Financiën
Postgiro 138421
Wanneer iets in puin ligt, is het eerste wat ge opmerkt een uitroep als deze: „wat is dat verschrikkelijk." „Hoe jammer! Zou het ooit weer goed komen? " „Worden, zooals het geweest is, nooit."
Al maar klachten, 't Mag nog zoo goed te verklaren zijn, dat er harde woorden worden geuit, scheldwoorden, doch hiermede komen wij geen haar-breed verder. Het puin moet worden geruimd. Als het moet tot de fundamenten toe vlak gemaakt en ja wat dan? Opnieuw materialen tezaam-lezen.
Het puinruimen valt niet mee. Daar gaan dagen en weken mee heen. Zoo langzaam gaat alles, dat een voorbijganger zicht afvraagt: „gaat het zoo langzaam ? Mij dunkt het kon wel iets vlugger gedaan".
Zoo is het overal mee. Uit welk oord, uit welke landstreek ge berichten u ziet voorgelegd, 't is één verzuchting: „Vernield in één moment, opgebouwd met moeilijkheden kampend zonder tal."
Zoo is het nu met onzen arbeid precies eender. Wij moeten zoo goed als van nieuws beginnen. Wat er nog overig is van voor den oorlog is vrijwel geheel verouderd. De gegevens ons voorgelegd, zijn die van 1940 en enkele brokken, die niet meer op het heden aansluiten. Hebt ge een adres noodig van een collega, zoo komt het voor, dat ge nauwelijks weet waar hij woont, 't Is waar ook, hij is vertrokken naar welke gemeente ook, ge weet het niet meer. In de laatste jaren is zooveel veranderd, dat ge tast als langs den wand. 'k Zal moeten wachten tot een nieuw kerkelijk handboek is verschenen. Nu dan maar even afwachten.
Zoo komt het dat met meer dan gewone belangstelling wordt uitgezien naar wat wij hopen binnen enkele weken of maanden komen zal.
't Begin is er. Er wordt met bekwamen spoed aan gewerkt. Van alle kanten wordt de roep gehoord : wij zullen zooveel mogelijk ons best doen. 'k Vermeen dat hiervan de blijken zich reeds voordoen.
Van enkele collega's, die met onze fondsen ten nauwste betrokken waren in hun studie-jaren, zenden mij van de in hunne gemeenten gehouden collectes zeer gewaardeerde bijdragen.
Collega ds. Timmer, onze wakkere Secretaris, laat zich niet onbetuigd. Niet alleen in den Waarheidsvriend, maar ook in de plaatsen, waar hij het Woord uitdraagt weet hij de noodige aandacht te vestigen op onzen arbeid.
Zoo kwam hij op de laatste vergadering van ons Hoofdbestuur met een pracht-collecte, welke gehouden was te Appel-Nijkerk, voor het Studiefonds van onzen Bond.
1. Deze bedroeg niet minder dan 300 gulden ruim, n.l. ƒ 305.—
Zie, dat geeft een burger moed. Van de Veluwe mag zoo'n som verwacht worden. Voor de prediking zooals hier wordt uitgedragen wordt hier alles gevoeld.
2. Wat mij ten duidelijkste ook bleek uit een schrijven uit de gemeente Appel-Nijkerk van een echtpaar die onder de preek tot de slotsom waren gekomen : „ook wij willen ons penningske bijdragen ƒ 10.—
Zij zonden aan onzen Secretaris een bijdrage bijdrage van 10 gulden. Zoo mag ik het lijden. Hier geldt wat de Spreukendichter zegt: De zegenende ziel zal vet gemaakt worden, en die bevochtigt, zal ook zelf een vroege regen worden. Spreuken 12 : 25
3. Ds. Steenbeek te Oudewater zond mij de collecte aldaar gehouden voor het Studiefonds, waarmede ik ten zeerste verblijd ben. Deze bedroeg niet minder dan ƒ 187.75. Hij wil de broeders wel onzen warmen dank overbrengen.
4. Van onzen vriend ds. van Dieren te Hei- en Boeicop kreeg ik ook eenzelfde blijk van medeleven. Hij heeft het oude spoor weer opgezocht, getuige dit enkele woord „PaaschcoUecte 1946" ƒ 100.—
't Deed me echt goed. De Heere zegene èn de gift en gebïede Zijn zegen over de gevers.
5. Van de Jong. Vereeniging ,,David" te Slikkerveer zond ds. v.d. Boogert mij 5 gulden. Wij waren het van ouds ook zoo gewend. Hij wil onze erkentelijkheid in deze wel doorgeven. ƒ 5.—
6. Van de Veluwe kreeg ik van den heer B. te W. een briefje van 25 gulden, zijnde een jaarabonnement voor de Waarheidsvriend. Dit is wel niet zuinig berekend. Het overschot, zoo schreef hij, is voor het Studiefonds, 'k Verheug me over deze wijze van steun-verleenen aan onzen arbeid. Hartelijk dank ƒ 25.—
7. Van den heer B. te N. kreeg ik, zooals ik dit alle jaren gewoon was, ƒ 1.50 als gift ƒ 1.50 Hij leeft nog altijd met ons mee in alles. Daarvoor zijn we hoogst gevoelig.
8. Nu nog een tweetal collectes; vanuit Zeeland kwam de 1ste n.l. van ds. Damsté te Stavenisse. Hij heeft aldaar voor onze fondsen ontvangen de som van f 110.67. Een kostelijke bijdrage, waaruit veel waardeering spreekt ook voor zijn arbeid.
9. Onze sluitpost is ditmaal van den jeugdigen prediker van Reeuwijk. Hij is met zijn arbeid onder Godes zegenende hand doorgegaan. Zoo wordt ook de collecte gehouden bij zijn intrede aldaar, aan den voet van den genadetroon neergelegd.
De Heere stelle hem tot een rijken zegen. De collecte bedroeg niet minder dan ƒ115.94. Wij hebben in dezen Godes bijstand ondervonden en houden ons aanbevolen aan Zijn genade.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's