De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vervolg verslag van de Jaarvergadering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vervolg verslag van de Jaarvergadering

9 minuten leestijd

GEHOUDEN OP DEN 29 AUGUSTUS 1946 IN HET JAARBEURSGEBOUW TE UTRECHT.

Discussie over het referaat van Ds Timmer.

Nadat de Secretaris zijn referaat beëindigd had, werd er pauze gehouden.

Om kwart voor twee werd de vergadering opnieuw voortgezet.

Van de gelegenheid om vragen te stellen of opmerkingen te maken naar aanleiding van het gesprokene, werd door velen gebruik gemaakt, o.a. door ds. Van der Zee, den heer Knetsch, ds. Postma, ds. Ottevanger, ds. Van der Haar, ds. De Vries, ds. Vermaas, den heer Schooneveld, ds. Enkelaar, den heer Jongeneel, den heer Van, der Dussen, den heer Van Diggelen, ds. Van Dorp, den heer Van Scherpenzeel, ds. Van Amstel, ds. Hovius, ds. Van der End Braat, ds. Vroegindewij en den heer Jörg.

Al deze sprekers kregen ruimschoots gelegenheid om hunne meening weer te geven. Verreweg de meesten betuigden hunne instemming met den referent. Het was onmogelijk om elk van de vragers afzonderlijk te beantwoorden. Daarom werden de vragen samengevat en in het kort beantwoord.

Van verschillende zijden werd gewezen op de noodzakelijkheid om toch alleen die studenten te steunen uit het Studiefonds, van wie te verwachten is dat ze zullen spreken naar Schrift en Belijdenis.

De Secretaris is het daarmee natuurlijk eens. Het werk van voorzitter en lid van de Studiecommissie van den Geref. Bond is echter verre van gemakkelijk. Er zijn studenten aangenomen door ons, die voorzien waren van de beste getuigen en die ons tenslotte toch hebben teleurgesteld. Het is gebeurd, dat een collega aanmerkingen maakte op ons beleid, omdat we iemand hadden gesteund, die het volgens hem niet waard was om gesteund te worden. Hij was echter vergeten, dat hij indertijd zelf een aanbevelingsbrief voor den boven bedoelden student had geschreven. Die brieven worden steeds bewaard in het archief. Voor die moeilijkheden en voor die teleurstellingen zullen we ook in de toekomst telkens komen te staan.

Wat betreft het Leerstoelfonds merkte de Secretaris op, dat het te betreuren is dat we geen doctores hebben. Wel hebben we een aantal doctorandi. Maar tot promoveeren is het helaas alleen maar gekomen bij een enkeling. We denken aan ds. Van der Linden, die zich heeft gegeven aan het Zendingswerk in Indië. We hebben op het oogenblik geen doctor in de godgeleerdheid, behalve onze voorzitter.

Er is vanuit de vergadering gevraagd, waarom het hoofdbestuur van den Geref. Bond het promoveeren niet meer stimuleert. Uit naam van den penningmeester mocht de referent hierop antwoorden, dat het hoofdbestuur gaarne financieel wil ondersteunen bij doctoraal studie en promotie, als hiervoor maar bekwame jonge menschen te vinden zijn, die zich voor deze studie willen geven. Gelukkig zijn er eenigen met de doctoraal studie bezig, van wie het te hopen is dat het eenmaal tot een promotie komen zal.

Door enkelen werd nog meer voorlichting, gewenscht. De referent heeft hierop geantwoord, dat velen dankbaar zijn voor de uitnemende voorlichting van prof. dr. Severijn, Het hoofdbestuur hoopt, dat spoedig het formaat van De Waarheidsvriend kan vergroot worden. Ook zullen dan meerdere medewerkers worden gezocht. Hij hoopt, dat niemand van de predikanten, die hiervoor zullen worden aangezocht, weigeren zullen.

Enkele predikanten betreuren het, dat ze niets hebben gehoord van de resultaten van de contactvergaderingen, die onder leiding van 't hoofdbestuur zijn gehouden in Utrecht.

De referent vindt dit ook zeer jammer. De moeilijkheden om het op die contactvergaderingen gesprokene weer verder door te geven, zijn goed onder de oogen gezien. Er wordt daarom in de toekomst een andere werkwijze gezocht. Er zullen overal in den lande streekvergaderingen gehouden worden. De eerste streekvergadering is door den voorzitter geleid op Goeree en Overflakkee. Het is de bedoeling, dat het hoofdbestuur overal in den lande de gereformeerde predikanten en kerkeraadsleden bij elkaar zal roepen, opdat prof. Severijn in de gelegenheid worde gesteld om op die streekvergaderingen te spreken over allerlei kerkelijke en dogmatische problemen, die ons vervullen.

Door ds. Van der Haar werd de vraag gesteld, of de referent, gezien zijn bezorgdheid over de toekomst, geen spijt heeft dat hij eenige jaren geleden toch voor de nieuwe Synode gestemd heeft.

De referent antwoordde echter, dat hij hierover volstrekt geen spijt heeft. Een kerk, die niet spreken kan, is geen kerk. De kerk moet kunnen spreken. Als ze niet spreken kan, kan er ook over de belijdenis niet gesproken worden. Die treurige toestand, dat er niet over de belijdenis kon en mocht gesproken worden, heeft 130 jaar te lang geduurd. Nsu kan de kerk tenminste spreken. Wat er nu van worden zal, moeten we wakend en biddend in de hand Gods leggen. Laten we in diepe afhankelijkheid mogen doen, wat onze hand vindt om te doen.

Wij moeten vooruit, ook al zou God in Zijn eeuwigen raad besloten hebben dat er een tijd zal komen, waarin er voor de Waarheid naar Schrift en Belijdenis geen plaats meer zou zijn in onze diep gezonken kerk. Maar dan zal de Heere voor Zijn eigen zaak zorgen. Vermenigvuldige het gebed, dat God nog blaze met Zijnen Heiligen Geest door de vervallen erve onzer vaderen, opdat ze nog hersteld worde tot een lof op aarde. Ook naar aanleiding van de gezangenkwestie waren verscheidene vragen en meeningen naar voren gekomen.

Ook klemde de vraag, wat men zou doen met die predikanten, die inzake de liturgie met de Dordtsche Kerkorde wilden breken of daarmede gebroken hebben.

Ds. Van Dorp, van Zeist, die in een warme toespraak de jonge predikanten aanmaande om toch niet al te lichtvaardig het nieuwe te omhelzen, maar getrouw te blijven aan de oude waarheid, opdat men niet als de doode visch met de stroom zou worden mede gevoerd, bracht ook het gezangenvraagstuk ter sprake.

Hij zou zelfs tegenstander van de gezangen blijven, ook al zou een gereformeerde Synode een gereformeerden gezangenbundel samenstellen. Prof. Severijn wees er op, dat in de brieven toch sprake is niet alleen van psalmen, maar ook van gezangen en geestelijke liederen, die in de samenkomsten der gemeente werden gezongen. Ds. Van Dorp meent, dat die gezangen en geestelijke liedekens niet in kerkelijke samenkomsten werden gezongen, maar alleen in de huisgemeenten.

Prof. Severijn merkt op, dat uit die huisgemeenten juist de kerk is opgekomen. Voorts wijst hij er op, dat reeds sedert de tweede eeuw bezwaren tegen gezangen werden ingebracht wegens de ketterijen. Wel een bewijs, dat er toen ook al gezangen werden gezongen.

De referent stelt voor, dat prof. dr. Severijn en ds. Van Dorp in een aparte vergadering hunne meening nog eens in den breede zullen weergeven. Aldus werd besloten.

Er werden voorts stemmen gehoord om weer te komen tot de uitgave van een preekenserie, zooals die van „Genade voor Genade". De referent deelde mede, dat het hoofdbestuur van den Gefef.Bond reeds bezig is om deze zaak onder de oogen te zien.

Voorts bleek het, dat er kerkeraden waren, die het jammer vonden dat we de Paaschcollecte, die toch voor het Studiefonds bestemd was, door de Synodale collecte hadden laten torpedeeren. Het zijn niet alleen gereformeerde gemeenten, waar geen animo was voor de Synodale Paaschcollecte. De opbrengst van deze collecte is over de heele linie ver beneden de raming gebleven. En het kon wel eens gebeuren, dat dit een volgend jaar nog meer het geval zou kunnen wezen.

Ds. Hovius van Hoogeveen, verzocht dat ook aan ds. Kievit eens gelegenheid zou worden gegeven van zijn bezwaren tegen de nieuwe organisatie uiteen te zetten. De referent antwoordt hierop, tot hij het niet noodig acht, dat dit geschiede. Er is een contio van predikanten gehouden, waarop ook die predikanten, die geen lid zijn van den Geref. Bond, maar toch behooren tot de gereformeerde gezindheid, werden uitgenoodigd. Het heeft ds. Timmer ten zeerste gespeten, dat ds. Kievit niet is opgekomen. En het spijt den referent nog, dat ds. Kievit niet in onze vergaderingen komt. Hij zou zijn adviezen ten zeerste waardeeren en niets liever willen dan samen den weg te zoeken in de kerkelijke wereld. Hij hoopt, dat hiervoor in de toekomst nog een weg zal worden gevonden.

Ds. Van der Ent Braat, uit Montfoort, verzekert, dat er op de contio's, die onder leiding van ds. Kievit worden gehouden, geen sprake is van een tegenactie tegen het werk van den Geref. Bond. De referent spreekt zijn hoop uit, dat 't hoe langer hoe meer tot een hechte samenwerking komen zal.

De heer Van Scherpenzeel vindt het jammer, dat de schrijvers van de Overdenkingen niet hun volle naam en woonplaats onder de Overdenking zetten. De lezers van De Waarheidsvriend stellen er prijs op om de predikanten van den Geref. Bond te leeren kennen. De band tusschen de gemeenten en de predikanten wordt daardoor hechter. De gemeenten weten veelal niet, welke jongere predikanten behooren bij den Geref. Bond.

De referent is het hiermede van harte eens. Hij geeft den predikanten in overweging om naam en woonplaats volledig onder de overdenking te plaatsen.

Tijdens de besprekingen van het referaat werden de stemmingen gehouden.

Prof. dr. J. Severijn, ds. J. H. F. Remme en ds. J. Goslinga, werden met groote meerderheid van stemmen herkozen. De voorzitter neemt tot onze blijdschap onmiddellijk de herbenoeming aan. Ds. Remme en ds. Goslinga doen het met eenige aarzeling. Beiden gevoelen zich ouder worden. Het verblijdt ons, dat beiden weer zitting genomen hebben.

Het was nu echter zoó laat geworden, dat de referent van verdere beantwoording der vragen moest afzien, om ds. Goslinga nog den tijd te geven voor het houden van zijn verslag over de financiën gedurende de oorlogsjaren. Ik kan over dit punt kort zijn, omdat dit verslag in zijn geheel reeds in De Waarheidsvriend is opgenomen geworden.

Het verslag van den secretaris moest om des tijds wille achterwege blijven. Ge vondt het elders in een vorig nummer afgedrukt.

De voorzitter dankt den secretaris en den penningmeester voor al hetgeen ze voor den Geref. Bond gedaan hebben.

Nu samen gezongen te hebben, ging ds. Timmer op verzoek van den voorzitter voor in dankgebed.

Deze goedbezochte jaarvergadering werd door geen enkele wanklank verstoord. Ze zal in aangename herinnering blijven.

De secretaris

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Vervolg verslag van de Jaarvergadering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's