Samuël, een zoon der Wet.
FEUILLETON
Een verhaal mit het hedendaagsche Palestina
33
De vreemde zette een zwart gezicht en maakte niet zijn hand een afwerend gebaar. Sinaï Tulpenbloesem zag dat; en ook bij hem kwam de vraag boven, of dat niet 'n liedje was, dat in deze omgeving niet goed op zijn plaats was, en dat niet in overeenstemming was met de waardigheid, die dit land toekwam. „Hó ! dat niet meer! Nu willen wij er mee ophouden". Hij vroeg den onbekende, of hij niet een oogenblik bij hen wilde komen zitten.
In plaats van gehoor te geven, vestigde deze de opmerkzaamheid op een klein reisgezelschap, dat komend uit het Noordwesten — juist het boschje bereikte, om ook even fn de schaduw daarvan te rusten. Het bestond uit drie personen met een kameel en een ezel. De kameel was bepakt met huisraad en zakken, droeg een blauwen gelukaanbrengenden halsband, in den vorm van een parelsnoer, en werd door een armelijk gekleeden Fellah geleid. Daarnaast liep een mooie, nog heel jonge vrouw, met ongesluierd gelaat, waaraan duidelijk te zien was, dat zij tot de menschen van dit land behoorde. Op den ezel reed een Arabier van middelbaren leeftijd, de bezitter van den ezel en van de vrouw. „Wat zien jullie ? " vroeg Suze.
Samuel gaf een geschrijving, en de vreemde Jood was er bij behulpzaam. Hij kende de Arabische zeden en taal, en hij kende ook den man, die op dit oogenblik bezig was een jonge echtgenoote naar zijn huis te halen. Het was Said Abbud, over wien de landmeter had verteld, die man dus uit dat dorp, dat zoo goed als een ruïne was, in de onmiddellijke nabijheid van Schaloom.
De jonge vrouw droeg een blauwen armband, die heelemaal uit kleine handjes bestond op de wijze van een Joodschen trouwring. Zij liep op bloote voeten, maar zij droeg een blauwen rok met een geborduurd keurslijf, en daaroverheen had zij een mantel. Zij had een turban op haar hoofd, waaraan een massa zilveren munten waren bevestigd. Dat was haar kas, en dit vormde met datgene, wat de kameel droeg, haar bruidschat, dien zij voor den achter haar rijdenden echtgenoot meebracht. Zij kon moeilijk ouder zijn dan veertien jaar, een goed jaar ouder dus dan Samuel, maar er lag over haar mooi gelaat een donkere schaduw. Er ging een rilling door de leden van Suze's pleegzoon, dat zoo'n jong wezentje zoo'n vreeselijik lot tegemoet ging, en hij kon daar slechts bij horten en stooten van vertellen. Een uitdrukking, die meer bij een wild dier dan bij een vrouw, die ter bruiloft gaat, behoorde, gleed over haar gezicht, toen haar „man", nadat hij was afgestegen, haar een hand op den schouder legde, en vriendelijk eenige woorden tot haar sprak. Zij wendde zich af, en zorgde met haastigen ijver voor een soort ontbijt, waartoe zij het noodige uit de bagage nam. Zij breidde een klein tapijt uit over den grond, die dik onder het stof zat. De man in zijn helgekleurd: en wijd gewaad, stapte toen langzaam naderbij, en ging zitten. Zij zette spijs en drank naast hem en kuste zijn hand. Daarop trok zij zich terug, leunde tegen een boom, en feek met onafgewend gelaat over den weg, dien zij waren gekomen.
Nu kon Samuel haar gezicht niet meer zien. De man, die den kameel leidde, was tevens zijn bezitter. Hij had dat dier slechts voor deze bruidsreis tegen een halve of heele gouden lira aan den vader der vrouw geleend, want de pas getrouwde was een arme drommel, die er niet aan kon denken om er een kameel op na te houden. En toch troonde hij met onnavolgbare waardigheid daar als een Moetessarief of Wali op zijn tapijt. Pas toen hij een poos gegeten had, wenkte hij den kameelhouder toe, dat deze bij hem mocht gaan zitten om mee te eten.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1947
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1947
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's