De Bond van Ned. Herv. Mannenver. op G.G. in vergadering bijeen.
Voor de eerste maal na de bevrijding, kwam Zaterdagmiddag 14 Dec. j.l. de Bond van Ned. Herv. Mannenvereenigingen op Gereformeerden grondslag in het Kasteel van Antwerpen, aan de Oude Gracht te Utrecht, in vergadering bijeen.
Na het zingen van Psalm 98 vs. 2 en het lezen van een gedeelte van Jesaja 40, opende de voorzitter, de heer M. Noteboom van Hilversum, de vergadering met gebed. In zijn openingswoord memoreerde spreker de moeilijkheden, waarmee de Bond in de afgeloopen jaren te kampen heeft gehad en die ook een belemmering waren om te vergaderen, waardoor het contact geheel verbroken was. Het is van groot belang, het werk met kracht te hervatten en de gelederen te sluiten om Schrift en Belijdenis. De druk der tijden bracht geen verbetering en wederkeer, maar verharding en vervlakking. Er is een streven van éénheid, zonder te letten op de ware bron van eenheid. Zonde wordt genoemd een gebrek, van een antithese wil men niet weten. Men droomt van een idealistische eenheid en Pelagius en Arminius zien hun volgelingen vermenigvuldigen. Het is alles een eenheid en macht zonder het bindend cement des geloofs. Men wil, onder invloed van Barth, een hoogtij in de richtingen forceeren ; men idealiseert een gehoorzaamheid op den bodem der belijdenisschriften zonder daarnaar te leven. Het is een eenheid, zonder de erkenning van de eenheid van Christus. Voorwaar, een droeve tijd. En wat zal er nu gebeuren met de komst van een nieuwe kerkorde ? Het kan verstrekkende gevolgen hebben en wij zijn weinig hoopvol gestemd. Alleen in terugkeer ligt behoud. Daarom hebben onze Mannenvereenigingen thans zoo'n belangrijke taak. Onderzoek van Schrift en Belijdenis is zoo hard noodig. Daarom roept spreker op tot hernieuwde activiteit.
Vervolgens heet spreker in het bjjzonder welkom den referent voor deze vergadering, ds. A. Vroegindeweij, van Kaatsheuvel, die thans in de gelegenheid wordt gesteld zijn onderwerp, getiteld
„De Nood der Kerk en wij"
te behandelen. Spreker zegt, dat hij aanvankelijk heeft geaarzeld en dat hij dit liever aan anderen had overgelaten. Hij ziet echter de noodzakelijkheid van organisatie in een tijd, vol kerkelijke verwarring. Het kerkelijk vraagstuk is zoo'n brandende kwestie geworden. Wij moeten echter daarbij geen toeschouwers zijn, maar medeleven betoonen. Wij moeten weten, wat naar den eisch van Gods Woord geschieden moet, om dan de kerk te kunnen voorhouden : dit is de weg, welke moet worden ingeslagen.
Bijzondere aandacht vragen twee woorden : „Nood" en „Kerk". Die behooren niet bij elkaar, want Kerk is de gemeente der verlosten. „Nood" en „Wereld" behooren bij elkaar, de wereld onder den vloek der zonde. De Kerk is de gemeente van Christus. En toch : de Nood der Kerk. Vooral van onze Hervormde Kerk. Die Kerk heeft een bloeitijd gekend, maar hoe verkeert zij thans in velerlei opzicht in een diep vervallen en ellendige toestand.
De nood der wereld is bijzonder groot, de ongeloofstheorieën worden steeds feller verkondigd en hebben reeds grooten invloed op ons volk gehad, en het is gebleken : ongeloof is opium voor het volk en voor den mensch. De Heere heeft duidelijk gesproken in de oorlogsjaren, maar ons volk heeft zich niet bekeerd. Het blijkt steeds duidelijker, dat ons volk zich van den Heere en Zijn dienst heeft afgekeerd. De nood der wereld is daarom zéér groot. Het is een soort mode geworden, te spreken over ontkerstening, maar de ontkerstening is bedroevend groot geworden, vooral in de groote steden. In Amsterdam b.v. is het percentage van de bevolking veel grooter bij de Communistische partij, dan bij de volkskerk. Maar ook op het platteland is de leuze: geen God en geen meester. In al deze omstandigheden heeft zeer zeker de kerk een taak in de wereld. Het instituut Kerk en Wereld is niet vreemd, maar wel is het vreemd, dat het bestaat, zooáls het bestaat, want wanneer er nood is, dan is die nood alleen te genezen door den hemelse hen geneesheer Jezus Christus.
Wij leggen den nadruk op den nood onzer kerk,
Dat er andere kerken zijn, is ook een stuk van den nood. De Kerk moet immers zijn een gemeente van ware Christgeloovigen, zooals onze belijdenis zegt, een gemeente uit het gansche menschelijke geslacht ten eeuwigen Ieven verkoren.
Daarom is de Kerk ook niet los van haar Hoofd en de leden niet los van elkaar. Altijd heeft Christus ook een volk op aarde en daarom is de kerk ook zichtbaar. Er is echter veel verscheuring en verdeeldheid, en veel strijd en vijandschap. Dit moet ons pijn doen en we moeten daar niet overheen leven. Er zijn er die meenen dat de kerk bijkomstig is. Zeker, een kern van waarheid, de kerk kan ons niet zalig maken maar wij mogen ons daarom niet afzijdig houden van de kerk, wat strijden we dan nog over de richtingen in de kerk. Neen, wie zoo spreekt werkt mee aan het verval der kerk. We mogen hel kerkverband niet loslaten, want (Calvijn en ook Augustinus hebben het gezegd) :
,,de kerk is de kring waar de Heere Zijn genade uitdeelt". Het kerkelijk vraagstuk is ook niet opgelost door scheiding op scheiding. Daarvoor hebben we voorbeelden te over! Iedere afscheiding draagt als kiem een nieuwe afscheiding met zich mee. Daarom konden we ook de Herv. Kerk niet verlaten. Het ideaal van de eenheid der kerk moet ons altijd voor oogen staan. Een kernfout in onze kerk is, dat velen zich niet willen onderwerpen aan het Hoofd der kerk Jezus Christus.
Veel strijd heeft onze kerk reeds gekend in 't begin der reformatie maar ook later onder de organisatie van Koning Willem I. De wereld kwam in de kerk en iedereen was vrij, wat hij wilde leeren ; men was niet meer gebonden aan Gods Woord. Hierdoor werd plaats gemaakt voor alle richtingen. Het tegenovergestelde werd, evenals nu, bekrompen genoemd. Er kwam ruimte voor loochenaars van Christus en den geest van den antichrist en gelijk recht voor allen en zoo zijn de richtingen gekomen. Langzamerhand zijn wij er aan gaan gewennen en ook hier ligt 'n stuk van den nood der kerk! Door de hoogere besturen werd geen toezicht meer gehouden op de prediking volgens Schrift en Belijdenis, omdat de leidinggevende personen zelf ongehoorzaam waren aan de Schrift.
Nu moest er komen reorganisatie, maar vergeten werd de grootste nood der kerk, n.l. reformatie. Reformatie van heel de kerk. We moeten niet alleen zien op de vrijzinnige gemeenten, er zijn ook vele rechtzinnige gemeenten, die dood zijn.
En daarom: de Geest des Heeren is noodig, die Zijn Hof komt doorwaaien. Er is zoo weinig gevoel van den nood der kerk en den nood van het gezin. Wanneer dat wèl zoo geweest zou zijn, dan zou er ongetwijfeld ook meer gebed geweest zijn. De nood is juist zoo groot, omdat er weinig levende leden zijn en dit is de grootste oorzaak van den nood der ker! Als de liefde ontbreekt en hel leven met den Heere, dan vervalt de kerk en wordt zij meegesleept in groote ketterijen. Onder ons worden er zoovelen gevonden, die noch koud, noch heet zijn, en daarom zal ook dat vreeselijk oordeel gelden: Ik zal u uit Mijn mond spuwen. Daarbij kwam de strijd in de gereformeerde richting zèlf. Ook hier geldt:
Mijn volk gaat verloren, omdat het geen kennis heeft, en in dien toestand kwam de oorlog in 1940. Opeens werd men zich bewust dat het zoo niet langer kon en wij hadden belangstelling voor deze nieuwe klanken, want hier kon een begin van de reformatie zijn. Spoedig werden we echter teleurgesteld, omdat we geen antwoord kregen op de vraag, waar de schuld der kerk in gevonden moet worden. Ja, men wil wel schuldbelijden, zonder schuldbesef, en dan wordt schuldbelijden een mode, hetgeen een zonde voor den Heere is.
Dan zien we komen het instituut Gemeente-Opbouw. Hierin moeten loochenaars en belijders van den Christus samen optrekken, maar op welke grondslag? De hoogste roeping der kerk werd vergeten, n.l. Christus en Dien gekruist.
Prof. Banning kan niet gelooven in de heilsfeiten zoals de Schrift die openbaart! Onder dit alIes achtte men de reorganisatie van de Synode een wonder Gods. Een gejuich ging op, want nu zou er bloei en leven komen. Enkelen, o.a. ds. Kievit in zijn bekende brochure, waarschuwden en deze waarschuwing was niet overbodig I Men heeft tot grondslag: op den bodem van Schrift en Belijdenis, maar men moet zich eerst nog op de Belijdenis bezinnen, om daarover uitspraak te doen volgens de Synode I Hierop toch kan niet de zegen des Heeren rusten. Allerlei vraagstukken worden behandeld over film, radio en sport, en ongemerkt wordt een richting ingeslagen, die niet is de richting van het Woord. Zoo mogen ook wij medewerken aan de afbreuk der kerk.
De Heere verhoede, dat er voor ons geen plaats meer is in die kerk. Loochenaars leiden leeraars op : een stuk van den nood der kerk, doch waar is opmerken? Ja, hier en daar, zoowel in confessionelen als in gereformeerden kring, maar meest is het de stem des roependen in de woestijn. Er gaat geen invloed van ons uit. Wij moeten in de schuld komen. Wij hebben den Heere verlaten en wij moeten smeeken om den Geest des Heeren, alleen dán kan er een wonder gebeuren.
Welke taak hebben wij? Deze: tot de Wet en tot de Getuigenis en ons te bekeeren tot den Heere, want wij hebben schuld. Daarbij moeten wij de beginselen bestudeeren en verbreiden, niet alleen voor ons, maar óok voor ons nageslacht, en hiertoe dient het oprichten van Mannenvereenigingen, onder krachtige leiding. De prediking voorstaan naar Schrift en Belijdenis, doch deze moet ook beleefd worden, het moet niet zijn een drooge rechtzinnigheid. Wij hebben te bidden om den levenden Christus, door den Heiligen Geest aan ons hart geopenbaard te zien. Maar de nood der kerk ligt ook aan den kant van den hoorder, want zoo het volk, zoo de priester.
Onwillekeurig rijst nu de vraag: Is het nu niet hopeloos met de Hervormde Kerk? En hierop
antwoorden wij: zoolang de Heere niet met Zijn Woord en Geest geweken is, is het nooit hopeloos.
Zie Gideon's afhankelijkheid van den Heere en hierop doet God wonderen. In die afhankelijkheid
wordt Zijn kracht in onze zwakheid volbracht. Wat dan nu te doen? In de kracht des
Heeren voortgaan. De God van den Hemel zal het ons doen gelukken t Niet de kerk verlaten,
dat mag nooit, zoolang er nog plaats is voor Zijn Woord en Geest. Bij die scheiding nemen
we de schuld mee en nood is het overal. De Heere Jezus houdt Zijn kerk In stand, dus mag
de hel vrij woeden. Laten we óok niet vergeten: de kerk is altijd klein. Velen zijn geroepen en
weinigen uitverkoren. Doch de Heere leeft en waakt voor Zijn kerk!I Met dr. Ml. Luther mogen
wij zeggen : Vivit, Vivit! Hij leeft, Hij leeft! Jezus Christus en Die gekruist, opgestaan uit de
dooden! Hij leeft in eeuwigheid, en met Hem Zijn Kerk, de onzichtbare. Wij moeten zoeken, wat ons vereenigt en gehoorzamen In Hem te volgen en dan geldt: Ons staat een Sterke Held ter zij, enz. -
Door velen werd gebruik gemaakt van de gelegenheid tot het stellen van vragen, welke alle op voortreffellijke wijze door den referent werden beantwoord. Getracht zal worden dit verhandelde onderwerp in brochure-vorm te doen verschijnen.
Vervolgens werd het bestuur voorloopig aangevuld met drie personen, t.w. ds. A. Vroegindeweij, van Kaatsheulvel, ds. P. Lamens van Elspeet en W. F. van Dijk te Zwolle.
De besturen van Mannenvereenigingen kunnen zich om verschillende inlichtingen of aanmeldingen
richten tot den heer M. Noteboom, Nassaulaan 42, Hilversum of W. F. van Dijk Diezerplein
33a te Zwolle.
Getracht zal worden weder zoo spoedig moogelijk in Bondsvergadering bijeen te komen voor het
bespreken van verschillende urgente Onderwerpen.
Het was een zeer goede vergadering en zij, die niet aanwezig waren, hebben veel gemist.
De Bond herleeft!
Ds. P. Lamens sloot de vergadering met dankzegging en gebed.
Diezerplein 33a, Zwolle.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's