God haat het kwade
Hierover wordt niet al te veel gepreekt. Het ligt ook niet op mijn weg, hierover iets te zeggen.
Ik heb slechts een eenvoudige vraag. Haten wij het óok?
Ik denk bij het stellen van deze vraag nu eens niet aan wat wij soms te hooghartig de wereld noemen, maar aan het kwade, dat bij onszelf leeft en voortwoekert in eigen kring.
Is het enkel en alleen moedelooze matheid, die ons verhindert om het kwade te bestrijden, zooals het bestreden behoort te worden — te vuur en te zwaard ?
Ligt er in de berusting, waarmede wij sommige verhoudingen en gedragingen beschouwen, niet reeds een bewijs dat de haat tegen het kwade ons niet meer drijft ?
Hebben wij geen kwesties laten groeien tot brandnetels, die alleen ten koste van eenige zelfverwonding kunnen worden opgeruimd?
God haat het kwade, en wij hebben onze persoonlijke vijandschappen, onze persoonlijke jaloezieën, onze persoonlijke hoogmoed, onze persoonlijke traagheid in zaiken, waar onze persoon alleen heeft te dienen en te helpen.
Laten wij dien vijand najagen, tot het avond wordt en wij hem niet meer kunnen zien.
Wij mogen er zelfs om bidden, dat de dag verlengd wordt om hem te verdrijven en op de vlucht te houden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1947
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1947
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's