De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Oud en Nieuw

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Oud en Nieuw

5 minuten leestijd

Kerstfeest '46 wederom voorbij. Wij staan voor het nieuwe jaar. Verschillende Kerstmeditaties wezen er op. Kerstfeest en Nieuwjaar. Het wijst op een verband. Christus' geboorte en de vernieuwing der dingen. Alles is nieuw geworden. Christus de Verlosser, is ook Christus de Herschepper. In Bethlehem gaat een nieuw licht op over gansch de wereld.

Nieuw is de symboliek niet. Zong niet één der oude Kerstliedjes reeds : „'t Liep tegen het Nieuwe jaar" ?

Opmerkelijk eenstemmig, om niet te zeggen ééntonig was het thema, dat de meditatie veelal bepaalde en de kleur, waarin het werd gezet. Kinderlijk als het raakte aan het wonder geschieden van Bethlehem.

Doch de kinderlijkheid, als gold het een sprookje, waaraan men zich een wijle wilde overgeven, kon een zucht van teleurstelling en wanhoop niet verbergen.

Een nieuwe wereld — na de bevrijding van tyrannie en groote verdrukking — hoevelen hebben daarop gehoopt? Een nieuwe toekomst, een Christelijke levensorde —. Herstel en vernieuwing, opbouw kerkelijk, sociaal en staatkundig naar het ideaal, dat men zich had voorgesteld in de donkere jaren achter ons.

Tweede maal Kerstfeest na de bevrijding. Een wereld in verwarring liet de oorlog ons na. Zal men de verwarring te boven komen ? Anderhalf jaar strijd om den vrede te bewerken en het is geen vrede, maar gisting en woeling, dreiging en weerstand, een wereld vol vragen en tegenstellingen, vol spanningen en strevingen. Is 't wonder, dat velen bevangen worden door teleurstelling en vrees, ja, van een nauwelijks onderdrukte angst ? Wonder, dat de mensch haakt naar vastigheid, dat hij uitziet maar een star der hope, dat hij met de kinderen kind wil zijn en het Kerstfeest aangrijpt?

Een wonder is het niet.

Het wonder is in het woord, dat geschied is : „dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus de Heere, in de stad Davids".

Het Evangelie kondigt Hem niet allereerst aan als de wereld-Vernieuwer. Dat doet het ook : „Wij verwachten een nieuwen hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont".

Gerechtigheid. Dat is de heerlijkheid van de nieuwe aarde. Hij, Wien alle macht is gegeven in den hemel en op de aarde, de Christus van Bethlehem, zal deze aarde herscheppen in een nieuwe, waar gerechtigheid woont.

Daarom Ikwam Hij op deze aarde. Hij kwam in onze ellende om den weg der gerechtigheid te banen, ja. Hij Zelf is de weg der gerechtigheid. Want de menschheid, de wereld, ligt onder de heerschappij der zonde. Vandaar, dat u heden geboren is de Zaligmaker. Zoo hebben de reformatoren het vertaald, omdat bij hen de vraag drong : Hoe vind ik een genadigen God in den hemel ?

Dat de wereld vol ellende is, ervaren wij iederen dag. Dat zij oorzaak vond in onze ongerechtigheid, in onze zonde, schijnt door sommigen voor een stuk orthodoxe leer gehouden te worden, welke men niet meer ernstig neemt. Het woord, schuld kan men nog tegenkomen, maar de uitdrukking zonde ontmoet men zeldzaam. Als men er van gewaagt, maakt het den indruk van een vervlakt begrip, iets natuurlijks, iets dat nu eenmaal niet anders is, dat het zijn in den tijd aan­ kleeft — maar immers in Christus, aan den anderen kant, overwonnen is.

Er is in deze nieuwe stijl een overspannen opdringerigheid, een nieuwsoortig methodisme, dat aan de waarachtige vernieuwing des harten voorbijgaat.

Gij lieden moet wederom geboren worden. „Tenzij een mensch wederomgeboren wordt, hij zal het Koninkrijk Gods niet zien". Die mensch, dat is toch Nicodemus, dat zijn wij, zooals wij hier op aarde in onze zonde bestaan onder den toorn Gods. Wedergeboren worden ? Hoe kan dat ? vraagt Nicodemus. Hij nam het reëel en persoonlijk. En dat werd hem niet afgenomen door Christus. Maar Hij leerde hem, dat het een werk is van den Heiligen Geest.

Wedergeboorte van den mensch. Dat is het wonder, in den Christus geschied. Hij spreekt van een Hem volgen in de wedergeboorte tot de Zijnen. Hem volgen in den dood der zonde, deel hebben aan Zijn lijden en sterven, om deel te hebben aan Zijn opstanding.

Het is alles in Christus, maar hoe zullen wij daaraan deel hebben, als het ook niet in ons is ? Hoe zullen wij gelooven, als het niet in ons werkt, en hoe anders zal het in ons werken dan door den Geest van Christus ?

De vernieuwing van hemel en aarde is aangevangen in Bethlehem, is ingegaan op den Paaschmorgen.

„Van nu aan zult gij den Zoon des Menschen zien komende op de wolken". Dat had Hij reeds van tevoren gezegd.

Iedere dag brengt ons nader, maar dan is de vernieuwing eigenlijk reeds aangevangen, toen de genade Gods nederdaalde om den wegvliedenden Adam te spreken van het Woord, dat in Bethlehem is geschied.

Het nieuwe van het Nieuwejaar is, dat het ons nader brengt aan den grooten dag des Heeren. Wie er in deelen mag, beleeft het iederen dag, dat de goedertierenheden des Heeren iederen morgen nieuw zijn.

Wie het vinden moge in het Nieuwe jaar, zal eerst recht nieuw jaar beleven, als de profetie ook aan hem begint in vervulling te gaan : „Ziet, Ik maak alle dingen nieuw".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1947

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Oud en Nieuw

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1947

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's