De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet.

FEUILLETON

4 minuten leestijd

Een verhaal uit het hedendaagsche Palestina

27)

Mandel uitte een kreet van vreugde. Hij, wist zich van blijdschap niet meer in te houden, en de menschen, die in zijn buurt stonden, hieven van schrik hun handen in de lucht. „Gelooft mijnheer, dat wij hier kunnen leven? "

„Dat geloof ik niet slechts, maar daar ben ik van overtuigd".

„Dat de onzen zich hier weer zullen vergaderen en dit land weer in hun bezit zullen krijgen ? Gelooft mijnheer dat heusch? "

„Ik geloof dat niet, ik ziè het voor mijn oogen gebeuren. Maar spreek toch niet meer zoo onderdanig; dat is hier niet meer noodig".

„God geve het. God geve het !"  mompelde Sinaï.

„Maar weten jullie dan zelf niet, hoe het er met je volk voorstaat? "

„Neen, hoe zouden wij dat weten? Wij weten alleen maar iets van ons eigen dorp. Wat is er dan? Hoe ver zijn wij dan? " Loetz schudde zijn hoofd. „Merkwaardig ! Dat antwoord hebben mij al velen gegeven, en ook velen hebben mij die vraag gesteld. Zoo komen als door mollegangen die groepen, hier ieder afzonderlijk naar toe en weten niets van elkander af, treffen dan elkaar hier aan en verbazen zich er over, wat dat geweest is, dat hen tegelijkertijd herwaarts heeft doen komen. Die daarginds op een hoogere uitzichtplaats staan, zien de groote expedities hierheen kruipen ; het is één groote invasie in het Joodsche land. En ook zij vragen : Hoe komt dat toch zoo ? En ook zij weten daar geen antwoord op ! Er waren er, die mij zeiden, dat uwe profeten dat hebben voorzegd tegen het einde der wereldgeschiedenis. Ik wil ze er toch eens nauwkeuriger op nalezen, als ik eens wat meer tijd heb. Maar gij zelf weet dat toch zeker wèl — is het werkelijk zoo ? " Wel, zij spreken er allen van, maar wij wisten niet, dat de tijd reeds gekomen is. Wij hebben zóó lang gewacht, dat wij bijna het geloof er in verloren hebben".

Mandel was van de zijde van den Duitscher niet weg te slaan. Hij was de eenige, die hem in lengte en kracht van lichaamsbouw nog overtrof.  Bij de andere mannen liet hun magere en gebogen houding eigenlijk niet eens een vergelijking toe, en Fanuël Lemberger had toch ondanks ; zijn sterken lichaamsgroei iets gedrongens. Nu legde Loetz den Thoraschrijver en diens schoonzoon beiden een hand op den schouder en keek van den een naar den ander : „Wat het land vroeger vermocht, kan het weer leeren op te brengen. Het was dichtbedekt met bewoners, totdat Ik sta in dienst van de Turken, en wil verder niets daarover zeggen. In het kalkgesteente zult gij nog overblijfselen vinden van de schoonste beschaving — wijnkelders en olijvenpersen — en in de akkers meer dan één dichtgeworpen regenput. Gij zult de meening. hebben meegebracht, dat men beken en bronnen zou moeten hooren ruischen om landbouw te kunnen drijven. Bij juiste behandeling en veel ijver zal de bodem u ook zonder zomerregen en zelfs zon­ der kunstmatige bewatering wijn en groenten, koren en olijven voortbrengen, en ook zeker voedsel opleveren voor uw vee".

„Moge God u met een lang leven beloonen om wat gij nu gesproken hebt", zei Sinaï opgeruimd. „Eén heeft in deze streek reeds een voorbeeld gegeven : de „man met de kruik". Hij woont hier al sinds vier jaren — kijk, in die richting !" Loetz wees op twee kleine verheffingen in den bodem, die dicht bij de helling van den berg uit de steenmassa's uitstaken, en die, uit de verte gezien, wel voor grootere klompen steen konden worden gehouden. „Dat is zijn woonruimte en zijn geitenstal. Het land, dat hij ter bebouwing ; heeft genomen, ligt achter dat vooruitspringend gedeelte, in de morgenzon. Hij had niets om te kunnen betalen. Hij is ook een Jood. Net een steenuil tegen een rotskloof, hé ? Maar hij weet, wat hij wil.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's