Lezers, gaat gij altijd trouw op onder den dienst des Woords?
Misschien zegt een van de lezers, die zich voor deze vraag gesteld ziet, dat dat kerkgaan ook maar een gewoonte is. Dat mag waar wezen, lezers, maar dan noem ik het toch een goede gewoonte. Van den Heere Jezus lezen we in Lukas 4 vs. 16 : En Hij kwam te Nazareth, waar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijne gewoonte, op den sabbat in de synagoge, en stond op om te lezen.
Weet wèl, dat het thuis blijven óok een gewoonte wordt. Men staat wat later op. Men leest een krant of een boek en eer men het weet, komen de kerkgangers voorbij en langzamerhand wordt het weer etenstijd. De Zondagmorgen is weer voorbij !
Wat al verontschuldigingen worden er telkens naar voren gebracht. Voor den een is 't te koud, voor den ander is het weer te warm. Weer een derde vindt, dat de preek niet naar zijn zin is, of dat de plaats, die de kerkvoogdij voor hem heeft beschikt, niet naar genoegen is. Of het ontbreekt aan kleeren.
Talloos velen zijn er, die zich ergeren aan het gedrag van anderen. Als ze deze of gene zien zitten in de kerk, hebben ze hun buik er al van vol. Ze zien zooveel van die trouwe kerkgangers, dat ze zich er gruwelijk aan ergeren. Neen, met zulk volk willen ze niet in de kerk zitten.
O, wat een eigengerechtigheid ! Alsof men naar de kerk moest gaan om zijn buurman onder het vergrootglas te nemen, inplaats van zélf als een arm zondaar onder den dienst des Woords om een verbeurden zegen te vragen. Waarlijk, die er zóó mag zitten, als ware hij zélf de grootste van de zondaren, zal zich niet zoo gemakkelijk ergeren aan anderen.
Wel geef ik toe, dat alle trouwe kerkgangers wel terdege hebben toe te zien, dat ze door hun slordigen levenswandel anderen niet zullen afstooten, maar veeleer een leesbare brief van den Heere Jezus zullen begeeren te wezen, om anderen te winnen voor het Koninkrijk Gods.
Het is inderdaad droevig, als de wereldlingen van sommige kerkgangers meenen te moeten opmerken, dat ze Zondags onder de preekstoel zitten, maar 's Maandags op de markt hun naaste er tusschen trachten te nemen.
Gelukkig, die het zich tot een goede gewoonte hebben gemaakt om trouw op te gaan naar het huis des gebeds. We vatten het daarmee niet op als een goed werk, zooals de Roomschen doen, die leeren, dat het bloote verkeeren onder de bediening van de mis reeds zegen afwerpt voor de ziel.
Maar er staat toch geschreven, dat het geloof uit het gehoor is en het gehoor door het Woord Gods. Men is nog onder de middelen, waardoor de Heere nog aan een menschenziel kan arbeiden. Van Ruth lees ik, dat ze aren ging lezen op den akker van Boaz, en dat haar thuisblijven weinig was ; maar laat dat ook van ons gezegd mogen worden, opdat het nooit tegen ons getuige, dat de Heere ons zou hebben geroepen, maar wij niet zouden hebben geantwoord.
Laten we het ook onze kinderen leeren. Jong geleerd, oud gedaan. Het is moeilijk, om van oude boomden, met dikke takken, nog leiboomen te maken. Men moet leiboomen maken, als de takjes nog gemakkelijk zijn te buigen. Wie dit van zijn jeugd af heeft geleerd en gedaan, zal in den beginne niet gemakkelijk vertragen, zonder dat de stem van het geweten, hem zegt, dat hij toch zijn plaats in het huis des gebeds niet mocht ledig laten.
Ik weet wel, dat de zuigkracht der wereld groot is en dat de bioscoop de jonge menschen gemakkelijker lokt dan de kerk. Velen gaan liever naar de kroeg, dan naar de kerk.
O, laten we daarom trouw opgaan onder den dienst des Woords, waar de Heere nog aan onze arme onsterfelijke ziel kan arbeiden, eer het voor eeuwig te laat is !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1947
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1947
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's