemeente ingang te doen vinden. Ter zijner tijd zouden die dan aan de „eenige gezangen" kunnen worden toegevoegd.

De gedachte kan verklaarbaar zijn, als men let op hetgeen in de Gereformeerde kerken ten dezen is geschied, en op den bundel, die eenige jaren geleden aan onze kerkeraden werd aangeboden.

Toch meenen wij van dezen weg te moeten afmanen.

Vooreerst zou dit het werk zijn van eenige predikanten en ouderlingen of gemeenteleden wellicht, terwijl de kerk zulke zaken moet doen. Ten andere doet deze Generale Synode, die nog altijd geen echte is, verstandig om deze zaak ter hand te nemen en dat wel uit principieel en tactisch oogpunt. Zij kan niet beter doen dan alles te weren, waardoor de onzekerheid en de verwarring dreigen grooter te worden.

In de derde plaats wordt de kwestie als geheel niet gediend, indien men uit de bestreden bundels een selectie zoekt. De principiëele zijde van het gezangen-vraagstuk moet in de eerste plaats kerkelijk worden bekeken. Met de keuze van een lied is men er nog niet. Het gaat toch om het geestelijk lied. Dat zal in de eerste plaats Schriftuurlijk moeten zijn. Daarover zal men het eerst eens moeten zijn.

In de vierde plaats zal een principiëele herziening van de kerkelijke liturgie ook de gebruikelijke berijming der psalmen betreffen.

Om deze redenen zou het ontijdig of voortijdig zijn onder de huidige omstandigheden deze zaak ter hand te nemen. Er zijn bovendien veel belangrijker dingen, welke de volle aandacht waard zijn. Indien de kerk door Gods genade tot een gereformeerde kerkorde en dat op grond van Schrift en belijdenis mag weerkeeren, is de tijd aangebroken om ook deze dingen aan de orde te stellen.

Maar daarom temeer zal het van belang zijn, dat predikanten en ouderlingen zich rekenschap geven van Ifet vraagstuk en de gemeente voorlichten omtrent het principiëele standpunt en de historie van het gezang. Zij moet weten, dat de Heilige Schrift het geestelijk lied noemt en niet verbiedt. Maar zij moet óok weten, op welke bezwaren het in de kerk is gestuit en aan welken eisch het moet voldoen om deze bezwaren te vermijden.

Dit zal over en weer de overtuiging vestigen, dat een oppervlakkig veroordeelen evenzeer schade brengt als een ondoordachte roep om, wat men dan noemt, het Nieuw-Testamentische lied.

Zoo oppervlakkig en eenvoudig is de zaak niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ons Kerkboek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's