Samenwerking met de Vrijzinnigen?
door W. A. HOEK, Herv. pred. te Amsterdam.
Uit het „ter inleiding" wordt reeds duidelijk, dat de bovengestelde vraag op verschillende bedenkingen van den schrijver stuit.
Ds. Hoek geeft uiting aan zijn bezorgdheid over den huldigen gang van zaken en hoewel hij goed deed zijn „gewetenskreet" te publiceeren, lijkt ons de wijze, waarop hij zich uitdrukt, niet voor allen duidelijk en klaar.
Het ontbreekt intusschen niet aan klare uitspraken. Terecht wijst hij op de voorliefde der vrijzinnigen voor den naam vrijzinnig en op de camouflage van onverzoenlijke tegenstellingen. Terecht legt hij den vinger bij de hoofdzaak, die in het geding is : de Christus der Schriften, welke scheiding maakt tusschen orthodoxie en vrijzinnigheid. Niet een Christus-idee, geen Christusbeschouwingen, maar de Christus. De Christus der Schriften te belijden is de binding der orthodoxie, maar wat is de binding der vrijzinnigen ? Niet de ware positieve Christologie.
Inderdaad is 1946 niet alleen chronologisch dichter bij 1816 dan bij 1618 met zijn feilen principieelen Bogerman (blz. 14).
Dan vraagt hij: Vanwaar toch deze dubbele geest? Is er heden een idolatrie (beeldenvereering) met kerk en kerkelijke houding over ons vaardig geworden, waarvoor de loutere vereering voor den Koning zelven dreigt weggedrukt te worden ? Ik stel deze zware, nare vraag niet zonder reden. Mij persoonlijk is het overkomen, dat ik mijn bezorgde verwondering over den gang van zaken uitende, van een der leiders der Kerk ten antwoord kreeg, dat de Schriftwoorden, waarop ik mij beriep, inderdaad „kernwoorden" waren, maar dat zij in dezen niet onmiddellijk ter zake deden. Heden, bij de reorganisatie der Kerk, was de vraag, of men zich zetten wilde tot het kerkelijk gesprek, en de Kerk viel uiteen in hen, die daaraan wilden meedoen, en die zich afzijdig hielden (blz. M) (wij spatieeren).
Alleszins onze instemming als Ds. Hoek uitroept, dat dit hem toch te machtig wordt. Iemand is klaarblijkelijk kerkelijk aanvaardbaar, omdat hij tot het kerkelijk gesprek genegen is. Dat lijkt heusch op een soort magie, zooals Ds. Hoek het noemt. En als men sommigen over gemeenteopbouw hoort spreken, is dat niet anders.
Dit is een kerkelijkheid, welke wij met alle kracht moeten tegenstaan, omdat het ganschelijk niet kerkelijk is, doch een soort van kerkisme, dat erger is dan de zoo befaamd geworden verburgerlijking.
Er is geen evangelie in twee nuances gegeven, een rechtzinnige en een vrijzinnige. Ds. Hoek wijst er ook op (blz. 22). Daar, waar het Woord in het geding komt, en zulk een schijn wordt gewekt, daar wijst hij samenwerking af.
Wij meenen, dat op kerkelijk erf het Woord altijd in het geding is en zelfs over het geding beslist. Er is geen orthodox en vrijzinnig Evangelie. En zij die van richtingen niet willen hooren en een gelijkschakeling drijven, zijn het daarmede in hun hart eens, want zij willen ons gaarne doen gelooven, dat de vrijzinnigen eigenlijk niet meer vrijzinnig zijn. Deze laatsten echter gevoelen heel weinig voor gelijkschakeling met de orthodoxie, blijkens het feit, dat zij den vollen nadruk leggen op den naam vrijzinnig. Zij zijn met de nieuwe kerkelijkheid meer ingenomen dan met de belijdenis der kerk.
Anderzijds staat de orthodoxie ook op gespannen voet met de gelijkschakeling. Want het gaat niet om de kerk en haar geloof bij de voorstanders van deze nieuwe kerkelijkheid, maar om de heerschappij van een onschriftuurlijk theologisme, hetwelk tegelijk boven de vrijzinnigheid en boven de orthodoxie uitgaat, en voor de echte vrijzinnigheid evenmin ruimte biedt als voor de echte orthodoxie.
Hier doemt een soort dictatuur op, die voor het welzijn der kerk een groot gevaar kan worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's