Geef ons ons dagelijksch brood!
Vóór 1940 kreeg die bede veelal eerst zin en beteekenis als de werkloosheid gekomen was. Voordien was er geld en was er brood en verstonden alleen zij den inhoud van die bede, die alle goede gaven afhankelijk wisten van Gods souvereine genade.
Na 1940, toen het brood minder werd, drong de beteekenis meer door en schaamden wij ons over ons slordig tafelgebed. De hongertochten uit de steden liggen voor de meesten onzer al zoó ver achter ons, dat wij, er niet meer over spreken, doch zij zijn er geweest en de dooden keeren niet terug.
Eerst was geld en brood beide aanwezig, toen ontbrak het geld en was er brood te over, daarop was er geld te over en ontbrak het brood. Daar is nog ééne mogelijkheid over : dat er geen geld en óok geen brood zal zijn.
Dit is in sommige deelen der wereld reeds in vervulling gegaan. Ook hier dreigt een wedloop tusschen loonen en prijzen, welke de dagelijiksche zorgen doet toenemen en spanningen oproept.
Zouden wij onze handen niet wat vaster vouwen, als wij aan dien regel van het „Onze Vader" toe zijn ?.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's