De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bekrompenheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bekrompenheid

5 minuten leestijd

Zoo nu en dan ontdekt men, dat sommige menschen hun kitteloorigheid niet kunnen verbergen, indien iemand beweert, dat een Christen geen lid van de Partij van den Arbeid kan zijn.

Het is o.i. wel heel duidelijk geworden, dat men geenszins alleen staat, als men zoo iets beweert. Het positief belijdend Christendom heeft zich, wat dat betreft, niet onduidelijk uitgesproken. Wellicht wordt deze gansche menigte door hem die beweert, dat hij juist, omdat hij Christen is, bij de Partij van den Arbeid gaat, van bekrompenheid beschuldigd.

Het komt meer voor, dat arrogantie zoekt aan te vullen wat uit anderen hoofde ontbreekt. Mogelijk zal het dezulken dan ook geen aanleiding geven tot nadenken, dat zij met hun ruimheid wat afgezonderd komen te staan.

Zelfs prof. Kraemer liet zich na den uitslag der verkiezingen eenige ontboezemingen ontvallen in een artikel : „De teerling is geworpen", die blijk geven, dat hij zich al te zeer liet leiden door zijn eigen visie op de problematiek van de wereld van heden. En zelfs, indien zijn diagnose van den kerkdijken toestand en inzonderheid van de orthodoxie juist ware, gemeten aan dien maatstaf, dan zou zij nog niet juist zijn ten aanzien van den maatstaf waaraan de orthodoxie behoort gemeten te worden.

Of prof. Kraemer dat ook bekrompen zou vinden ? Hij is er in ieder geval niet geheel onschuldig aan, dat degenen, die hem in deze zaak volgen, zulke dingen zeggen.

Overigens is de ruimheid voor een Christen eerder een gevaar dan de bekrompenheid, of liever, wat anderen spoedig geneigd zijn daarvoor uit te kramen.

Doch, waarop beroemt de man zich boven zijn „bekrompen" broeder, omdat hij in zijn Christen-zijn grond meent te vinden om lid te worden, let wel lid te worden, van een Partij, welke krachtens oorsprong, samenstelling en beginsel uitgesproken revolutionair is.

Uit niets is gebleken, dat de Partij van den Arbeid, meerendeels uit Sociaal-democraten en vrijzinnig-democraten bijeengebracht, zich heeft bekeerd tot het Christendom en een Christelijk politieke partij is geworden. Wij zeggen ook niet, dat zij dat beweert. Maar zij is een partij. Wat recht heeft nu deze groep van menschen boven degenen, die van Orthodox Christelijke overtuiging zijn, om een partij te vormen ?

Wel een Partij van den Arbeid en een partij van Communisten, maar geen Christelijke partijen, want deze verdeelen de nationale eenheid..

Het Christendom moet als een zuurdeeg zijn, zal men wellicht zeggen. Dat zal het ook zijn, voor zoover het waarachtig is. Doch als dat een Christen kan bewegen om als zoodanig in de Partij van den Arbeid te gaan, — welnu — wat andere strekking kan daarin zijn gelegen dan dat de Partij van den Arbeid zou gekerstenden en dus een Christelijke partij zou worden en de anti-these werd verschoven tot eene tusschen Christelijke partij en Communisme.

Wanneer iemand meent, dat zulk een politiekeinwendige-zending op zijn weg ligt, welaan. Mogelijk houdt hij het er ook voor; dat alle Christenen dat moesten doen. Maar dan gaat hij van de anti-these uit en begeeft zich op een soort zendingsterrein met bijzondere strekking, n.l. politieke kerstening. Zulk een arbeid zou dan wel een bijzondere inleiding in de beginselen eener Christelijke levens- en wereldbeschouwing behoeven.

Ook zoo beschouwd wordt de figuur nog niet helder. Want wie lid is van de Partij van den Arbeid, aanvaardt daarmede haar beginselen en is mede verantwoordelijk voor haar streven. Zoo niet, dan zal hij krachtens zijn Christelijke overtuiging steeds aanleiding vinden tot protest om zijn geweten te ontlasten. Niemand kan twee heeren dienen.

Het schijnt wel, dat de na-oorlogsche mensch wil dienen. En als hij dan naar het woord van prof. Kraemer voor het absoluut Heer-zijn van Christus in de Partij van den Arbeid wil opkomen, zal het Woord van den Christus zijn grond en gids moeten zijn. Hij ontkomt niet aan een theologisch uitgangspunt. En dan komt hij al weer bij de kerk en haar belijdenis terecht. Een Christen heeft toch slechts één theologie, n.l. die, welke uit de kerk, waartoe hij behoort, derhalve uit haar belijdenis opkomt.

Tenzij men een kerkelijke vrijbuiter wil zijn, is men toch aan de belijdenis zijner kerk gebonden. En het is nog volstrekt geen bekrompenheid, als men dat doet.

Zoo komt de vraag, of een Christen lid van de Partij van den Arbeid kan zijn in de concrete situatie neer op de vraag, hoe men tegenover de belijdenis van zijn kerk staat. Het is derhalve niet zonder beteekenis, dat het positief belijdend Christendom een duidelijk afwijzende houding heeft aangenomen.

Wie dit aan bekrompenheid wil toeschrijven is daarvoor zelf verantwoordelijk. Voor de orthodoxie heeft het zijn beteekenis, dat de mannen van de synthese de z.g. nieuwe theologie aanhangen, welke uit theologisch oogpunt beoordeeld in menig opzicht een revolutionair karakter vertoont.

Zoo verraadt de politieke synthese in de tegenstelling vóór of tégen de Partij van den Arbeid een theologische anti-these tusschen de traditioneele gereformeerde en deze z.g. nieuwe theologie.

Deze tegenstelling is niet nieuw. Zij bestond reeds langer in de bekende richtingen, welke in ethische en vrijzinnige uiteengingen. De nieuwe theologie vindt haar aanhang grootendeels onder een groep van ethischen, die een doorbraak dezer theologische richting op het oog hebben. Wij zeggen een groep van etischen, want ook onder dezen zijn er niet weinigen, die van zulk een doorbraak geen heil voor de kerk verwachten, omdat het er op neer zou komen links de vrijzinnigen en rechts de orthodoxen buiten te sluiten.

Wie op zulk een wijze de kerk meent te kunnen saneeren heeft zich wel af te vragen, of hij meer dan een kerkidee zal overhouden. Zelfs de meest tegemoetkomende houding jegens de vrijzinnigen, zal niet bij machte zijn de echte vrijzinnigheid te bevredigen, tenzij men van iedere confessioneele gebondenheid afziet. Anderzijds zal de orthodoxie haar belijdenis nimmer prijsgeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Bekrompenheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's