Kerkelijke tucht
Onder ons wordt wel eens heel gemakkelijk over de kerkelijke lucht gehandeld. Men spreekt althans niet zelden op een ondoordacht rigoristische wijze. En voor velen is de saneering van het kerkelijk leven zoo eenvoudig, dat men het overbodig vindt daarover lang te denken. Men kan met een gemakkelijkheid over anderen oordeelen en met dezelfde gemakkelijkheid lost men het kerkelijk vraagstuk op.
Wat niet gereformeerd is naar eigen inzicht behoort immers niet in de kerk. En waar ligt dan de grens?
Laten wij even aannemen, dat al wat zich zelf voor gereformeerd houdt in kerkelijken zin ook gereformeerd is. Wat zich voor gereformeerd houdt ? Men kan uit den mond van hen, die zich onder de z.g. ethischen scharen of schaarden en daarvoor worden of werden gehouden, hooren, dat zij zich bij uitstek gereformeerd noemen. Mogelijk houden de Barthianen zich ook voor gereformeerd, sommige misschien voor een verbeterde editie van gereformeerdheid. Het begrip gereformeerd heeft vele nuanceeringen. En als men het aan een persoonlijk oordeel zou overlaten de kerk te „zuiveren", zou dit hoogst willekeurig en onzuiver gebeuren.
Daarom is het goed, dat de toepassing der tucht kerkelijk en naar kerkelijke orde geschiedt. En het is ook nuttig te bedenken, dat er in verschillend opzicht van tucht gesproken v/ordt. Het opzicht over de prediking b.v. is van anderen aard dan dat over leer en leven der gemeenteleden.
De eerste tucht welke noodig is ter saneering van het kerkelijk leven begint met het opzicht over de prediking. Dit betreft alzoo de bediening des Woords in overeenstemming met de belijdenis der kerk.
Wij spreken van handhaving der belijdenis en daartoe behoort allereerst, dat zij functioneert. Welnu de eerste functie der belijdenis is hierin gelegen, dat de gemeente overeenkomstig haar belijdenis uit het Woord wordt bediend. Men moet, als men in eenige Hervormde Kerk komt, niet in het onzekere zijn, of men daar een vrijzinnige redevoering, een stuk theologie van dr. X, een bestrijding der traditioneele orthodoxie. een wijsgeerig betoog of een prediking naar de belijdenis zal beluisteren.
Daarentegen moet men in het vertrouwen kunnen opgaan, dat de kerk aan alle plaatsen, waar haar prediking wordt gehoord, getrouw is aan haar belijdenis.
Dit is het eerste stuk der tucht, hetwelk de kerk noodig heeft. Daar is de kerk, waar het Woord recht gepredikt wordt. Men kan vragen : wat is recht? Daarop is kerkelijk beschouwd slechts één antwoord : overeenkomstig de belijdenis der kerk. Immers de kerk belijdt niet een geloof, dat zij voor valsch of twijfelachtig houdt. Zij belijdt naar haar beste weten naar waarheid. Zij belijdt ook in haar prediking. Prediking is getuigenis der waarheid en daarom en in zooverre ook belijdenis. Derhalve kan het niet goed zijn, als de prediking wat anders belijdt dan de Confessie. Tenzij de Confessie niet in overeenstemming is met de Heilige Schrift als regel des geloofs. Iemand kan b.v. persoonlijk van meening zijn, dat de Confessie op eenig punt niet zuiver is, maar dan moet hij het der gemeente openlijk zeggen en aan de hand der Schrift aantoonen, opdat er kerkelijk kan worden gehandeld.
In het algemeen kan men dus de zaak zoo stellen, dat de gemeente recht heeft op een prediking naar de belijdenis.
Nu de belijdenis sedert zoovele jaren niet werd onderhouden en door de prediking werd veronachtzaamd, heeft de gedachte bij sommigen post gevat, dat de kerk van heden haar heeft overleef en wat anders behoeft. Deels schijnt dit slechts op formeel bezwaar te stuiten. De vorm en uitdrukking zou veranderd zijn. Deels ook acht men de historische omstandigheden zoozeer gewijzigd, dat de nieuwe situatie een nieuw belijden vraagt.
Ten slotte ontkent noch de een noch de ander, dat wij heden toch dezelfde religie behoeven en moeten bedoelen, waaruit de reformatoren geleefd en beleden hebben. Dit laatste spreekt voor zichzelf, maar het is nog volstrekt niet zeker, dat men dezelfde religie bedoelt en dat men uit die religie leeft.
Waar dat het geval is, neemt men geen aanstoot aan den klassieken vorm der belijdenisschriften. Het tegendeel is veeleer waar. En hoe ook de historische omstandigheden zijn gewijzigd, wie hetzelfde geloof deelachtig is, waaruit de reformatoren hebben geleefd, zal in de belijdenis de sporen ontdekken van verschillende vragen, die de zestiende-eeuwsche kerken beroerden, vragen, die nog haar actueel karakter niet hebben verloren, terwijl de belijdenis der vaderen de richting bepaalt, waarin de vragen des tijds een antwoord kunnen vinden.
Daarom is het geboden critisch te staan tegenover den roep om vernieuwing en te waken tegen een zucht naar aanpassing aan allerlei denkbeelden, welke met de gereformeerde religie en het wezen der kerk niet in overeenstemming zijn.
Wij komen dus voor het behoud en voor het herstel van het gereformeerd karakter der Hervormde Kerk op.
Maar nu een andere kant.
Indien de gereformeerde belijdenis ten grondslag van de kerkelijke saneering wordt gelegd, hetgeen noodzakelijk is om tot een kerkelijke orde te komen, die ook kerkelijk kan handelen, dient men zich een klare voorstelling te maken van de vraagstukken, welke daarbij om een oplossing komen vragen.
Men moet zich daarbij op het standpunt stellen, dat deze taak nu eens ware opgedragen aan mannen van de gereformeerde belijdenis en dat men persoonlijk mede de volle verantwoordelijkheid droeg, deel uitmakende van de vergadering, die voor deze taak is gesteld. Feitelijk rust die toch op iederen kerkeraad en op ieder lid van een kerkeraad.
Hoe stelt men zich dan een gereformeerd kerkelijk leven voor?
Wij laten het bij deze eene vraag, opdat een iegelijk, die belang stelt in de dingen, daarover zijn gedachten eens late gaan. Want het gaat er om uit de wanorde, waarin wij verkeeren, zoo de Heere wil, te komen tot een kerkelijke orde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's