Schriftverklaring
Schrijver en adres (vs, 1—5, Cap. 1).
De Galatenbrief (2)
Met een brief is het altijd anders gesteld dan met b.v. een drukwerkje. Zulk een drukwerkje draagt veelal een onpersoonlijk karakter. Het doet er vaak weinig toe, wie het opstelt. En het heeft ook geen bijzonder adres ; het kan voor ieder, die het maar lezen wil, geschreven zijn. Een. brief, met name in Gods Woord, draagt een persoonlijik karakter, en heeft een speciaal adres. Hetzij dat adres één persoon (b.v. Titus), hetzij een gemeente (ónze brief aan de Galaten), hetzij vele gemeenten (de „algemeene" Zendbrieven !) betreft.
Wanneer we den Hebreërbrief er ook onder rangschikken, kennen we in totaal 14 Brieven, als van Paulus afkomstig. Paulus, dat wil zeggen „kleine". Hij is de schrijver, de door Gods Geest gedreven auteur van den Galatenbrief. Zijn Joodsche naam was Saulus. Er zijn er wel, die aannemen, dat hij van meetaf twee namen droeg; dan zou het wezen : Saulus Paulus. De naam Paulus is immers een Grieksche naam. Het is verleidelijk, en niet geheel afkeurenswaardig, den naam Paulus in verband te brengen met hét groote moment in Paulus' leven : zijn bekeering op weg naar Damascus. Wat is de sterke, groote Paulus met recht daar klein geworden voor God, en ook voor de menschen. Sindsdien leerde hij zich kennen als „den voornaamste . . . . . . . der zondaren", wien evenwel Gods barmhartigheid wedervoer !
Paulus identificeert zich nog nader, en noemt zich „een apostel, niet van menschen, noch door een mensch geroepen". Zijn opdracht en roeping dateeren niet van beneden. Hij ontving mandaat van Boven. Christus, uit Zijn verhooging, werd hem te sterk. Inplaats van een dienstknecht der menschen (== Farizeen) en des satans, werd Paulus een apostel, een gezant van Jezus Christus. Door rechtstreeksche roeping wist hij zich in Christus' Koninkrijk getrokken ; ja, hooger nog, beroepen in het Koninkrijk Gods, des Vaders. Want, hij weet het: Christus en de Vader zijn één. En door dien Christus kende hij God als zijn God en den Vader van Jezus Christus als zijn Vader in de hemelen. Dat bindt en maakt vrij. 't Bindt aan God, aan Zijn Woord ; maar tevens : dat maakt vrij, vrij tegenover de menschen. Christus is het, Welken Paulus van nu voortaan dient! (Vgl. Handelingen 27 vs. 23). Paulus fantaseert hier maar niet iets. Geen ficties deelt hij den Galaten mede. Dezelfde God, Die Christus Jezus waarlijik uit de dooden heeft opgewekt, was het, Wien het behaagde Zijnen Zoon in Paulus te openbaren. Heerlijk moment, onvergetelijk gebeuren !
Dat vergeet Paulus nooit meer. Z'n menscheiijke, diep-zondige lastbrieven ontvallen hem, en nu weet hij maar één roeping, en gevoelt hij maar één last, die van zijn Zender : wéé hem, indien hij het Evangelie van Christus en van Gods vrije genade niet verkondigt ! Dat Evangelie heeft Paulus, de groote heiden-apostel, doen hooren ook in Galatië. We kunnen hier de strijdvraag laten rusten, welke gemeenten en welk deel van Klein-Azië daarmee bedoeld zijn. Sommigen nemen Noord-Galiatië als landstreek, aan wie Paulus z'n brief richt, aan anderen Zuid-Galatië. Arm de mensch, wiens zieleheil van de oplossing dezer kwestie zou afhangen.
Paulus staat niet alleen. Hij heeft „broeders met zich". Mogen we niet denken aan Timotheüs, aan Silas, en zoovele meer ? „Gij zijt allen; broeders", ja, Paulus wist het, „doch één is uw Meester" ! Aan Hem is hij ten diepste verantwoording schuldig.
Is het niet noodig, als gezant, dienstknecht van Christus, ook zulk een lastbrief te bezitten, zulk een binding te gevoelen ? Mij dunkt van wel ! Hoe zullen ze prediken, indien ze niet gezonden zijn ! Alleen wie zelf weet heeft van „genade en vrede van God den Vader en onzen Heere Jezus Christus", kan iets van die genade aanprijzen, en van dien vrede doen hooren, die alle verstand te boven gaat!
Of zij het nu hooren willen of niet, die Galatiërs, genade (!) en dan ook vrede daalt neer van God, en van den Vredevorst, den Heere Jezus Christus! Buiten Hem geen vrede, en zonder Hem geen genade!
Hier openbaart Paulus reeds iets van het absolute, het radicale van het hem toebetrouwde Evangelie. Of — óf! Niet: én - én is mogelijk. Het volle Evangelie des Kruises, van Christus' Zelf-overgave tot in den dood des kruises, teneinde macht en kracht te bezitten, om zondaren te trekken, en los te wikkelen uit de wereld, van heden die boos is. En zulks overeenkomstig Gods wil: niet één meer, noch ééntje minder. God is Genade-Rechter, Die het beslist ! En Wien dan ook toekomt de eer, de lofverheffing in alle eeuwigheid. Amen.
Zoo schrijft Saulus, toegenaamd Paulus, vol des geloofs en des heiligen Geestes. Hij identificeert zich t.o. de valsch ingeslopen dwaalleeraars, en verwijst naar en wijst aan he eenige en volle Evangelie, dat is naar de godzaligheid : Jezus Christus en dien Gekruist!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's