Financiën
Postgiro 138421
Zoo tegen het einde van het jaar wordt nog gemakkelijker dan anders het geval mag zijn, de vraag gedaan : hoe zou het er wel inderdaad met de zaken — en dan bedoelen wij hiermede in het bijzonder de dingen, welke behartigd worden door onzen Geref. Bond — voorstaan ?
Die laatste maand van het jaar is toch anders dan de eerste. Men ontworstelt er zich niet aan, door te zeggen dat is phantasie, de werkelijkheid zal het u wel anders vertellen. Of het de eerste of laatste maand is, maakt geen verschil. Toch is het niet geheel juist. De Psalmist heeft hier een aparte uitdrukking voor, n.l.: leer ons alzoo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen. Een wijs hart ontbreekt ons juist. Wij leven zoo gemakkelijk naast de dingen. Wij durven de werkelijkheid niet aan. Zou het dit niet wezen, wanneer in de H. Schrift gewezen wordt in deze richting? Vandaar is het zoo goed, dat wij onze plaatsen juist kiezen. Niet door een gekleurd glaasje kijken, waardoor alles zoo wonderschoon aandoet, terwijl de werkelijkheid een heel ander beeld vertoont.
Wordt in deze enkele toelichting het duidelijkste weergegeven, wat wij met ons zeggen voor hebben, zoo zetten wij thans onder ons betoog een streep.
Wij hebben onze kinderjaren achter den rug ; moeilijke jaren zijn daarop gevolgd, jaren, waarvan wij ons geen voorstelling kunnen vormen, hoe wij er door gekomen zijn. 't Is een wonder in onze oogen. Wij kunnen ons geen juistere omschrijving voorstellen dan die van den profeet ons wordt voorgelegd : ,,Ik, de Heere, word niet veranderd ; daarom zijt gij, o kinderen Jakobs, niet verteerd".
Hierin wordt Gods wondere genade zoo ten voeten uit geteekend.
Zijn onveranderiijke trouw is de levensbron, waaruit Zijn Kerk op aarde wordt gevoed en gedrenkt, 't Is niet uit ons, 't is al uit Hem. Ziet hier het heilgeheim, waaruit alles wat God vreest, leeft. In dit licht wordt alles doorzichtig. Alles, waarbij wij gewoon zijn onze aandacht te bepalen, verdwijnt op dezen achtergrond.
1946 heeft ons niet weinig te vertellen. Ook al zijn er tal van dingen, waarvan wij deze omschrijving niet mogen achterhouden : „de sporen van de verwoesting staan er nog in te grooten getale en zijn van zulke schrikkelijke, gevolgen, dat wij er haast geen woord voor weten. Ge behoeft geen enkele plaatsnaam te noemen, heele landstreken zijn voor een menschenleeftijd van alle schoonheid beroofd. Het probleem, waarvoor onze samenleving zich ziet geplaatst, is van dien aard, dat gezegd mag worden : hier gaan geen jaren overheen, maar tientallen van jaren vorderen hiervoor hun aandacht en volle zorgen. Geldt dit het materiëele, de verwoestingen houden hierbij niet op. Wat een ontwrichting onzer zedelijke wereld hangt hier niet mee samen. Jeugd en jongelingsschap worden van huis en haard weggedreven. Daar is eenvoudig niets aan te verzetten. Landsbelang vordert het heele samenstel.
Om van gevaren nog niet eens te spreken. Gevaren op elk terrein worden als een matwerk gevlochten over hoofden en halzen heengeworpen van alles, wat met de lente des levens van Gods hand werd gesierd. Daar is geen uitzondering te bedenken, en dat is goed ook, alleen rest ons deze vraag : waar leidt dit alles ons heen ? Brengt het ons ook dichter tot den Heere ? In 't algemeen gesproken, is het gevaar verre van denkbeeldig, dat ook voor onzen tijd zal gelden : Ik, de Heere, heb ze geslagen, doch zij hebben geen pijn gevoeld. Men leefde en leeft er nog overheen. „Moed houden", „de moed niet laten zinken", „alle krachten inspannen".
„De lofzangen mogen een einde hebben, zou het dan van de treurzangen niet evenzeer gelden ? " Wanneer wij deze klanken zoo in onze onmiddelijke nabijheid kunnen opvangen, zoo kunnen wij ons niet ontveinzen, dat wij dezen indruk krijgen : het volk in het algemeen weigert te luisteren naar de waarschuwingen des Allerhoogsten in den Hemel. Alleen dit eene woord spreekt met een helderheid van klank, onovertroffen : „wie God verlaat, heeft smart op smart te vreezen".
't Is zoo gemakkelijk niet, een verleden achter zich te hebben als ons kleine landje. Wat een liefdezorgen gingen hiermee niet gepaard. Eeuwen — wij spreken van gouden eeuwen — liggen er achter ons. Is daar geen sprake van den Allerhoogste tusschen te beluisteren ? De Heere geve ons een luisterend oor en een toegenegen harte. Hij geve aan allen, die geroepen worden om ons volk voor te lichten, een afhankelijiken geest. Een biddend volk is een sterk volk. Wie het verwacht van alles wat groot is en machtig, komt straks tot een beschamende uitkomst. De Heere deelt Zijne eer met geen schepsel. Hij doet het om Zijns Naams wille.
Laat mij hierbij ons inleidend woord afbreken, 't Is niet onmogelijk, dat er bij onze lezers van De Waarheidsvriend wel eens de gedachte opklimt : waarom staat er geen enkel stukje van den Penningmeester in ? Om de zeer voor de hand liggende oorzaak, dat er zoo goed als geen enkele post zich toe leent. Zoo is mijn wachten vaak op een vriendelijke geste van een onzer vrienden, m.a.w. wanneer gij zorg draagt dat er iets is te verantwoorden, zoo help ik u volgaarne bij het uitvoeren van uw plannen.
1. De post, welke mij werd afgedragen, kwam van de Veluwe, n.l. van den kerkeraad van Putten 10 gld. Zou de afzender, Dopstraat 8, zich de moeite willen getroosten even deze zending toe te lichten ? 't Is wij niet geheel duidelijk, wat de heer E. Slot van me verlangt. Bijvoorbaat mijn vr. dank.
2. Collega Korevaar, van Gouda, zond mij als nagift voor de collecte voor het Studiefonds, op de ledenvergadering van den Geref. Bond te Gouda gehouden, ƒ12.50 Wij zeggen onzen Goudschen vrienden zeer hartelijk dank voor deze attentie.
3. Collega De Lint, van Sluipwijk, zond ons ƒ 2.50 als vrije gift, welke bedoelde steun te bieden aan ons Studiefonds. Hij teekende hierbij aan : geld mag niet ontbreken, om jonge menschen op te leiden tot het heerlijk ambt. Wij vinden het net zoo, vandaar onzen weigemeenden dank.
4. Collega Timmer zorgt telkens voor die verrassingen. Zoo ook nu zond hij mij als nagekomen abonnementsgelden uit Harderwijk een som van 20 gld., geïnd door mej. M. Jansen. Vóórdat deze twee tientjes bij elkander zijn gebracht, is er menige voetstap gedaan. Wij kunnen niet anders dan onze groote erkentelijkheid betuigen.
5. Van collega N.N. te X kreeg ik ter verantwoording een tientje, 'k Zeg hem dank voor de moeite, welke hij zich in dezen heeft getroost.
6. Onder letter V. W. te VI. kreeg ik 10 gld. met als bijschrift „uit dankbaarheid voor weer oprichting van een ziekbed". Wij verstaan eenigszins wat dit zeggen wil. Hier ruischt het lied op den achtergrond : Wat zal ik, met Gods gunsten overlaan, dien trouwen Heer' voor Zijn gena vergelden ? De Naam des Heeren zij in alles geprezen.
7. Te Emst, waar pas de Brandwijksche Pastor zijn intrede heeft gedaan, werd voor onze fondsen een collecte gehouden, welke er zijn mag. Bestonden de gewoonten nog uit den ouden tijd, toen onze oude Penningmeester nog de teugels in de hand had, n.l. de heer Fliehe, zoo zou hij onmiddellijk het sein hebben doorgegeven : de vette letters moeten worden aangebracht. Wij hebben een collecte van boven de 100 gld., n.l. ƒ 100.23
Wij heben geen vette letters, maar wat wij wèl hebben : een woord van warmen dank. Collega Streefkerk kan zich van onze groote erkentelijkheid overtuigd houden. Wij danken èn de gemeente èn den voorganger recht hartelijk.
8. Een tweetal postjes, waaraan beide de naam van ds. Streefkerk verbonden is, volge thans. In Brandwijk had hij de leiding van de afd. aldaar van den Geref. Bond. Zoo kreeg ik eerst van hem persoonlijk de contributie, zijnde ƒ 1.25, en verder van de afdeeling aldaar 7 gld. Tezamen alzoo ƒ 8.25
Wij hebben in dezen niet anders te zeggen dan : dank u beiden.
9. Te Giessen-Nieuwkerk werd voor onze fondsen op 24 Nov. de collecte gehouden. Nu, ook hier is een woord van warmen dank zeker op zijn plaats. Op zulk een schitterende collecte kan niet anders dan een woord van echten dank volgen. De collecte bedroeg ƒ 88.60
10. Verschillende wisselingen hebben er plaats, wat de predikantsplaatsen betreft. Zoo ook St. Philipsland en Woerden. Bij het afscheid van St. Philipsland werd een collecte gehouden voor onze fondsen. Niet een ongeschikt moment, zult ge opmerken. Ik denk er net zoo over. Gelijk dan ook uit het verdere vervolg blijkt. Deze collecte bedroeg niet minder dan 130 gld., ruim, n.l. ƒ130.65
Wij hebben op zulke warme blijken van medeleven niet durven rekenen. Ontvangt onze oprechte toegenegenheid.
11. Van Oud-Alblas werd op de giro van den Geref. Bond een bijdrage gestort, waaruit niet anders mag worden afgeleid dan een zichtbaar blijk te verleenen van meeleven te willen toonen bij de kerkeraden, die daadwerkelijk toonen mede te leven in den nood van onzen tijd.
Wij verblijden ons in deze steun-bieding. Wij noteeren met oprechten dank voor het Studiefonds ƒ 50.—
11a. De Diaconie van Zuid-Beijerland zond me als gift voor het Studiefonds ƒ 5.—
Onze vrienden aldaar wordt een kleine correctie aanbevolen. Men verwarre niet mijn eigen giro met die van den Bond. Daarmee voorkomt ge onnoodig werk.
12. 't Is vaak een heele toer, om tusschen de verschillende punten, waarop ons bootje stooten kan, door te zeilen. Is er een voorganger, die nogal sterk gewaardeerd wordt, en dus krijgt nogal eens een aanzoek om over te komen, zoo wordt wat de éen prijst, door den ander gelaakt. Wanneer een beroep wordt aangenomen, zoo heerscht er onder de vrienden verslagenheid, terwijl in de roepende gemeente juist blijdschap wordt getoond. Zoo ging het onder andere ook in de gemeente van Aalst, bij Zaltbommel. Ds. Van der Kooij heeft voor een beroep naar Ameide ca. bedankt, wat tengevolge had dat er een bankbiljet van 25 gld. met veel dank heenvladderde naar de pastorie. Het couvert, waarin dit bankbiljet een plaatsje had gekregen. Verried het adres, waarheen het werd gezonden. Onze echte oprechte dank aan gever en zender.
13. Collega Van End, te Zeist, tot voor kort nog woonachtig in Melissant, was zoo goed, gevolg te geven aan een vriendelijk verzoek, hem door een gemeentelid gedaan, n.l. 5 gld. door te geven aan den Penningmeester van den Geref. Bond. Wij zijn hiervoor onzen dank verschuldigd.
14. Te Bennekom werd een collecte gehouden voor onze fondsen. Een prachtcollecte. ƒ 205.05 Onze warme dank !
15. Te Haaften werd evenzoo een collecte gehouden voor het Studiefonds van den Geref. Bond. Deze bracht op ƒ 164.— 'kHeb over deze ondubbelzinnige blijken van mee-leven en mede-zorgen niet anders dan grooten dank.
16. Gestort op onze giro van den Geref. Bond door A. de J. te B. een rijlksdaalder, waarvoor ik geen ander woord kies dan : „alle dank verschuldigd".
17. Te Genemuiden heeft men voorrechten gehad van de prediking, zooals in enkele gemeenten meer. Hier is een warm meelevende kern. Mijn ervaring dateert van jaren terug. Een collecte van hier uit te ontvangen zegt veel. Ik ben niet heel gauw ontdaan, maar een gevoel van kleinheid onder de weldaden Gods, bleef niet achterwege. De collecte bedroeg niet minder dan ƒ362.50. Hieruit blijkt wat Gods genade bewerkt.
18. Waarmee ik dacht af te sluiten voor deze keer bracht me een weinig in onzekerheid. Van collega Korevaar van Gouda kreeg ik een biljetje van de postgiro van 5 gulden met de omschrijving: „zulks werd mij ter hand gesteld op de 84ste verjaardag van mevr. A. voor 't Studiefonds".
'k Was n.l. begonnen — of juister weergegeven met post 2 — van denzelfden, gever. Neen, 't lijkt alsof hetzelfde nogmaals wordt vermeld. Dit is niet juist. Afgedragen werd ƒ 5.—
'k Zal nu werkelijk er een streepje onder plaatsen. De totale som van wat in deze verantwoording wordt weergegeven, bedraagt niet minder dan
f 1216.78
Utrecht 6-12-1946
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's