De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet.

4 minuten leestijd

Een verhaal uit het hedendaagsche Palestina

Zij wendde haar hoofd met de wijd geopende, matte oogen eerst naar rechts en toen naar links. Waren hier menschen, bij wie het zakendoen en het leven zóó in overeenstemming waren met den wil van den Allerhoogste, dat die ook op een gewonen werkdag tot Zijn oor en tot Zijn gemeenschap mochten doordringen? Klonk het daareven niet bij die beide mannen, alsof zij baden over kleermakerszaken ? En kort daarop bij twee anderen, van wie één oud en de ander jong was, alsof de verzorging van een akker een soort godsdienstige handeling was?

Eeuwige Schepper ! — was dan nu 't einde niet bereikt ? Waren zij niet in het Heilige Land ? Dat beteekende dit toch zeker !

Suze's gedachten bewogen zich in een kring, en zij greep rechts en links naar de kanten van den houten bank. Begon hier Israels geschiedenis weer opnieuw ? En was het dan nu ook niet de tijd voor den Messias ?

„Leid mij wat verder, Mannia, " riep zij, snel opstaande. „Wij willen meer hooren in de straten, en jij moet mij alles zeggen, wat je ziet. Zoo langzaam is heusch niet noodig — ik kan best wat vlugger loopen. Wij willen gaan waar de onzen wonen, en kijk dan goed uit je oogen."

Zoo liet zij zich door het kind over de straat en langs de huizenrij aan den anderen kant brengen. Haar gehoor en haar tastzin waren zóó fijn, dat zij het vooruit voelde, als zij een groot voorwerp naderde ; haast had zij een leidster niet noodig. Haar voeten voelden met de teenen vooruit. Zelden stootte zij ergens tegen aan, en gedurende den tocht door de bergen had men haar slechts enkele malen zien struikelen.

Weer een tijdlang hoorde zij niets dan de platte volkstaal, tenzij de stukken gesprek, die zij opving, tot een haar geheel vreemde taal behoorden, — Arabisch, Turksch of een deel waren van het gesprek van West-europeesche reizigers. Toen zij een diepe stem Russisch hoorde spreken, verstond zij wel weer woord voor woord, maar nu trok zij Mannia gauw verder, want daarmee wilde zij niets meer te maken hebben, ofschoon een Grieksch-Katholiek geestelijke de persoon moest zijn, die daar sprak.

Mannia vertelde haar, of het menschen waren op roode pantoffels en in wijde gewaden of met omwonden hoofden, die ze tegenkwamen, of vrouwelijke gestalten, die door haar sluiers keken, of Gojim in toeristenkleedij. Alleen als er een van haar volksgenooten aankwam, was de aankondiging overbodig, dan gaf Suze gewoonlijk ten antwoord : „Dat wist ik al, dat kan ik voelen."

Zij gingen nu een hoek om, een zijstraat in, en vandaar weer links een straat in, die naar zee leidde. De blinde was onverzadïglijk, en kon maar niet genoeg vragen. „Ik heb hier nog geen enkel spotwoord gehoord, " zei zij, „wat is dat hier anders dan in Rusland ! Mijn kind, als je nu een bank ziet, ergens in de schaduw, dan willen we daar wat gaan zitten. Ik denk, dat ons hier ook wel niemand van zijn bank zal wegjagen." Mannia ontdekte op een nauwe binnenplaats, waarvan de deur open stond, een slecht getimmerde bank met een rieten zitting. De huismuur diende als leuning. Noch op die binnenplaats, noch achter het venster van het huis was iemand te zien. Op de huisdeur hing een bordje met den Joodschen naam van een schoenmaker. Zij gingen de poort door, en zetten zich neer.

Daar binnen werd wel gewerkt. Men hoorde kloppen, snijden en schaven, het verwisselen van werktuigen, en zoo nu en dan de vreedzame stemmen van een man en van een vrouw. De laatste scheen bezig met huishoudelijke werkzaamheden. Zij spraken Jiddisch — waarschijnlijk waren zij zoo druk bezig om nog klaar te komen voer het aanbreken van den Sabbat. Verder hoorde men niets dan in de verte het geroep van spelende kinderen.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's