De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KORT VERSLAG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KORT VERSLAG

12 minuten leestijd

VAN DE GENERALE SYNODE 22—25 JULI 1946, OP DE HORST TE DRIEBERGEN.

1. Na de gebruikelijke opening door den Praeses, kwamen eerst eenige benoemingen aan de orde, o.a. ds. R. Dijkstra van Amsterdam tot Voorzitter van den Raad voor Kerk en School en ds. E. Emmen als lid van het I.K.O.R.

2. Gesproken wordt over een mutatie-commissie als noodmaatregel, al was het maar voor vijf jaren. Vele predikanten willen gaarne naar een ander milieu, ook vanwege de Kerk en om de Kerk. Hoe staat het met de leger- en vlootpredikanten? Ie. De benoeming geschiedt door de Interkerkelijke Commissie van Voordracht, 2e. bekrachtiging en betaling vanwege het Directoraat-Gen. door den Minister, 3e. de beroeping door de Synode. Er zullen nog vijf á zes predikanten geruimen tijd werkzaam moeten zijn.

3. Na de bekende benoemingen van ds. G. C. v. Niftrik (Dogmatiek, Vaderl. Kerkgesch. en Zending) en ds. H. de Vos (Bijb. theol. Pr. theol. Kerkrecht en Chr. Ethiek) tot kerkelijk Hoogleeraar te Amsterdam, werd gevraagd naar onze verhouding t.o. de Vrije Universiteit. Ds. Houders deelt mede, dat hij voor een belangstellend publiek aldaar een lezing heeft gehouden. Reeds ging kort geleden een drietal studenten over naar de N. H. Kerk, terwijl nog enkelen volgen. Hoewel het Candidaatsexamen geen onmiddellijk effect sorteert, behoeven de V.U.-studenten natuurlijk niet de geheele studie over te doen.

4. Een Commissie voor de Catechese wordt ingesteld.

5. Voor Kerk en Israël zal ds. W. ten Boom tijdens zijn langdurige ziekte worden vervangen door ds. Dekker van Amsterdam.

6. De heer W. J. Hemmes refereert over het Diaconaat. Na een historisch overzicht vanaf 1824, wil hij, gedreven door den nood der tijden het Diaconaat uitbouwen. Het Diaconaat moet op breeder basis komen, de zorg voor het misdeelde kind en verdere aangelegenheden op sociaal terrein moeten aan Diakenen worden toevertrouwd. Gesteld dat de wekelijksche steun bij de Overheid kon ondergebracht worden, dan blijft de voorziening in bizondere nooden voor de Diaconie en kan zij zich werpen op de tot standkoming van Internaten tot opleiding van 1e sociale werksters, 2e gezinshulpen en 3e gezinsverzorgsters. De vraag is echter of de diakenen daartoe bereid en bekwaam zijn, daar dit nieuwe gezichtspunt groote reactie in de gemeenten zal wekken. Het gereformeerde beginsel acht overheidsbemoeienis funest. De Federatie van Diaconieën is er in gegaan, maar de vraag rijst, of daar nog plaats voor is, nu er een Alg. Diaconale Raad bestaat. Opgemerkt wordt, dat de diaconie ook een stuk gerechtigheid is. Diakenen moeten goed gefundeerd zijn, daar wij straks ook opgeleide W.I.K.A.'s krijgen. De Kerken steunen jaarlijks met 38 milioen, de Overheid met 110 millioen gulden. In Utrecht zijn op de 60.000 Hervormden 250 steungevallen. Dit is zeer weinig. Toch wordt gevraagd of het juist is, dat de Overheid enkelvoudig steunen moet in plaats van de Kerk. In Utrecht bestaat een inrichting voor opleiding tot Gemeentezuster „de Rank". Over de wijze waarop het probleem valt op te lossen wordt een studie-Commissie ingesteld, terwijl bedacht moet worden, dat de taak van de Hervormde diaconie een eenigszins andere is dan die van een gescheiden Kerk.

7. De heeren Oostra en Fagel refereeren over het jeugdwerk. De jeugd der Zondagsscholen dient opgevangen te worden. In de toekomst moet iedere Classis een jeugdleider hebben. Prof. Kraemer protesteert tegen de verbreide meening, alsof de G.S. geadviseerd zom hebben de Chr. jeugd maar naar de neutrale vereenigingen te zenden. De Kerk heeft niet alleen recht op, maar ook een plicht tegenover de jeugd. Vooral de Catechisatie mag niet verwaarloosd worden door de zich verontschuldigende jeugd. Wij moeten pogen de buitenkerkelijke jeugd te vangen.

8. Ds. Landman doet mededeelingen over den Raad van Kerk en Publiciteit. Een dertigtal werkt thans aan dit bureau, thans gevestigd Javastraat 100. Ds. Van der Zee vraagt hoe het komt, dat het aantal abonné's in G.B.-kringen zoo gering is. Ds. Krop wijst op het karakter van : De Vriend des Huizes. Voorts op onverantwoordelijke artikelen. Er zijn ook kerkeraadsleden die liever de Blijde Boodschap lezen. Prof. Kraemer is van oordeel, dat er critiek moet komen. Honders vraagt naar de grenzen van de verantwoordelijkheid van Redactie en Synode. Hoe staat het met den Raad voor Kerk en Publiciteit? Hebben de leden altoos durende zitting ? Geantwoord wordt dat het blad in technische verzorging volgens deskundig getuigenis bovenaan staat. De moeilijkheid ligt echter ook in de veelkleurigheid van het publiek. Den één is de gebodene lectuur te eenvoudig, den ander te moeilijk. De Redactie spant zich dag en nacht in het beste te geven en leent het oor aan goede critiek.

9. Dr. Boerwinkel refereert over de Stichting Kerk en Wereld, gevestigd op de Horst in Driebergen. Als directeur treft hij hier aan een veelkleurige gemeenschap. Afkomst, milieu, ontwikkeling, leeftijd, gehuwd en ongehuwd, kortom al deze verschillen treft men aan op De Horst. Er zijn er die uit idealisme en enthousiasme hun betrekking, waaraan soms pensioen verbonden was, er aan hebben gegeven om na 2 jaren studie, éen jaar praktijk en daarna nog een jaar studie, als Wika (Werker in kerkelijken arbeid) de gemeente in te gaan. Ds. F. Pop, docent op de Horst, vervolgt nu deze stof. Er zal een kerkelijk diploma aan de opgeleiden worden uitgereikt. Zij arbeiden louter op sociaal terrein, niet in het gewone gemeentelijke leven. Echter wel als jeugdleiders. Vooral wordt gedacht aan inrichtingen als Hoenderloo, Alphen aan den Rijn enz. Echter niet langer dan tot den leeftijd van 40 jaren, opdat de Wika de greep op de jeugd niet kwijt rake. Dan zal de Kerk de Wika's moeten opvangen. De financiering blijkt ƒ 40.000.—mee te vallen. Zoo snel mogelijk wil de Horst zich zelf bekostigen. Hoe moet echter een Wika betaald worden ? Wat is de verhouding t.o. godsdienstonderwijzer en Kerkeraad ? Er zijn Wika's voor buitenwerk (de wereld inzenden) en voor binnenwerk (jeugdleiders). Alle schijn moet vermeden worden dat de Wika een soort predikant met beperkte opleiding is. Ds. Pop zegt, dat dit werk geboren is uit de Urgentieraad. Er is gevraagd om geschoolde krachten: Geef ons menschen ! Een aanstelling moet voorbereid worden met Kerkeraad en Kerkvoogdij of Commissie voor Inw. Zending. Ook is het plan dit te doen in overleg met het Class. Bestuur. Vele gemeenten zijn dood. In geval van centrale aanpak kan een Wika na verloop van tijd teruggezonden worden en kan De Horst hem verplaatsen. Er wordt een salaris genoemd van ƒ 3000.—. Wordt echter een Wika een parallel van den predikant, dan zou dit funest zijn. De situatie is zóó : de gemeenteleden zullen er een soort predikant in zien. De financieele zijde baart zorgen. Er zullen Kerkeraden zijn die net zoo lief een predikantsplaats er bij stichten. Een organisatie als b.v. de A. J. C. kan zoo'n kracht gebruiken en voorzien in de risico-premie, n.l. om hem weer kwijt te raken. Men kan ook probeeren steun te krijgen van het Rijk en dit ook vragen voor de opleiding. De gemeenten zullen het zelf echter moeten betalen. Wanneer wij systematisch willen werken, dient het centraal te geschieden. Uit de ontwikkeling zal moeten blijken, dat de goede Wika zijn eigen geld meebrengt. De financiën zullen beheerd moeten worden onder het wakend oog van de daartoe ingestelde instantie.

10. Prof. Berkelbach v. d. Sprenkel doet daarna mededeelingen over de Kerkorde. De Commissie bestaat uit 12 personen. Er wordt hard gewerkt. Elke 3de Donderdag van de maand van 6 uur tot Zaterdag 12 uur is de Commissie te Nunspeet vergaderd. Zij heeft 4 groote en 16 kleine subcommissies. De Kerkorde blijft principieel en bondig, oude kerkorden o.a. de D.K.O. worden daarbij gevolgd. Organieke reglementen krijgen den naam van Ordinantiën. De Kerkorde is vrijwel gereed. Van de 24 artikelen moeten slechts enkele nog aan de orde komen. Er komen 20 ordinantiën. Eerst moet het geheel gereed zijn, dan komt het in behandeling ter Synode, om den bouw te kunnen overzien. De Commissieleden zijn geheel aan elkaar gewend geraakt en houden er de vaart in zonder vacantie. De plannen van een zilveren jubileum zijn afgewezen ! Over elk woord ontspint zich een interessante discussie, zoodat na drie uren er een zin uitkomt. Perspectieven worden behoedzaam opgevangen. Over Bestuur en Beheer is 9 uren gedebatteerd. Hoe moet het gaan met art. 39 Godsdienstonderwijs, en dat wel zonder de beruchte woorden „geest en hoofdzaak" ? Hoe zijn de vragen vroeger geweest en hoe zijn zij bij anderen ? Dit is het principieele! Wij hebben geleerd elkaar te willen verstaan. De eerste indruk was : wij zullen elkaar nooit vinden ! Het besef brak echter door : Wij kunnen niet meer terug. Er is noodig geloofsgehoorzaamheid, geloofsmoed en geloofsblijdschap. Wij zijn bezorgde, kleingeloovige menschen. Stormen wij vooruit, dan verliezen wij het tegenwoordige. De Kerk heeft het laatste jaar veel goodwill verloren. Wij gelooven niet in elkaars geloof. Wij belijden schuld, maar wij moeten gelooven in Jezus Christus. Dat er spanningen zijn is niet zoo erg, maar het erge is, dat zij er zijn, zooals ze er zijn. Niet in de Commissie, maar in de Kerk. Een verdeeld protestantisme maakt de Kerk geregeld hulpeloozer.

11. Dr. Kruyt spreekt daarna over Roomsch- Katholicisme en Protestantisme, voornamelijk in Friesland en N.-Holland. Hij bespreekt 1e. het percentage R.K., 2e. de verroomsching en 3e. de verhoogde R.K. activiteit. In Friesland is het minderbroederklooster te Drachten het centrum. In 1830 waren er in ons land 39% R.K., dat in 1909 gedaald was tot 35%. De stijgende lijn toont aan in 1920 en 1930 resp. 35.6 en 36.4%. De oorzaak der achteruitgang in de vorige eeuw was de mindere welvaart. In Utrecht daalde sedert 1849 het cijfer van 38 op 32. Alleen in Brabant was vooruitgang. Industrieele welvaart deed hun cijfer stijgen. Hun groei ligt in geboorteoverschot. Het cijfer van 1935 wijst aan per 1000 gehuwde vrouwen beneden 50 jaar R.K. 209, G. K. 167, Chr. G. 158, N. H. 131, Waalsch Herv. 42. De godsdienstige factor bepaalt niet alles, ook tellen mee zand en klei, stad en land, arm, rijk, bedrijf en beroep. Het overschot in Brabant is b.v. tweemaal zoo groot als in Zeeland. Van de 30-40-jarigen zijn er 34% R.K., 34% N. Herv., 32% Geref. en zonder religie, andere kerken inbegrepen. Op de lagere school zijn tegenwoordig 29% der kinderen Herv., 41.6% R.K. De afval is ook groot, ook bij de R.K. In het algemeen is dit niet te berekenen. Te Amsterdam 11.2% en in 10 jaren bij de prot. 27.1%. Hoofdoorzaak van de groei is de actie der geestelijkheid. Urbanisatie (stadvorming) en industrialisatie geeft ook bij de R.K. beperking. In Friesland en N.-Holland voltrekt zich een demografisch proces. In West- Fiiesland is er een toename van tuinders, want daar is mogelijkheid tot splitsing van het bedrijf. Op één Herv. boerderij komen 4 R.K. gezinnen. Zij veroveren de openbare functies. In Friesland met zijn 7% RJK. beginnen zij de invasie. Te Heer-Hugowaard in N.-Holland is in 70 jaar tijd alles verroomscht. Den protestanten wordt het leven daar onmogelijk gemaakt. In Winschoten mocht geen Prot. Chr. Ziekenhuis komen, omdat Rome daar al een gezet had, hoewel de plaats slechts voor 3% R.K. is. De winst bij Rome in prot. streken is vooral daar, waar het Modernisme verwoestend heeft gewerkt. Het Evangelie kan echter Rome tot staan brengen. Negatieve bestrijding baat niets. De Kerk is bezig te ontwaken. Gedegen studie en handige eenvoudige brochures kunnen veel goed doen.

12. De afgevaardigden uit België doen ons frappante mededeelingen. Sedert 1830 geen Rijkstoelage noch kindergelden. In Antwerpen waren toen 3 predikanten en nog is er een Prot. gemeente. Den Haag heeft de Belg. Kerk losgelaten. Slechts enkele predikanten hielden de band aan, doch vele gemeenten en Chr. Scholen gingen te niet. Om de protestanten te vinden, moeten de predikanten zijn bij de burgerlijke stand, want men wordt niet ingeschreven met bijvoeging van godsdienst. De Roomsche Kerk heeft er de greep op het volk verloren. Men voelt zich bedrogen. Zoo naar tamelijk juiste schatting is België voor 25% Roomsch, 25% traditioneel Roomsch, 25% niets, en 25% religieus zonder kerk. Deze laatsten zoeken. Op de grafsteenen staat: Passant une prière s.v.p.! : Voorbijganger een gebed s.v.p. Bij begrafenissen scharen zich honderden menschen om den predikant. Daar liggen de kansen. Het aanzien van de protestanten is er in de laatste 20 jaren gestegen. Op de middelbare scholen wordt nu godsdienstonderwijs gegeven. Er is groot gebrek aan predikanten en godsdienstonderwijzers, alsmede aan colporteurs, want de oogst is groot. In Antwerpen liggen vele schippers, maar er is geen Nederlandsch zeemanshuis, wel echter een Engelsch, Noorsch en Zweedsch. Hier ligt een taak. Het protestantisme groeit er langzaam. Hoewel de pastoor het verboden had, werd onlangs een predikant afgehaald met het fanfarecorps !

13. De hulp uit Amerika : Europa and Asia Relief geeft door haar Church World Service een millcen dollar per maand. Voorzeker een welkome steun.

14. Aangedrongen wordt op het houden van gedegen buitengewone Class. Vergaderingen, op last van de G. S., die daartoe steeds moet stimuleeren. Deze vergaderingen moeten leeren consideraties te geven om de vermoeidheid tegen te gaan. De Synode is de algemeene kerkeraad en de Class. Vergadering is de streekvergadering der Kerk. Gaandeweg moet groeien het inzicht in het karakter van de meerdere vergaderingen, opdat het ambt volwaardig tot zijn recht kome. Het mag geen enkeldominees vergadering zijn en de Gen. Synode wil beslist dat dit anders wordt, want er dreigt gevaar dat het werk der Synode te veel buiten de sfeer geplaatst wordt van het algemeen.

15 Ten slotte doet ds. Wesseldijk nog eenige belangrijke mededeelingen over het financieel beleid. Elk jaar wordt ƒ 50.000 gereserveerd voor de Alg. Kas, ten einde zoodra mogelijk een flink doelmatig Synode-gebouw te stichten. Hiervoor is thans ƒ 290.000 gereserveerd. Bij 1939 vergeleken stegen de inkomsten en uitgaven voor het Studiefonds van ƒ 1400.— tot ƒ 11.000.—. Geen fonds wordt aan zijn bestemming onttrokken. Het nieuwe kerkewerk vraagt de aandacht, begint pas op gang te komen en kost zonder verdere uitbouw jaarlijks 1 millioen gulden. De oude fondsen zijn niet toereikend. Wij moesten eigenlijk kunnen werken in den onderbouw, d.w.z. pastoraal werk, in plaats van aan den bovenbouw der Raden. Zoo heeft Rotterdam-Z. met, zijn 120.000 zielen aan 9 predikanten veel te kort. De Paaschcollecte zal op hechtere basis gesteld moeten worden. Een niet bindende aanslag, gesplitst naar doelen om weerstanden te overwinnen zou aanbevelenswaardig kunnen zijn.

16. Hierna sloot de praeses deze belangrijke Synodale samenkomst met een godsdienstoefening in de Kapel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1946

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KORT VERSLAG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1946

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's