MEDITATIE
Alzóó
Alzoo verloste de Heere Israël aan dien dag uit de hand der Egyptenaren. Exodus 14 : 30a.
Op dit kritieke moment leert het Bondsvolk de heerlijkheid der volkomen verlossing kennen. De Heere God geeft in en aan Israël en op grond daarvan aan de ware Kerk des Heeren de verlossing als zaak en daad des Heeren. En het volk Israël had de goddelijke onderwijzing in den weg en de middelen ter volkomen verlossing nog hard noodig.
Ofschoon uitgeleid uit het diensthuis was het toch nog niet geheel en al vrijgemaakt van het juk der dienstbaarheid. Nog altijd dreigde de macht van den gehaten en den hatenden Farao. En het schijnt wel alsof de Heere God Zijn volk na de wondervolle uitleiding uit Egypte alsnog overgeeft aan het geweld van den fanatieken vervolger. Immers vlak voor de Roode Zee werd het volk als in een val gelokt, zoodat Farao, zoodra hij zulks verneemt, met al zijn macht zich opmaakt om de Kerk des Heeren te verderven en verdelgen. Farao grijpt de kans, die hem gegeven wordt, met beide handen aan en de Egyptenaren jaagden hen na, en achterhaalden hen, daar zij zich gelegerd hadden aan de zee ; al de paarden, de wagens van Farao en zijne ruiters, en zijn heir (vs. 9).
Wat was de positie van Israël benard. Zóó benauwd, dat zij eensdeels tot den Heere riepen, maar anderdeels zich vol bittere verwijten keerden tegen Mozes en met de bitterheid, het ongeloof eigen, verklaarden : „hebt gij ons daarom, omdat er in Egypte gansch geene graven waren, weggenomen, opdat wij in deze woestijn sterven zouden? Waarom hebt gij ons dat gedaan, dat gij ons uit Egypte uitgevoerd hebt? Is dit niet het woord, dat wij in Egypte tot u spraken, zeggende : Houd af van ons, en laat ons de Egyptenaars dienen ? Want het ware ons beter geweest de Egyptenaars te dienen, dan in deze woestijn te sterven".
Welk een taal en dat uit den mond van dat volk Gods, dat eindelijk na lange bange jaren van onderdrukking en slavernij is verlost en bevrijd ? Het had zich een geheel anderen weg uitgedacht, dan God, de ware en blijvende Leidsman, Zijn volk had gewezen door wolk- en vuurkolom.
De zwaarste beproeving kwam nog achteraan en nu verkiest het den staat der dienstbaarheid boven den gewissen ondergang en dood, die nabij schenen.
Wat weet dat volk weinig, ja niets van de verborgen heilswegen des Heeren af, waarin de Heere aan Mozes krachtens bijzondere openbaring tevoren inzicht gaf en op grond waarvan de knecht des Heeren het verbijsterde volk moed inspreekt en getuigt van het heil des Heeren, dat Hij heden aan hen doen zal.
Niet ondergang en dood zijn nabij, maar het heil des Heeren.
Het vleeschelijk verstand kent de wondere wegen en middelen ter verlossing niet alleen, maar acht juist die weg de meest afdoende om aan alle verlossing een eind te maken.
In dezen diepen afgrond van ongeloof en dies van ondergang zou het volk des Heeren zijn verzonken, wanneer het Hem niet had behaagd de heerlijkheid Zijner goddelijke verlossing, volkomen uitredding in Zijn vrij- en almachtige genade te schenken. Dat volk moest zich lederen weg en alle middel zijnerzijds zien ontvallen, om alleen door den Heere te worden behouden.
Hoevelen zijn en blijven er, die nog altoos eenige hoop op behoud koesteren, omdat zij meenen dat de middelen en gronden daartoe bij henzelf aanwezig zijn? Zoolang zij nog eenig uitzicht op verlossing hebben naar hun eigen menschelijke bevattingen en veronderstellingen, leven zij voort op grond van deze valsche verwachtingen. En als nu met één slag krachtens de onmisbare en onuitwijkbare leiding en onderwijzing des Heeren al deze verwachtingen worden verijdeld, wat dan?
Te willen vluchten en nergens heen te kunnen, terwijl de dood voor oogen schijnt, brengt het volk des Heeren in de grootste nood en stelt het op de zwaarste proef.
Toch — om de volkomen heerlijkheid der goddelijke verlossing te kunnen en te mogen smaken, moet het geheel en al worden uitgeledigd, moet het gezift als de tarwe.
Want dit volk zal door des vijands zwaard niet sterven, maar leven!
Mozes wijst dit volk den eenigen weg, den weg Gods door de zee. God baant Zijn volk den weg door de woeste baren en legt het pad door de breede stroomen.
Zóó en niet anders is de weg der volkomen verlossing. Die weg is bepaald door Gods souverein welbehagen en voldoet aan al de eischen Die de Heere God krachtens Zijn deugden stelt aan de verlossing.
Zoo komt het dat ons tekstwoord begint met het woordeke „alzóó".
Het kan niet anders, dan in den door God bepaalden weg en met de middelen die Hij verordineert.
Hoevelen laten terzake der verlossing en den Verlosser eigen inzichten gelden. Verlossing en Verlosser worden gefatsoeneerd naar eigen model. Menschelijke maatstaven worden aangelegd om de wegen der verlossing kritisch te beoordeelen, aan te nemen of te verwerpen.
Maar God de Heere roept Zijn Kerk een „halt" toe en waarschuwt haar af te zien van zichzelf, niet zich te laten leiden door de eigen overwegingen des harten, maar zich onvoorwaardelijk over te geven aan de leiding en onderwijzing van Zijn Woord en Geest.
Dit „alzoo" zet een streep voor goed door alle menschelijke berekening, redeneering en verwachting en opent een inzicht en uitzicht op het groote, wondervolle feit van de goddelijkheid der verlossing.
Het leert ons, dat de verlossing een verborgenheid is en blijft voor het natuurlijk verstand en zegt ons, dat ter onzer verlossing alleen goddelijke genade en almacht noodig en aanwezig is. De vraag naar de verlossing zal altijd weer actueel worden, wijl er steeds weer de dreigende nood van dood en verderf reëel is.
Verlossing is van 's menschen kant onmogelijk. Dat zal de Kerk des Heeren, door God gekend, leeren verstaan. Het is een harde les voor het vleesch ; onaannemelijk en verwerpelijk, onredelijk en ergerlijk.
God geeft Zijn geliefden Zoon en doet Hem aan het kruis sterven, opdat door Zijne geheel afdoende Zelfofferande volkomen verlossing zou worden teweeggebracht.
Het „alzoo" stelt vast dat de verlossing uit Zion komt en zoo geheel en al zaak des Heeren is, dat er niets van den mensch, van den begenadigde in aanmerking komt en komen kan.
Alzóó wil zeggen : alleen krachtens Mijn souverein Welbehagen en door Mijn goddelijk Alvermogen en op grond van de eeuwige liefde, die Mij bewoog.
Israels verlossing is nooit verlossing van Israël door Israël. Nimmer stelt de Heere dat volk in een positie of rust het toe met gaven en krachten, waardoor het zelf de verlossing tot stand kan brengen.
Integendeel. Dat Israël moet zich zoo in de greep der Egyptenaren gevoelen, dat het geen uitzicht op ontkoming meer heeft. Hoe lastig en pijnlijk is dat!
Als de overmacht van den vijand uwer ziel zoo groot is, dat de verlossing niet alleen ondenkbaar, maar ook onuitvoerbaar u toeschijnt.
En toch mag aan deze gevoelens, hoe verklaarbaar ook, niet de minste steun worden verleend. Zij miskennen het karakter van Gods trouw en van de volstandigheid van Zijn wegen en werken. Des Heeren volk is zoo nauw met den Heere verbonden, dat niemand en niets scheiding kan maken tusschen Hem en Zijn erfdeel.
Dat erfdeel is het voorwerp van Goddelijke verlossing. Midden in den dood zal het leven en Zijn vijanden zullen sneven.
,,Alzóó verloste de Heere Israël aan dien dag uit de hand der Egyptenaren".
Wie de mogelijkheid van Zijn verlossing blijft ontkennen of in twijfel blijft trekken, verzondigt zich aan hetgeen de Heere in Zijn Woord nadrukkelijk verklaart en laat boekstaven.
Dat Woord spreekt en getuigt van de verlossing door 's Heeren hand alleen en moet dus door het geloof, en zal ook door het geloof, dat de Heilige Geest ontsteekt in de harten, worden aanvaard. Met den dood voor oogen kunt gij alleen deze verlossing als een genade-gift Gods ontvangen. De Heere schenkt Zijn volk de waarheid en de werkelijkheid der volkomen verlossing. Alleen in het aangezicht van den getrouwen Verbondsjehova is de verlossing heerlijke werkelijkheid, die alle ongeloof beschaamt en alle bijgeloof als ijdel verwerpt.
In het „alzóó" ligt begrepen dat niemand dank en aanbidding toekomt dan aan Israels God, Die wonderen werkt.
De verlossing — die waarlijk den naam van verlossing verdient — is des Heeren.
Geen menschelijke kracht, geen menschelijk idealisme kan ook maar eenigszins vrij maken van de heerschappij der zonde en des doods; van de verzoeking en het geweld van satan, van de misleiding der wereld.
Ook de bevrijde volkeren spannen zich tevergeefs in om een nieuwen staat van zaken te scheppen, waarin vrede en eendracht en geluk het deel van allen zullen zijn.
God stelt en handhaaft de tegenstelling tusschen Israël en de Egyptenaren, tusschen kerk en wereld en geen kunstmiddelen zullen in staat blijken deze tegenstelling op te heffen.
Op hetelfde moment waarop de kerk haar volkomen verlossing ontvangt, gaat de wereld tenonder.
Israël juicht aan den overkant van de Roode Zee, en zingt zijn lofzang ter eere Gods ; en de Egyptenaren liggen dood aan den oever der zee.
Laat Israël Israël zijn, d.w.z. laat het zijn hoop op Gods ontferming bouwen, dan zal blijken dat de Heere machtig is te verlossen uit allen nood en dood, en dat Hij ter Zijner beschikking heeft en houdt de middelen en wegen waardoor Hij uit allen nood redden kan en wil en zal.
Het „alzoo" gaat uit boven alle menschelijke verwachting, maar beantwoordt geheel en al aan den goddelijken raadslag, waarin de Heere aan Mozes verklaart dat Hij zal worden verheerlijkt aan Farao en aan al zijn heir.
Wat geschied is aan de Roode Zee, is beeld en voorbeeld van de doorgaande en voortgaande verlossing van al het volk des Heeren.
God geeft de structuur van Zijn verlossingsplan aan en laat zien dat de verlossing alleen tot stand komt en gekomen is door den Verlosser, die door Zijn dood het leven geeft aan al de Zijnen ; Die door Zijn verrijzenis de machten des doods en der hel voor eeuwig heeft overwonnen en aan al Zijn volk de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods doet beërven.
Hoe gelukkig en zalig is dat volk, dat zegt en zingt: „Want deze God is onze God" en welk een onschatbaar voorrecht persoonlijk onder de leiding des H. Geestes te verstaan dat alleen de volkomen verlossing Gods door Christus Jezus u alleen rechtvaardigt, zaligt en verheerlijkt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1946
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1946
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's