De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet.

FEUILLETON

4 minuten leestijd

Een verhaal uit het hedendaagsche Palestina

26)

Zijn paard had de Duitscher aan den eenigen boom vastgebonden, die wijd en zijd uit den dorren bodem zich verhief. Het was een krachtige Johannes-broodboom, waarvan de daar weidende geiten der Arabieren de blaren en schors vanwege den bitteren smaak hadden gespaard. Maar de struik, die naast hem stond en die zich tot kniehoogte had opgewerkt, was door de dieren van ieder blad en ieder teer twijgje beroofd en stak als een bezem in de lucht. „Hier hebben wij het eerste begin van een boschje", zei Loetz terloops, „hij heeft alleen nog maar noodig te worden ontzien, verdere verzorging is zoo goed als onnoodig". Nu ging hij met hen nog een keer het terrein over. Hij sprak den mannen moed in. Hij wees hun den donkeren en op sommige plaatsen door ijzeroxyd roodgekleurden bodem, waar een sterke bijmenging van leem of kalk zekerheid gaf voor een goede opbrengst, en zei ook, hoe de minder goede plaatsen behandeld zouden moeten worden. De regenval in den winter had heele muren van kleinere en grootere steenen van den Karmel naar beneden gevoerd en daarmede tegelijkertijd de vruchtbaarste teelaarde, die boven op de weeke rotsen voortdurend door verrweering was gevormd. Ook over heele afstanden van de hellingen bood geen steenen terras eenige hindernis voor het wegvloeien van den grond, en daar kwam dan de steenbodem geheel naakt te voorschijn. Om hun te laten zien, wat zij moesten doen om het land weer levend te maken, toonde hij hun aan, wat de oorzaak van zijn dood was geworden. Hij gaf hun te kennen, hoe zij door het aanleggen van terrassen en door aanplanting de aarde daarboven zouden kunnen vasthouden en de vooruitstekende gedeelten van den berg weer zouden kunnen bebosschen tot hun eigen nut en tot zegen ook voor hun nageslacht. Hij liet hun een droogstaande bedding van een beek zien, die uit het gebergte voortkwam en die langs Mandels stuk grond naar den Kison liep, vertelde hun, hoe de winterregen van zoo'n bedding een snelvlietenden stroom maakte en gaf ook aan, hoe zij later een stuwing en irrigatiewerk zouden kunnen aanleggen, om het water te bewaren en dan langzamerhand te gebruiken. Hij legde hun uit, wat er bij het Fellahlandbouwbedrijf was, dat zij konden navolgen, en in welk opzicht zij dat konden overtreffen en verbeteren door datgene, wat de ervaring van andere landen en de langzamerhand gemeen­ goed geworden natuurwetenschap leerde. Daarbij wees hij op eenige aardhoopen, die Noordoostelijk op een afstand van een half uur lagen, en nu eerst bemerkten zijn begeleiders, dat zij buren zouden zijn van het overschot van een Arabisch dorp.

„Een enkel troepje heeft zich daar, vier of vijf gezinnen sterk, nog staande gehouden, en Said Abbud, de luister van het geheele gezelschap, haalt zich dezer dagen ook nog een tweede vrouw voor zijn „landgoed". Dat is terugwijkende cultuur — zij weten het trouwens zelf wel, dat zij het zullen moeten afleggen, en dat het Joodsche volk zijn oud recht op dezen bodem weer ten deel moet vallen."

De blonde Loetz zei dat zóó rustig en vanzelfsprekend, dat Tulpenbloesem vroolijk en verrast uitriep : „Meent onze weldoener dat werkelijk ? " En de koopman Lemberger, die er ook bij was komen staan, om over die vreemde naaste buren iets te vernemen, voegde er vleiend aan toe : „Gij zijt in elk geval geen „anti", dat kan men goed aan u merken !"

De landfeter zag hem met groote oogen aan. „Anti-semiet ? Ik wil niet loochenen, dat ik het in mijn vaderland geweest ben, maar hier kan men dat niet meer zijn. Hier hebben jullie het recht van woonplaats. Gij gaat hier met z'n allen een groote toekomst tegemoet."

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's