Verweer van den Secretaris
Mij werd per post toegezonden uit Ede no. 5 van de Mededeelingen van de Vereeniging „Kerkelijk leven" te Ede.
In die Mededeelingen staatvermeld, dat de inhoud niet bestemd is voor publicatie in de pers. Ik hoop mij daaraan zooveel mogelijk te houden. Het zij mij echter vergund om eenige regels daaruit over te nemen, die speciaal handelen over mijn referaat op de jaarvergadering van den Gereformeerden Bond. De toon is overigens zeer welwillend.
Men schrijft het volgende :
In die Mededeelingen staat vermeld, dat de in Geref. Bond, welke in de nummers van De Waarheidsvriend" werd afgedrukt, sprak ds. Timmer bij herhaling over de aloude belijdenis Onzer vaderen, die gehandhaafd en de belijdenisder gereformeerde gemeenten moet blijven. Ook op andere plaatsen maakt ds. Timmer daarvan gewag in verband met de mogelijkheid van nieuw belijden.
Deze uitdrukking „aloude belijdenis" heeft bij ons een vraag gewekt. Ds. Timmer bedoelt er blijkens het geheele verband ongetwijfeld een aanprijzing van onze belijdenis mee. Wij vragen ons dan af: is deze belijdenis nu goed, omdat ze zoo oud is ? Naar onze overtuiging zegt het gebruik van de uitdrukking „aloude belijdenis onzer vaderen" meer over de psychologische gesteldheid van den spreker, dan over de waarde van onze belijdenis. Immers niet alles, wat oud is, is goed. Maar wie het oud-zijn zoo als een aanprijzing vermeldt, doet zich kennen als meer van behoudenden dan van vooruitstrevenden aard te zijn.
Men begrijpe ons goed ; wij bedoelen hiermede niets onvriendelijiks of afkeurends. Maar we zouden er bezwaar tegen moeten maken, als een behoudende aard als karakteristiek gereformeerd zou moeten gelden.
Het zij mij vergund om op de vraag van den schrijver uit Ede een antwoord te geven. Een van Israels profeten heeft het oude bondsvolk toegeroepen, om toch terug te keeren tot de oude paden. Ik geloof toch niet, dat die profeet die oude paden boven de nieuwe wegen heeft verkozen alleen maar, omdat die paden oud waren. Neen, geachte lezers uit Ede, er is heel veel, wat oud is en daarom toch niet deugt. Dus op uw vraag of de belijdenis goed is, omdat deze zoo oud is, antwoorden we volmondig „neen". Maar waarom is die belijdenis onzer vaderen ons dan zoo lief ? En waarom willen we van „nieuw belijden" niet weten ? Omdat we gelooven, dat die oude belijdenis onder het voorzienig bestel des Heeren door Gods kinderen is opgesteld in een tijd, toen de brandstapels rookten. Wie zijn geloof beleed, liep gevaar op den brandstapel terecht te komen. Maar ziet, juist in dien tijd kwam het werk des Heiligen Geestes heerlijk tot openbaring in de harten van Gods kinderen. Ze leefden uit het Woord Gods bij het licht des Heiligen Geestes.
Het kan toch niet anders, of dit alles moet heerlijke vruchten hebben afgeworpen, waarvan we de neerslag vinden in onze belijdenisgeschriften. En dat kunnen we niet alleen zien in den tijd van de reformatie, maar dat zien we ook al in de eerste eeuwen van het bestaan van de Christelijke Kerk. Onder de leiding des Heiligen Geestes heeft rhen gekozen voor Athanasius tegen Arius, om daarmee de Godheid van den Heere Jezus te belijden.
Dat behoeft dus niet meer te worden over gedaan. Dat staat nu eenmaal vast. En als de Kerk het opnieuw zou willen doen en zou willen uitgaan van de Heilige Schrift, geleid door den Heiligen Geest, dan zou de Kerlt naar mijn vaste overtuiging weer tot hetzelfde belijden moeten komen.
We leven nu echter in een heel anderen tijd. Nu rooken de brandstapels niet. Nu stemmen allen lang niet in met de belijdenis, dat de Bijbel Gods Woord is. Nu is Gods Woord in den Bijbel, zeggen velen. Nu worden vele theologen niet geleid door den Heiligen Geest, maar naderen de reeds besnoeide waarheden met allerlei wijsgeerige prsemissen. Vandaar allerlei subjectieve meeningen, zoodat bij sommigen de verzuchting opkomt of er nog wel een objectieve waarheid is.
En op die vraag antwoordt een gereformeerd mensch, dat Gods Woord de Waarheid is en hij gelooft ook, dat de belijdenis de Waarheid zuiver belijdt. Als de Kerk dan ook in waarheid door Gods Woord en door Gods Geest geleid wordt, zal ze zich telkens weer terug vinden in die aloude belijdenis.
Het is daarom, dat die belijdenis ons zoo lief is. Op die oude paden moeten de schreden worden gericht, niet, omdat ze oud zijn, maar omdat het de weg der waarheid is. Van nieuw belijden kan alleen sprake zijn, als men het wil nemen in dien zin, dat de oude belijdenis vatbaar is voor uitbouw. Het is de bedoeling geweest van onze vaderen om telkens weer in Synodaal verband bij elkaar te komen. Dat dit nooit meer geschied is, valt ten zeerste te betreuren. Als we zien op onzen droeven tijd, dan zou het stellig niet overbodig wezen, dat er een artikel werd geformuleerd tegen het materialisme, tegen de secten, enz. Dat zou een geoorloofde uitbouw mogen heeten. In anderen zin wijzen we het woord „nieuw belijden" totaal af.
Wat de schrijver uit Ede verder opmerkt in zijn verder betoog over behoudend of vooruitstrevend, daarover kan ik kort zijn. Wij kunnen ons krampachtig aan de oude - belijdenis vastklemmen en toch op het terrein van het practische kerkelijke leven een oog hebben ook voor vele nieuwe methoden, b.v. op het gebied van catechese, enz. En al zou de schrijver uit Ede er bezwaar tegen maken als we een behoudende aard als karakteristiek gereformeerd zouden laten gelden, blijven we toch volhouden, dat we aan de waarheid van Schrift en Belijdenis moeten blijven vasthouden. „Zoo oud als de weg van Kralingen", luidt een spreekwoord. Maar die weg van Kralingen kan nog verlegd worden, maar de smalle weg naar den hemel kan niet verlegd worden.
Lezers, houdt daaraan vast, óok al zoudt gij ccnservatief genoemd worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's