Huisbezoek
Welk een nuttig werk is toch het huisbezoek. Zeker, de bediening des Woords op den rustdag staat voorop. Maar het is ook noodig, dat het evangelie van Gods genade zal gebracht worden in de woningen van de menschènkinderen. Onze vaderen waren gewoon om voor het houden van het H. Avondmaal de leden der gemeente te bezoeken. Huisbezoek was dan eigenlijk een herderlijk zielsbezoek. De gemeenten hebben thans zulk een omvang aangenomen, dat het vrijwel onmogelijk zou wezen om dat te doen.
Maar dat neemt niet weg, dat het toch ernstig te laken is, wanneer in een gemeente met huis- en ziekenbezoek gesloft wordt. Er zijn tal van gezinnen in vele gemeenten, die nooit meer naar de kerk gaan. Misschien zijn tal van deze menschen nog te winnen. Het zijn wellicht menschen, die in hun jeugd de kerk, de christelijke school of de zondagsschool nog hebben bezocht. Er liggen dus nog aanknoopingspunten met het verleden. Door ze trouw te bezoeken is menigeen nog te winnen.
Ze zijn althans nog onder de prediking des Woords te lokken. Indien deze menschen niet tot de kerk wederkeeren, dan krijgen we straks met een volgend geslacht te doen, dat niet meer gedoopt is en dat nergens meer van af weet. Een geslacht, dat zich om God en om Zijn gebod en om de kerk absoluut niet meer bekommert. Het zal moeilijk zijn om ze dan nog te winnen. Dan wordt het weer een taak van de inwendige zending om moderne heidenen in een Christenland te bekeeren.
Ja, lezers, zoo ver zijn we in vele gemeenten reeds gekomen.
Laat ons dan wel bedenken, dat de zaak van den Koning haast heeft. De velden zijn wit om te oogsten. Predikanten en ouderlingen moeten er op uit trekken om menschenzielen te winnen voor Koning Jezus.
Wat een heerlijk werk! Wat een verantwoordelijk werk ! Wee onzer, als we het niet zouden doen ! De Heere heeft gezegd, dat Hij het bloed van de schapen, die niet werden gewaarschuwd door de ontrouwe herders, van hunne hand zou afeischen. Maar daartegenover stelde de Heere, dat de herders vrij zouden zijn van het bloed van allen, aan wie ze de waarschuwende boodschap hadden gebracht.
In vele gevallen liet de kerk helaas weinig van zich hooren. De afgedoolden werden niet meer opgezocht. Men liet Gods water maar over Gods akker loopen. Het eenige wat er gebeurde was dit: men zond een aanslagbiljet voor de kerkelijke belasting. En in sommige gemeenten stuurde men den deurwaarder op het dak van degenen, die weigerden te betalen. Eigenlijk schande voor de kerk, die hare leden alleen maar gebruikt als een citroen om er nog een paar droppels heerlijk vocht uit te knijpen, zonder verder naar hen om te zien.
Ik heb een collega gekend, die geweldig te keer kon gaan en met zijn vuist op den kansel sloeg als hij het had over de ledige plaatsen. Maar de afwezigen hoorden het niet en de aanwezigen, voor wie het niet bestemd was, ergerden zich. O nog eens, laten we als ambtsdragers den tijd uitkoopen, dewijl de dagen boos zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's