MEDITATIE
Geen verdoemenis
Zoo is er dan nu geene verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn. Romeinen 8 vers 1a.
Om eenigszins te verstaan de kracht van het: „in Christus Jezus geene verdoemenis", moeten wij natuurlijk stilstaan bij het: buiten Christus Jezus wel verdoemenis.
Zonder Pleitbezorger, zonder Borg, zonder verzoening met God, met een zwart schuldregister, zijn wij onderworpen aan het oordeel der eeuwige verdoemenis.
Verdoemenis, — dat is een vreeselijk woord, een woord, dat bij velen zulk een weerzin opwekt, dat zij er niet van weten willen. Neen! zeggen zij, God is te groot van barmhartigheid, om menschen met zulk eene straf te straffen. Dat kunnen wij niet denken van den hemelschen Vader. Het is echter niet de vraag, wat wij van God denken, maar wat Hij van Zichzelf openbaart. En Hij openbaart Zich als zulk Een, Die straft met het eeuwig verderf van voor Zijn aangezicht allen, die in hunne zonden sterven.
Verdoemenis, — dat is een vreeselijk woord, een woord, dat anderen wel niet durven schrappen uit hun woordenboek, maar dat ze liefst toch maar zoo weinig mogelijk hooren.
Mijn lezer, mogen wij nalaten den goddelooze aan te zeggen, dat het hem kwalijk zal gaan? Heeft de Heiland niet gezegd : „En de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis ; aldaar zal weening zijn en knersing der tanden" ? (Matth. 8 vs. 13. Wet en Evangelie, zegen en vloek, leven en dood, moeten worden verkondigd. Als wij niet waarschuwen, dan zal uw bloed op ons hoofd zijn.
Verdoemenis, — er zijn anderen, die maar het liefst veel hooren dreigen met hel en verdoemenis. Het is ze bijna nooit hard en scherp genoeg. Mijn lezer, zou het wel goed zijn, alleen de boetbazuin te blazen? en de heilsbazuin te laten liggen ? De zilveren klank van het rijke Evangelie moet worden gehoord. Zondaren moeten worden genoodigd. Het aanbod van genade moet uitgaan. Den rechtvaardige moet worden gezegd, dat het hem wèl zal gaan.
Aan het oordeel der verdoemenis zijn wij onderworpen, zoo lang wij buiten Christus ronddwalen, „Die niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden", (Marcus 16 vs, 16b).
Er is, o, dat wij er met huivering aan denken en met schroom van spreken, er is een voor eeuwig verloren gaan. Voor eeuwig buiten Christus, voor eeuwig zonder God, voor eeuwig onder Gods vloek ; vreeselijk !
Zijt gij nog buiten Christus, leef dan toch niet zoo zorgeloos voort. Gij zijt in groot gevaar. „Ontwaakt, gij die slaapt, en staat op uit de dooien, en Christus zal over u lichten". (Ef, 5 vs. 14) Maar, als wij spreken over verdoemenis, dan moeten wij niet slechts denken aan de eeuwigbeid. Wij gaan niet maar verloren, wij liggen verloren, In Adam hebben wij God, den Springader des levenden waters, verlaten: Nu zijn wij aan Gods vloek onderworpen, zoolang wij buiten Christus zijn.
Is dat niet ontzettend, Gods gunst te missen, in Zijne ontzaglijke gramschap te deelen ? Ja, het is ontzettend, en dat vooral, omdat wij het van nature niet weten.
Verdoemenis, — wat dit woord inhoudt, kan geen taalgeleerde, kan geen Godgeleerde ons doen verstaan. Dit woord leert gij in zijne kracht eenigermate kennen op de school des Geestes ; op den weg der ontdekking. De Heilige Geest is het. Die overtuigt van zonde, van gerechtigheid en van oordeel.
Door Gods Geest ontdekt, moet gij buigen onder Zijn heilig recht. Met bevende vingeren, met een bevend hart, onderteekent gij uw eigen doemvonnis. Dat is het verliezen van uw leven. Dat is het verloren gaan in uzelf. Dan verstaat gij den psalmdichter, als hij klagend zingt:
Ik lag gekneld in banden van den dood. Daar d' angst der hel mij allen troost deed missen; Ik was benauwd, omringd door droefenissen ; Maar riep den Heer' dusOch, Heer' ! och, wierd mijn ziel door U gered !
Buiten Christus, dat is een vreeselijke toestand. Maar daartegenover : in Christus, dat is groot, dat is rijk, dat is niet om uit te spreken, „Zoo is er dan nu geene verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn".
Van een vijand een vriend gemaakt, en dus voor Christus Jezus te zijn, dat is heerlijk. Achter Christus Jezus te wandelen, als 'n schaap van Zijne kudde, als een reiziger achter zijn gids, dat is veilig !
Maar, in Christus Jezus te zijn, dat is nog inniger, nog dieper. In Christus, als de onmoedwillige doodslager in de vrijstad,
In Christus, als de rank in den wijnstok.
In Christus, als een lid in het lichaam.
In Christus, dat is door het geloof op het allerinnigst met Hem vereenigd, in Hem uw leven vindend.
Buiten Christus Jezus diep schuldig, — In Christus Jezus rechtvaardig voor God.
Buiten Christus Jezus de verdoemenis. — In Christus Jezus geene verdoemenis.
In Christus Jezus, — dat is een wonder van Gods genade en almacht.
Wij worden hier bepaald bij wedergeboorte en geloof. Door die werken des Geestes wordt een zondaar in Christus ingelijfd, om uit Hem en in Hem te leven. Want: „Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven, maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem". (Joh. 3 : 3b).
Wie zichzelf krijgt te zien als buiten Christus, met schrik en ontzetting, die gaat begeeren naar Christus ; het wordt een hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Dat brengt tot, dat is al een roepen om Christus, een vluchten tot Christus, En als het tot de overgave des harten mag komen, dan wordt het een gelooven in Christus, een rusten in Zijn volbracht werk en in Zijne voorbidding.
Zoo leidt Gods Geest eene ziel van stap tot stap. Alles wordt niet tegelijk geschonken in den regel. Er moet veel tegenstand gebroken worden. Vele steenen moeten uit den weg geruimd. Valsche gronden moeten worden weggeslagen. Vermeende schatten moeten worden ontnomen. Begeerten moeten worden opgewekt. Vertrouwen moet worden gewerkt. Leven moet worden verloren. Leven moet worden gevonden.
Dit alles is het werk van 's Heeren Geest. Hij gaat door, onwederstandelijk, maar geleidelijk, naar en door Gods heilig Woord. De heilige Wet en het heilig Evangelie zijn de kostelijke middelen, waarvan de almachtige Geest Zich bedient. En dat niet alleen bij den aanvang, maar ook bij den voortgang, tot aan het einde toe! In Christus Jezus ontmoet een zondaar zijn God weer, van Wien hij in Adam was afgezworven, In Christus Jezus hervindt gij het beeld Gods, door de zonde verloren.
In Christus Jezus is de gerechtigheid, het leven, de vrede voor uwe ziel.
„Zoo is er dan nu geene verdoemenis meer voor degenen, die in Christus Jezus zijn". Vrijgesproken van schuld en van straf, wordt degene, die in Christus Jezus door het geloof zijne gerechtigheid, zijn Borg mag vinden, en hij ontvangt een recht op het eeuwige leven.
Wat is dat groot: God voor u, en niet langer tegen u ! God niet meer op u toornend, maar tot u sprekend van vrede. Gij deelend in Zijne liefdesuitlatingen !
Geene verdoemenis! — wie zal zeggen, wat dat beteekent? van welk eene genade het getuigt? welk eene vreugde en vrede het doet dalen in de ziel ?
Geene verdoemenis ! — voor eeuwig vrijgesproken. Voor eeuwig verlost. De hel voor u gesloten. De hemel geopend. En in dien hemel een voorbiddende en dankende Hoogepriester, Eén, Die plaats voor u bereidt in het Vaderhuis met zijn vele woningen, In dien hemel voor u bewaard eene onverderfelijke, eene onbevlekkelijke, eene onverwelkelijke erfenis.
Onder den indruk van het: „in Christus Jezus geen verdoemenis", zingt Gods kind met den dichter :
Nu ken ik die waarheid, zoo diep als gewis, Dat Christus alleen mijn gerechtigheid is ; Nu tart ik den dood, nu verwin ik het graf, Nu neemt mij geen satan de zegekroon af!
Nu reis ik getroost onder 't heiligend kruis, Naar 't erfgoed daar Boven, in 't Vaderlijk huis. Mijn Jezus geleidt mij door de aardsche woestijn „Gestorven voor mij !" zal mijn zwanenlied zijn !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's