Schriftverklaring
Het volstrekte des Evangelies
De Galatenbrief (3)
Het volstrekte des Evangelies, (vs. 6—9, Cap. 1). Schrijver en adres van deze brief zijn ons nu bekend. In de verzen 6—9 stelt Paulus de aanleiding tot zijn brief aan de orde. Het gaat om niets meer of minder dan om het ééne, ongedeelde Evangelie, hetwelk allerlei bij-benamingen moge dragen, maar dat wezenlijk Evangelie, d.i. blijde boodschap van God is, geopenbaard in Jezus Christus, en door Zijn Geest in kerk en wereld bekend gemaakt.
De Galaten hadden zich van dat Evangelie afgewend ; zich laten leiden door ,,valsche apostelen, bedriegelijke arbeiders" (2 Corinthe 11 vs. 13), die „een ander Evangelie" brachten, geheel anders van inhoud, dan hetgeen hun de apostel Paulus gepredikt had.
Evenals te Efeze — lees Handelingen 20 vs. 29 — zal Paulus ook den Galaten vooruit hebben gewaarschuwd tegen de komende „zware wolven", welke er alles op zouden zetten om Christus' kudde te verscheuren. Toen Paulus nog onder de Galaten arbeidde, had hij reeds de vloek des Heeren uitgesproken over de zich indringende dwaaileeraars. „Tevoren" (vs. 9) was den Galaten dit alles gezegd, en daarom had Paulus zich met recht „verwonderd" (vs. 6), toen hij van hun afkeering van het volle Evangelie van Christus hoorde.
Ten diepste keerden zij zich, in de afwending van hèt Evangelie, af van God Zelf, Die hen geroepen had, krachtiglijk, en niet maar in het algemeen, „in de genade van Christus", d.w.z. zóó, met dat gevolg, dat de Galaten deelden in de door God in Christus meegedeelde genade ! Die genade Gods hing en hangt dus ten nauwste samen met het Evangelie van Christus' genade. Omdat God Eén is, en Zijn genade in Christus alleen is geopenbaard, daarom is er ook maar één Evangelie van Christus' genade. Er is er „geen ander", gelijkwaardig aan dat ééne Evangelie, aan die eene boodschap van heil en redding voor den diepst-gezonken zondaar.
Het verwondere niet te zeer, dat Paulus hier zich vlijmscherp richt tegen de verdraaiers — want dat beteekent „verkeeren", in vs. 7, eigenlijk — van Christus' Evangelie, hetwelk Paulus den Galaten zuiver en onbevlekt had mogen verkondigen ; en dat hij, dezelfde Paulus — blijkens Filippenzen 1 vs. 18 — zich erover kon verblijden, dat Christus „niet zuiver" (vs. 16), doch „onder een deksel" (vs. 18) verkondigd werd.
In Filippenzen 1 bestrijdt Paulus een uit ónzuiver motief, een met bij-oogmerken prediken van den Christus ; in Galaten 1 bestrijdt hij het naar de inhoud onzuiver prediken van het Evangelie van Christus.
Fil. 1 raakt het motief, Gal. 1 de inhoud der prediking.
Er is geen ander Evangelie, buiten hetgeen Paulus aan de Galaten verkondigde. Hij had het immers niet van zichzelf, of van een engel, maar door openbaring Gods onmiddellijk ontvangen. Hij weet: aan dit Evangelie hangt 's menschen vloek of zegen, oordeel of vrijspraak, dood of leven. Daarom uit Paulus zich zoo, naar veler kittelachtige ooren onmenschelijk „scherp". Maar hij kan het niet zachter. Hij zegt het zoo scherp uit liefde, neen, niet tot verderf, maar tot heil en redding van zijn lezers.
Wie zijn Evangelie verwerpt en verdraait, maakt zich Gods vervloeking eeuwig waardig ; niet, omdat het Paulus' Evangelie was, maar omdat Gods boodschap in Christus vervalscht, voor onecht verklaard en verworpen, en een „ander evangelie", dat alleen den náám evangelie droeg, ervoor in de plaats gesteld werd. Daar ging het om, in Paulus' tijd, en daar gaat het nóg om in onze tijd : om het volstrekte, absolute gezag van het Woord Gods, van Wet èn Evangelie. Op dit punt kan de ware Gods-gezant, en de levende Gemeente van geen toegeven, geen compromissen weten. Haar eigen eeuwig heil, sterker nog : Gods eer en Zaligmakers-glorie, zijn ermee gemoeid.
Galaten 1 vs. 6—9 is als geschreven voor ónze tijd. Het beschaamt, dat Rome, van wie de rechtgeaarde hervormde mijlenver verwijderd is, een „Christus-verwerper" als dr. Banning, dit hem openlijk voorstelt (zie „De Linie", van 22 Nov. j.I.), terwijl onze Herv. kerk deze Doctores blijkt te waardeeren, en het „verkeeren" des Evangelies nog steeds blijft sanctioneeren. De Kerk „spreekt" wel degelijk, maar zij stelt de mogelijkheid, dat allerlei elkaar uitsluitende „richtingen" het ééne Evangelie van Jezus Christus kunnen prediken.
Velen zoeken tegenstellingen, zooals tusschen Johannes en de andere Evangeliën, tusschen Paulus en Jacobus, waar wezenlijk geen tegenstellingen aanwezig zijn. Want allen vertolken het ééne volstrekte Evangelie van vrije genade. Vrije genade, zonder de werken der wet, is het groote thema in Paulus' Brief aan de Galaten, evenals aan de Romeinen. Dit komt t.z.t. nader aan de orde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1946
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's