Samuël, een zoon der Wet.
FEUILLETON
Een verhaal uit het hedendaagsche Palestina
24)
Op die wijze schoof de kolonisatie en de bodembewerking zich langzamerhand in de richting van Ghor door de heele vlakte heen. De oppervlakte van het land was eerst eenige dagen geleden door een Duitschen landmeter, die in Turkschen dienst stond, in haar geheel afgebakend en ingedeeld. De oorkonden, onderteekend door den Sultan, legden den familiehoofden ieder voor hun bezit ook den plicht van grondbelasting op, die in den vorm van tienden aan den Ottomaanschen belastingpachter zou zijn te voldoen. Alleen zom de eerste drie jaren de Vereeniging „Nehemia" voor de betaling borg blijven. Deze verstrekte iedere familie zelfs het noodige bouw- en akkergereedschap en was bereid, nadat de woonplaatsen waren ingericht, degenen, die uit hun Russisch bestaan niets hadden gered dan de middelen om hierheen te komen, met een renteloos voorschot te ondersteunen.
Van deze laatste aanbieding had Sinaï geen gebruik gemaakt. Hij had een sommetje meegebracht, dat langer dan een jaar voor het onderhoud van zijn familie toereikend zou zijn, en waaruit ook nog eenige onvoorziene uitgaven zouden kunnen worden bestreden. Daarbij vertrouwde hij dan ook nog hierop, dat men zuinig zou zijn en vlijtig, hij sprak van „'t loon van den rechtvaardige", en voedde de hoop, dat hij misschien zoo nu en dan ook door zijn schrijfkunst en door het geven van onderwijs aan kinderen nog iets zou kunnen bijverdienen. Want zeventigjarigen, die de Hooge Tatra zijn overgetrokken, mochten wel met eenigen grond hopen, dat zij ook tot den arbeid nog een poosje bekwaam zouden blijven. Lemberger daarentegen, van wien sedert lang niemand wist, van welken aard zijn vermogen was, had alles aangenomen, wat hij maar krijgen kon en had zelfs ook nog weten te bewerken, dat zijn zoon Fanuël als een jongeman, die in het huwelijk kon treden, eveneens als een zelsftandig familiehoofd een voorschot had gekregen.
De naam van het oord hunner vestiging was met algemeen goedvinden vastgesteld op : Schaloom; de Kaimakam had dat goed gevonden, en zoo was het dan ook in de boeken aangeteekend. Het was op den dag, volgende op dien eersten Sabbat, dat de verloting plaats had. Mandel had gevraagd, hem zonder meer het stuk te geven, dat heelemaal achteraan, het dichtst bij de woestenij lag. Zijn vader, de koopman, was daar erg slecht over te spreken en vroeg hem of hij dan krankzinnig was, dat hij juist het afgelegenste stuk koos, dat den moeilijksten afzet der producten, den lastigsten invoer en de minste nabuurschap bood, en dat tevens het meest bloot stond aan de zandverstuivingen. Of hij gek was, en zijn zinnen niet bij elkaar had ? Op zoo'n gedachte kon alleen maar een ongeluksvogel komen, die beslist zijn bankroet tegemoet wou loopen. Maar Mandel glimlachte, rekte zich uit en bewoog zijn sterke bruine handen op en neer. Reeds nu wilde hij zich de mogelijkheid verzenkeren, dat hij — als maar eerst de bebouwing van zijn gedeelte in orde was —, zou kunnen wegreizen het „doode land" in, dat met zijn moerassige plaatsen in het Kisongebied en met rotsachtige en doornrijke vlakten dicht genoeg bij lag. Want wie dien dooden bodem, die niemands eigendom is, door zijn vlijt levend weet te maken, dien behoort hij toe. Alleen mocht men niet uit het oog verliezen, dat die plaats zoó ver verwijderd ligt van de bewoonde wereld, dat vandaar het geluid van menschen naar hier niet meer kon doordringen.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's