MEDITATIE
Vredestichters
Zalig zijn de vreedzamen, want zij zullen Gods kinderen genaamd worden. Mattheüs 5 vs. 9.
In Zijn zaligsprekingen heeft de Heere Jezus de vredestichters zalig gesproken. Blijkens 't grondwoord toch heeft Hij het aan de schare gepredikt : „Zalig zijn de vredestichters". En een groote eere heeft Hij voor de vredemakers in het vooruitzicht gesteld : Zij zullen toch Gods kinderen genaamd worden. Zijn wij nu niet, als wij over vredestichters hooren spreken, onmiddellijk geneigd te denken aan die groote conferentie, die zich te Parijs bezig houdt met den vrede op aarde? Doet men daar z'n best niet om den vrede te winnen? Wie evenwel duidelijk acht geeft op de proeven, die er vóór en tijdens deze conferentie genomen worden met oorlogstuig — denk maar aan den atoombom én de vliegende projectielen — en wie er tevens op let, in welk een stemming de vertegenwoordigers van de volkeren der aarde, die de vredesverdragen met de geslagen volkeren moeten opstellen, elkander tegemoet treden, zal tot geen andere slotsom kunnen komen, dan dat er ook nu weer vrede gesloten wordt met het zwaard op tafel. Waar het hart van den mensch niet staat onder de heerschappij van Hem, die door Zijn borgwerk den vrede met God voor Zijn Kerk verworven heeft, daar vinden wij niets anders dan zelfhandhaving ten koste van alles en allen.
De Vredestichters der wereld worden door Christus zonder meer niet zalig gesproken. Zeker, de ware Vredestichters bevinden zich wel in deze wereld, maar zijn niet van deze wereld. Zij behooren tot het Koninkrijk Gods. Deze vreedzamen prijst de Heere welgelukzalig. Wie aanmerkt de dingen, die voor oogen zijn, vraagt zich echter angstig af of deze menschen wel in deze wereld gevonden worden. David smeekt den Heere in Psalm 140: Red mij; Heere, van den kwaden mensch ; behoed mij voor den man alles gewelds, die veel kwaads in het hart denken, alledag samen komen om te oorlogen. Zij scherpen hun tong als eene slang en heet addervergif is onder hunne lippen. Déze woorden bevatten het oordeel over den van God afgevallen mensch. Hij kent geen vrede met God en ook niet met zijn naaste. We zijn van nature geneigd God en onzen naaste te haten. Omdat de vrede met God gestoord is, daarom is de geheele geschiedenis een geschiedenis van bloed, zweet en tranen.
Maar toch zijn er Vredestichters in deze wereld, die de Heere Jezus gelukkig noemt. Zij bevonden zich ook onder de schare, die Zijn Woord beluisterde. De wereld kan hen slappelingen noemen, maar Hij oordeelt er geheel anders over. Zalig allen, die het om den Vrede te doen is in alle verhoudingen, waarin God ons gesteld heeft. Want het Koninkrijk Gods is rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door den Heiligen Geest. Is het niet noodig naar Zijn Woord te luisteren in een tijd, waarin de demon van de haat zijn slachtoffers bij tienduizenden verslagen heeft ? Dit woord van Jezus strekke tot onze ontdekking, opdat wij schaamrood worden.
Als wij waarlijk den vrede mogen zoeken in alle betrekkingen, waarin wij staan, dan hebben wij eerst leeren vragen naar den vrede met God. Dan hebben wij leeren vragen hoe wij met God verzoend worden. Dan zijn wij ontdekt aan den grootsten onvrede, die er is. De onvrede met onzen Schepper én Formeerder, die Zijn zon doet opgaan over boozen en goeden, die regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
De vraag dringt zich aan ons op of wij vrede met God hebben leeren kennen door Hem, van Wien het Woord zegt: Hij is onze vrede. In den Zaligmaker Jezus Christus hebben wij vrede met God door Zijn bloed. Want Zijn bloed reinigt van alle zonden. En waar we dien vrede door Zijn Middelaarsbloed mogen kennen, daar daalt ook de vrede in onze ziel. Dan kan het niet anders, of wij zoeken ook den vrede voor en met elkander! Vrucht van de vredemaking met God is de vreedzaamheid. Het komt alles voort uit dien grooten Vredestichter, die vrede gemaakt heeft.
Waar Hij Zijn Geest zendt in onze harten, daar zoeken wij den vrede. Het volk des Heeren, levend uit de bron van alle heil en vrede, is een vreedzaam volk. Hoemeer het werk van Christus in onze harten tot openbaring mag komen, des te meer zal dit worden gezien in het zoeken van den vrede onderling.
Dit beteekent dan niet, dat wij alles verbloemen en overal genoegen mee nemen. Want waar wij den vrede met God door Christus mogen kennen, daar kunnen wij met de hel, de wereld en de zonde juist niet in vrede leven. Een vrede met alles, wat tegen God en Zijn Christus ingaat, is een valsche vrede.
Dan moet het woord van Jezus ter harte worden genomen : Meent niet dat Ik gekomen ben om den vrede te brengen op aarde. Ik ben niet gekomen om den vrede te brengen, maar het zwaard. Want Ik ben gekomen, om den mensch tweedrachtig te maken tegen zijnen vader, en de dochter tegen hare moeder, en de schoondochter tegen hare schoonmoeder. En zij zullen des menschen vijanden worden, die zijn huisgenooten zijn. Die Vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig. En die zoon of dochter liefheeft boven Mij is Mijns niet waardig.
Dit geldt voor alle terreinen des levens, voor het gezin maar ook in het kerkelijke, maatschappelijke en staatkundige leven.
Gods kinderen hebben zoo vrede te zoeken, dat de vrede met Hem, die vrede schenkt in het hart, niet verstoord wordt. Waar de zonde verdeelt, daar voegt de genade samen.
De vredestichters die de Heere Jezus hier zalig prijst, hebben het niet altijd gemakkelijk. Om Christus' naam moeten zij, vaak smaadheid lijden. Om Zijns Naams wil staan zij aan veel aanvallen bloot, en zoo kunnen zij den geestelijken strijd niet ontloopen. En temidden daarvan moeten zij toch den vrede zoeken. En met het oog gericht op den Vredevorst zullen zij vrede zoeken. Gelukkig zijn zij nu reeds in Hem, al hebben zij 't dan ook nog zoo zwaar. De eeuwige vrede wacht alle vredestichters, die hier bedoeld worden.
Hij zal hun vroolijk op doen dagen. Het heil hun toegezegd, 't Ellendig volk wordt dan uit lijden, Door Zijnen arm gerukt; Hij zal nooddruftigen bevrijden, Verbrijz'len wie verdrukt.
Zullen zij niet Gods kinderen worden genaamd ? Dat is de groote eere, die de Heere hier den vredestichters belooft. Jezus zegt niet zij zullen Gods kinderen zijn. Want de vreedzamen van onzen tekst zijn reeds nu door genade kinderen Gods. Maar eenmaal komt het oogenblik, dat allen, die reeds hier kinderen Gods zijn, en als zoodanig den vrede hebben leeren zoeken, als kinderen Gods zullen worden geopenbaard (Art. 37 Ned. Gei.). De Heere zal als de volkomenheid van Zijn Vrederijk komt en het Jeruzalem Gods van den Hemel nederdaalt op de aarde, hen openlijk als Zijn kinderen erkennen. Hij zal zeggen : Dat zijn de Mijnen. Die overwint zal alles beërven, en Ik zal hem tot een God zijn, en hij zal Mij tot een zoon zijn. Zij gaan het eeuwig Vrederijk binnen. Dat is de Eerekroon, die Hij uitreikt aan alle vreedzamen van hart. 't Is hier dikwijls een geminacht, een vertrapt en verdrukt volk.
Nu gaat het er maar om of wij tot die vreedzamen behooren. 't Baat ons voor de eeuwigheid niets, al hebben wij meegeholpen aan het opstellen van de beste vredesverdragen. Laat u met God verzoenen. Zoo roept de Heere het ons toe in dezen bewogen tijd.
De vredeverstoorders worden verdaan. De zondaars zullen van de aarde verdelgd worden, en de goddeloozen zullen niet meer zijn. Loof den Heere mijne ziel. Hallelujah.
Maak ernst met den vrede met God, dezen behoeven wij niet te winnen, want hij ligt in Christus. De Heere nu des Vredes zelf geve u vrede te allen tijd in allerlei wijze.
(Lienden)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's