Vervolg verslag van de Jaarvergadering
GEHOUDEN OP DEN 29 AUGUSTUS 1946 IN HET JAARBEURSGEBOUW TE UTRECHT.
Nu nog een enkel woord over de zich meer naar links oriënteerende groep in onzen Geref. Bond. Ze beginnen op de confessioneelen te gelijken. Men heeft mij in mijn leven vaak voor de vraag gesteld, wat toch wel het verschil is tusschen confessioneel en een gereformeerde bonder. In mijn antwoord wees ik altijd op een drietal punten : 1e. op den politieken inslag; 2. op het gezang, en 3e. op de meer onderwerpelijke prediking.
Ik vrees, dat mijn antwoord op het oogenblik in de ooren van velen verre van bevredigend zal klinken.
De meeste predikant-leden van onzen Bond waren vroeger A.R. De confessioneelen C.H. Nóg wel een groot gedeelte is A.R., maar verscheidenen hebben zich aangesloten bij de C.H., of bij de Staatk. Geref. Onze kracht is hierdoor versnipperd. Er zal op politiek terrein minder met ons gerekend worden, nu we niet meer als een eenheid, maar verdeeld onder de drie rechtsche protestantsche groepen, optrekken.
Ik vermeld dit alleen volledigheidshalve. Niet met de bedoeling, dat we hier vanmorgen met een politiek debat zullen beginnen. Daar heb ik vanmorgen niet de minste interesse voor. Wat betreft het tweede punt, heb ik zooeven al het een en ander opgemerkt. Men wil lid van den Geref. Bond blijven en toch een gezang laten zingen.
De derde onderscheiding leek mij juist. De doorsnee gereformeerdebonder legde meer den nadruk op het bevindelijke leven ; de confessioneel sprak meer voorwerpelijk.
Het kan ook weer onmogelijk mijn bedoeling wezen om hier een breede uiteenzetting te geven over bevindelijke of voorwerpelijke prediking. Slechts een enkel woord.
Laat ik mogen volstaan met de aanhaling van Ps. 119 vers 4. Daar lees ik : Heere, Gij hebt geboden, dat men Uwe bevelen zeer zal bewaren. Als iemand den eisch Gods predikt, predikt hij wel de waarheid in voorwerpelijken zin, maar hij vergeet, dat er in het 5de vers op volgt: Och, dat mijne wegen gericht werden om Uwe inzettingen te bewaren. In deze woorden laat de dichter ons zien, hoe door de werking van den H. Geest de eisch aan zijn ziel geheiligd is ; hoe hij daarmede werkzaam geworden is.
Dit is maar één voorbeeld uit duizend andere. Een prediking, die hier niet mee rekent, is mager. Daar vindt Gods kind geen zielevoedsel onder. Geen wonder, dat men bij gemis van geestelijk voedsel overgaat naar de Christel. Geref. of de Geref. Gemeenten. Misschien wel, om dan in een ander uiterste te vervallen, maar daar gaat het ons thans niet om.
Er is een tekort in de prediking van sommigen. Dit tekort is misschien wel te wijten aan den toenemenden invloed van de theologie van Barth. 't Groote bezwaar tegen deze theologie is onder meer stellig ook dit, dat het werk des H. Geestes niet genoeg tot zijn recht komt. Het begint er op te gelijken, dat men door het opdringen van het geloof om de heilsgoederen aan te grijpen, geen oog meer heeft voor het werk van den H. Geest. Eén ding is gelukkig. Onze gemeenten volgen deze predikers niet. Gelukkig maar. De dominees hebben eigenlijk de echte theologie nimmer zuiver bewaard. De echte zuivere waarheid naar den Woorde Gods is immer nog bewaard gebleven bij het eenvoudige volk van God.
Moeten we nu de bovengenoemde onderscheidingen maar laten vallen ? Ik ben bereid, om punt 1 te laten vallen. Hoewel ik als predikant van Harderwijk mijn naam voor de A.R. heb gegeven, als secretaris van den Gereformeerden Bond acht ik het beter om de politiek maar buiten De Waarheidsvriend te houden, behalve onze actie tegen links, gelijk dit op voortreffelijke wijze door onzen voorzitter tegen de Partij van den Arbeid is geschied.
Maar punt 2 en punt 3 kan ik niet laten vallen. Indien ik punt 2 en punt 3 laat vallen, houdt daarmee het bestaansrecht van onzen Gereform. Bond onmiddellijk op. Dat ik hierin geen verkeerde blik heb, moge blijken uit het feit, dat er eenigen uit eigene beweging voor het lidmaatschap van den Gereform. Bond hebben bedankt. Het smart mij, dat ze van ons henen gingen, maar aan den anderen kant eerbiedig ik hun standpunt, dat ze nog hebben gevoeld, dat het beter is om voor den Geref. Bond te bedanken. Naar men mij zegt, staan er nog meer op den tweesprong. Wie de dingen meer confessioneel aanvoelt, doet beter om zich aan te sluiten bij de Confessioneele Vereeniging.
Of ik dan niets meer van hen weten wil ? Of ik met de confessioneelen absoluut niet van doen wil hebben ?
Ik begin onmiddellijk met blijdschap te erkennen, dat de „Gereformeerde Kerk", het orgaan van de Confessioneele Vereeniging, menigmaal een krachtig en zuiver geluid laat hooren inzake. de kerkelijke aangelegenheden. Ik acht het dan ook allernoodzakelijkst, dat we in de kerkelijke politiek met de confessioneelen samen zullen optrekken in de toekomst. Wij deelen met hen in dezelfde bezorgdheid voor de handhaving der belijdenis. Maar dat alles neemt niet weg, dat ik de interne verschillen moet blijven handhaven. In dit opzicht blijf ik dezelfde van 30 jaar terug.
Ot ik dan zou wenschen onmiddellijk maar met de zuivering te beginnen ? Er zijn er misschien, die 't begeeren. In dit opzicht sta ik aan de zijde van dr. Kuyper, die tegen een ouderling, die het altijd maar over de afsnijding had, eens zeide : Broeder, ik kan wel zien, dat ge kleermaker zijt. Die zijn ook gewoon om aldoor maar stukken af te knippen. Wees voorzichtig !
Een van de oorzaken, waardoor we steeds verder van elkaar komen te staan, is naast meerdere andere, ook deze, dat we elkaar te weinig ontmoeten om de geschillen eens door te praten met elkander.
In onze eenzijdige standpunten gaan we hoe langer hoe verder, als we daarin door anderen niet worden geremd. De ontmoeting van anderen kan onze oogen doen opengaan voor ons gemis.
O, mannen broeders, ik zou niets liever begeeren, dan samen in nauwe eenheid met elkaar op te trekken. Zal er echter iets terecht komen van het werk van den Geref. Bond en ook van onzen persoonlijken arbeid, dan zal het noodig wezen, dat het Woord Gods en de belijdenis van onze vaderen voor ons persoonlijk zal leven door de kracht des H. Geestes.
Dan hebben we aan het voorwerpelijke niet genoeg. Dan zal het bevindelijk voor ons gaan leven.
Mannen broeders, onderschrijve een ieder in zijn hart de woorden, die Jezus eens tot den schriftgeleerde Nicodemus sprak : Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb : gijlieden moet worden wederomgeboren !
De Secretaris,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's