De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Da Costa

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Da Costa

3 minuten leestijd

over de Opstanding der dooden (11) (1 Cor. 15)

Ik sterf allen dag, hetwelk ik betuig bij onzen roem, dien ik heb in Christus Jezus, onzen Heere. Van zichzelven zegt Paulus, dat hij alle dagen niet alleen in levensgevaar, maar ook in zijne gedachten als alle dagen stervende is; doch dit is niet zijne droefheid, maar zijn vreugd, zijn roem in Christus, in Wien zijne opstanding zeker is, en waarom hij alle lijden voor Hem zich tot eene eer rekent.

Zoo ik naar den mensch tegen de beesten gevochten heb in Efeze, wat nuttigheid is het mij, indien de dooden niet opgewekt worden ? Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij. Naar den mensch, is zinnebeeldig. Zoo noemt ook Paulus de goddelooze Christenen kwade beesten. Titus 1, vs. 12. Het oproer tegen Paulus, tijdens zijn verblijf te Efeze hem door Demetrius berokkend, vergelijkt hij met een gevecht met de wilde beesten ; en dit was niet te veel gezegd, want zulk een oproer van geheel eene stad had zijne gelijkheid niet in de heidenwereld ; alleen het laatste oproer te Jeruzalem, waarbij Paulus gevangen genomen werd en gevangen bleef, kan hiermede in vergelijking komen.

Dwaalt niet. Kwade samensprekingen bederven goede zeden. Uit kwade woorden komen kwade daden. Hoevelen die, omdat zij geene verwachting hadden uit den dood, tot leuze hebben genomen : Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij ! zijn daardoor overgegaan tot eene losbandigheid, die tot de grootste zonden leidt. Waakt op rechtvaardiglijk, en zondigt niet. Want sommigen hebben de kennis Gods niet. Ik zeg het u tot schaamte. Altijd komt de apostel terug op de voorgewende kennis der Corinthische gemeente. Hij maakt uitzonderingen, maar toch, hij zegt het der geheele gemeente tot eene beschaming, dat er sommigen onder hen kunnen zijn, die de rechte, de goddelijke kennis niet hebben, en daarmede dwalingen voortbrengen en in zonden vervallen. De gemeente sluimerde bij deze dwalingen en zonden, zij moest opwaken als rechtvaardige en niet zondigen.

Maar; zal iemand zeggen : Hoe zullen de dooden opgewekt worden, en met hoedanig een lichaam zullen zij komen ? De apostel, de waarheid en zekerheid van de opstanding der dooden aangewezen hebbende, geeft nu nog eene alleruitnemendste aanwijzing van den aard dezer opstanding. Hij ontleent daartoe beelden aan de natuur, die de zaak in het helderst licht stellen. Met de woorden : Met hoedanig een lichaam zullen zij komen ? stelt hij, dat wel de afgestorvenen leven naar den geest, maar dat zij eenmaal, in de opstanding der dooden, weder met het lichaam bekleed worden. Met welk lichaam ? Met hetzelfde lichaam, dat hun in het sterven ontnomen en in het graf gelegd is ? Neen, dat kan alleen van Christus verwacht worden, omdat Hij als de Heilige ook naar het lichaam het verderf niet kan zien — maar niet van ons, wier doode lichamen zich ontbinden. Daarom zegt de apostel alleen met betrekking tot onze opstan­ ding : Gij dwaas ! Hetgeen gij zaait, wordt niet levend, tenzij dat het gestorven is. Het is bijzonder in de plantenwereld eene wet der natuur, dat het zaad in de aarde sterven, verderven moet, zal de levende kiem, die er in ligt, zich kunnen ontwikkelen tot een nieuwe plant. Bijzonder de aardvrucht en het graan zijn hiervan de treffendste bewijzen, want deze gezaaid zijnde, in hun zaad, brengen niet alleen zichzelven, maar vermenigvuldigd voort. Daarom nam de Heere tot beeld van de noodzakelijkheid Zijns vrijwilligen doods, ooik den graankorrel, in de woorden Joh., 12 : 24 : „Voorwaar, voorwaar zeg Ik u : Indien het tarwegraan in de aarde niet valt en sterft, zoo blijft hetzelve alleen ; maar indien het sterft, zoo brengt het veel vrucht voort.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Da Costa

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1946

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's