Hoe komen wij bij elkander
Er zijn er, voor wie de saneering van het kerkelijk leven neerkomt op één vraag : „Hoe komen wij bij elkander? "
Deze vraag ligt geheel in de lijn der synthese en van het compromis. En men kan niet ontkennen, dat de naar buiten tredende verschijnselen den indruk moeten maken, dat in die lijn wordt gedreven.
Daarom vestigen wij de aandacht op de critiek, welke achter de vraag : „Hoe komen wij bij elkander", schuilt. Immers de vraag wijst op scheiding, op niet bij elkander zijn van wat bij elkander wordt gewenscht. Haast ontviel ons : „van wat bij elkander behoort".
Maar, waarom zeg ik het zoo niet ? Behooren zij dan niet bij elkander, die in één kerkverband zijn vereenigd? (Het woord „vereenigd" werkt hier ook al weer storend). Immers dat is het geheel tegenstrijdige en vreemde : Hoe komen wij bij elkander, wij, die in één kerk saamwonen ? "
Men kan dat in een kerk strikt genomen niet vragen, althans niet in den zin, zooals het hier wordt bedoeld. Want men bedoelt, hoe komen de richtingen bij elkander, die het soms in zeer principiëele punten niet eens zijn ?
Hoe overwinnen wij de richtingsverschillen ? Het is reeds onmiddellijk duidelijk, dat zulke stemmen uit de kerk komen, maar dat het niet de kerk is, die de zaak zoo stelt. De kerk vraagt niet, hoe breng ik de richtingen bij elkander, maar, hoe moet ik over de richtingen oordeelen, in hoeverre zijn haar onderlinge verschillen van middelmatige beteekenis, in hoeverre komen zij op uit voor de onderhouding der kerkelijke gemeenschap ontoelaatbare ketterijen ?
Maar de kerk der richtingen kan zoo niet spreken. Zij kan zich niet als kerk gedragen. Dat is de toestand. De richtingen zouden samen kunnen delibereeren over hun confessioneele bezwaren en afwijkingen. Maar dan wordt de confessie der kerk ter tafel gebracht. In de confessie toch is de kerk der reformatie aan het woord. De richtingen kunnen die kerk nog altijd in haar belijdenis hooren en, zoo zij zich in het geloof dier kerk niet kunnen vinden, van haar bezwaren doen blijken.
Men zou die bezwaren nader bij het licht van Gods Woord kunnen onderzoeken en zoo hopen elkander op den grondslag der belijdenis en in gehoorzaamheid aan Gods Woord te vinden — of anderzijds op onoverkomelijke bezwaren stuiten. Dit laatste zou ook het geval zijn. En dat weet men en wellicht doet men het daarom niet. En toch zou men om bij elkander te komen, als kerk moeten bij elkander komen. Men moet samen tot de kerk komen, samen de kerk tot openbaring brengen. Welke kerk?
De kerk, die er is, — de levende kerk van Christus, welke in de belijders van den Christus openbaar wordt. Wij kunnen die in haar geestelijke realiteit niet waarnemen en vergaderen. Wij kunnen geen kerk van ware Christgeloovigen uitlezen uit de menigte.
Maar wij kunnen als kerk saamkomen op den grondslag der belijdenis. De wil om daartoe van harte mede te werken ontbreekt bij velen niet. Bij anderen zou dit op tegenstand stuiten. Denk aan Zwingli-actie.
Intusschen wordt een synthese-politiek gedreven, welke geen verwachting kan geven voor de tóekomst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1947
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1947
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's