De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gods Woord en de Kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods Woord en de Kerk

7 minuten leestijd

Calvljn noemt de zaligmakende leer van Christus de ziel der kerk (Inst. IV.12.1). God heeft aan de kerk Zijn Woord gegeven en deze neemt het aan en bewaart, bedient, onderwijst het, belijdt het voor God, voor elkander, voor de wereld in woord en daad. (Bavinck. Geref. Dogm. IV 339).

Zonder het Woord van God is er geen kerk. Als er geen profetie is, wordt het volk ontbloot. Spr. 29 : 18) De kerk is gebouwd op het fundament der apostelen en profeten (Ef. 2 : 20). En zoo is ook alle dienst in de kerk een dienst des Woords.

Door den dienst des Woords vergadert Christus Zijn kerk. (Matth. 28 : 19. De Heere zelf is Borg voor de werking des Woords, want Hij zendt het en doet het niet ledig wederkeeren. (Jes. 55 : 11).

Zoo is er ook een onmiddellijk verband tusschen de kerk en Gods verkiezende genade. Hij roept en vergadert Zijn uitverkorenen uit de menschheid door den dienst des Woords, die aan de kerk is toebetrouwd. Woord, verkiezing en kerk, kunnen dus niet van elkander worden gescheiden.

De dwalingen van de nieuwe theologie, waarop wij herhaaldelijk reeds de aandacht hebben gevestigd, betreffen twee cardinale stukken des geloofs : n.l. het goddelijk gezag der Heilige Schrift en de leer der praedestinatie.

Zij ontkent toch het goddelijk gezag der Heilige Schrift, zooals die daar ligt.

Zij wil dit niet houden voor het Woord van God, hetwelk Hij door de apostelen en profeten heeft gesproken. En zij is daarmede in diametrale tegenstelling met het getuigenis der apostelen en profeten, ja, met dat van den Heere Christus zelf, die bij de verzoeking in de woestijn den Satan wederstaat met Gods Woord.

Kwam het niet uit Zijn mond : „Er is geschreven ? "

En zegt Hij niet, dat de mensch bij brood alleen niet leven zal, maar bij alle Woord, dat uit den mond Gods uitgaat?

Hoe dan zal de mensch bij Gods Woord leven, als er geen Woord Gods in de wereld is?

Calvijn heeft dat beter verstaan, als hij zegt, dat de mensch nooit zonder het Woord Gods is geweest. En de Heilige Schrift ligt daar als een bewijs, dat de kerk der eeuwen de woorden Gods heeft bewaard.

Zoo betoont zich deze nieuwe leer een verderfelijke ketterij, die de kerk zou willen berooven van haar fundament en haar in haar wezen aantast. Want zoo er geen Woord Gods zou zijn, dat der kerk is toebetrouwd in deze wereld om het te bewaren, te belijden en te dienen, hoe zou er nog een kerk zijn en waartoe?

De kerk staat en valt met het Woord Gods. Het is dan ook niet toevallig, dat de profeten van de nieuwe theologie ook de leer der praedestinatie ontzielen. In den tijd allen verloren, in de eeuwigheid allen verkoren, zoo leeren zij. Alzoo valt de onderscheiding weg tusschen de kerk en degenen, die niet van de kerk zijn. En het ligt voor de hand, dat men op dat standpunt de belijdenis der kerk, zijnde deze een vergadering van ware Christgeloovigen, niet kan onderschrijven.

Ook de onderscheiding waar geloof en ongeloof heeft geen zin, wijl geloof of ongeloof aan den staat van den mensch niets af doet.

Men vraagt zich dan ook af, waarom men nog , zou prediken. En wát zal men prediken? Indien men toch den menschen zulk een praedestinatieleer zonder inkleeding in orthodoxe termen zou voorhouden, dan zou dit slechts tot resultaat kunnen hebben, dat degenen, die aan deze leer geloof hechten, de, „boodschap" mee zouden nemen zonder aan verdere prediking behoefte te hebben.

Als het Evangelie daarin zou bestaan den menschen mede te deelen, dat God in Christus allen heeft verkoren, zouden zij weinig begeerte meer toonen om van dien Christus nader kennis te nemen.

Dank zij de Godsopenbaring, die in de schepping, onderhouding en regeering der wereld tot den mensch uitgaat, en dank zij het werk der wet in het geweten, zullen de menschen deze „boodschap" niet zoo maar voor waarheid houden, al is het ook, dat zij het zouden wenschen. Voor waarheid houden?

Deze theologie moet trouwens in haar eigen zwaard vallen. Immers volgens haar hebben wij geen waarheid. Hoe kan zij dan verwachten, dat wij haar beweringen, voor waarheid zouden houden ?

Een leer, die begint met de goddelijke norm der waarheid te verwerpen, kan voor geen enkele harer stellingen of beweringen geloof opeischen. Zelfs niet voor haar hoofdstelling, dat wij de waarheid niet hebben.

Daarom kan deze leer geen kerk bouwen. Zij kan krachtens haar aard slechts destructief werken.

Intusschen is het zeer te betreuren, dat men deze dingen niet duidelijk den volke verkondigt. Men zou dan ervaren, dat Woord, Kerk en Verkiezing onscheidbaar saamhangen.

In stede van de kerk te vergaderen, zou men de kerk van zich afstooten en alleen staan met zijn beweringen en wie daarvan gediend zijn.

Het gebruik van orthodox klinkende termen en de inkleeding in wat men noemt de verkondiging, kunnen het den ongeschoolde moeilijk maken den ketterschen achtergrond op te merken.

De misleiding kan zoó ver gaan, dat men moet aannemen, dat er menschen zijn, die de nieuwe theologie voor goede Christelijke waar aannemen en ter goeder trouw in haar kielzog varen. Tot op zekere hoogte heeft deze nieuwe geest den wind in de zeilen.

Ten eerste, omdat het volk zoover is vervreemd van Bijbelsche kennis en kennis der belijdenis en ook de echt theologische scholing zooveel te wenschen overlaat.

Ten tweede, omdat de ontdekking van den sleur en de geestelijke dorheid van het kerkelijk leven tn de zucht naar vernieuwing met graagte het nieuwe aangrijpt en des te gemakkelijker het oude verwerpt naarmate het minder wordt gekend en gewaardeerd.

Ten derde, omdat het revolutionair karakter van bet moderne humanisme, zij het ook op eenigen afstand, niet vreemd is aan de grondgedachten van deze nieuwe theologie.

Uit dit laatste laat zich b.v. het streven naar synthese van Christendom en humanisme verklaren. Daarom kan men haar niet met „Christelijke" argumenten verdedigen of aanprijzen. Integendeel, men wil de anti-these ontkennen en de Christelijke onderscheiding wegnemen : geen Christelijke school, geen Christelijke vakvereeniging, enz.

Het is duidelijk geworden, dat de positieve belijders deze steunpunten der herkerstening niet wilden offeren aan den geest van het humanisme.

Het eerste en tweede punt verklaren de verwarring in de kerkelijke stroomingen. Niemand trekt de consequentie, dat men met de nieuw-theologische Schriftbeschouwing en de ontzielde praedestinatie-leer zijn verdere bemoeienisen met de kerk wel staken kan. Waarom niet?

Omdat de latente werking onzer belijdenis zelfs bij velen, die den invloed der nieuwe-theologie ervaren, daaraan een orthodoxen zin en een Christelijke toepassing zoekt te verbinden.

Men ziet het on-Christelijke van de moderne Schriftbeschouwing niet in, omdat ook de nieuwe theologie voortdurend met de Schrift en met de Christelijke leer werkt. Men hanteert de Schrift alsof. En ondanks de ondermijning der Schriftcritiek, ondanks zichzelf misschien, neigt men toch lichter tot het standpunt der orthodoxie dan tot een uitgesproken revolutie.

Men kan van principiën zeggen, wat men wil, maar beginselen, die waarlijk vitale kracht hebben, werken door. Dat geldt ook van het tegengestelde. Daarom treedt dit van den anderen kant ook aan het licht. Zij, die krachtens hun beginsel aan de Heilige Schrift niet willen gebonden zijn, die letterknechterij, confessionalisme en belijdenisdwang vreezen, vinden steun in de heterodoxe Schriftbeschouwing en zouden die gaarne als de algemeen gangbare willen aanmerken.

Zoo moet zich de strijd toespitsen op de al of niet erkenning van het goddelijk gezag der Schrift, of men wil of niet.

Van die beslissing en niet van allerlei actie zal het afhangen of de kerk weer kerk zal zijn, ja of neen.

Op dit punt zal klaarheid moeten komen in de verwarring der geesten.

De kerk kent geen anderen Christus dan den Zoon van God, die ons het Woord Zijns Vaders heeft gegeven. En hoe zal zij Hem belijden, in­ dien zij Zijn Woord niet bewaart?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Gods Woord en de Kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's