De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schriftverklaring

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schriftverklaring

Toebeirdding tot het Evangelie.

5 minuten leestijd

De Galatenbrief (5),vs. 15—17, Cap. 1).

Evangelie-prediken en Evangelie-prediken is niet bij allen en een ieder hetzelfde. God heeft grooten en kleinen in Zijn koninkrijik en in Zijn wijngaard, ook onder de geroepen predikers van Zijn heils-woord. Allen ontvangen een zekere voor én toebereiding.

Als vanzelf hebben we ons hier te beperken tot hetgeen Paulus zelf ons meedeelt betreffende zijn voorbereiding tot den dienst des Evangelies. Hij roemt in vs. 15—17 verschillende zaken, welke ik in een zekere volgorde u even ordenen wil : 1e. Gods welbehagen ; 2e. Zijn afzondering, ; 3e. 's Heeren roeping; , 4e. Zijn openbaring van den Christus in Paulus ; 5e. Paulus' vertrek naar eg verblijf in Arabië. Over elk van dit vijftal een enkele toelichting of opmerking.

Ik weet wel: het welbehagen onder punt 1e., dient in verband te worden gebracht tot Gods openbaring van Zijnien Zoon in Paulus' hart en leven, en toch noem ik het eerst apart. Want dit welbehagen van God in Paulus is a.h.w. zijn eerste toebereiding tot het Evangelie-ambt. Buiten dit welbehagen, dit souverein-vrij, genadig-verkiezen van God in Christus ; ook daarbuiten-óm kan een rnensch — ik denk aan Bileam en aan Judas - geroepen worden in en tot den dienst des Heeren ; maar Paulus mocht van eeuwigheid deelen in 's Heeren liefde-erbarmen. Daarheen voert hij ons hier terug, teneinde alle verdienste van zijn, van 's menschen zijde af te snijden, en Gode alleen de eer toe te brengen. (Luther).

In Christus Jezus rust Gods welbehagen dus op Paulus, hoe zondig, hoe diep-verloren ook. Evenals een Jeremia (Hfdst. 1 vs. 5 vv.), is ook Paulus van zijner moeders schoot aan, door den Heere toe- en voor-bereid tot zijn hem later wachtende taak. Om hier, zooals Kuyper Sr. deed, een veronderstelde wedergeboorte-leer uit te halen, is te vergezocht. Deze afscheiding vanaf de geboorte, deze afzondering tot het latere ambt, is een bijzondere daad van Gods leiding en voorzienig bestel in Paulus' leven, zóó, dat ihij, aan Gamaliel's voeten onderwezen, de kernleer en het wezen van het Joodsche farizeïsme als 't ware geheel in zich opnam, om later des te heerlijker- en kracihtiger het vrije Evangelie van Gods genade in Christus in haar tegenstelling te ondervinden en uit te roepen onder Jood en heiden.

Deze periode van afzondering, deze 2de trap van Paulus' voorbereiding, loopt — zooals hij aangeeft — tot dat grootsche moment, dat onvergetelijk gebeuren in Paulus' leven, dat God hem roept, bij name. Het is wel de Heere Jezus, Die het doet. Maar Paulus weet: achter Hem, door Gods genade in Christus Jezus heen, spreekt God de Vader hem aan. God roept Zijn kinderen, en dan komen ze, door Goddelijk licht des Geestes geleid. Ze gaan óver uit de duisternis tot Zijn wonderbaar genadelicht. Daarom kunnen ze uit die wetenschap later getuigen (1 Joh. 3 vs. 14). Ook die roeping is onverdiend. Ze is krachtig en onweerstaanbaar tot Paulus gekomen. Hij viel erbuiten, en zoo eronder. Hij tuimelde in z'n geestelijke doodstaat, waarin hij allang tevoren lag, maar door Gods roepende genade kwam hij er geestelijk-levend uit te voorschijn. Sindsdien wist Paulus, alleen met God te maken te hebben, met dien God, van Wien hij later schrijft: „Hij, Die u roept, is getrouw. Die het ook dóen zal !"

Deze roeping is er ééne tot het heil in Christus. God wilde Paulus Zijn Zoon bekend maken, de sluier van voor Zijn Messias-schap van Paulus wegnemen. Christus vóór ons, wordt Christus in ons door toepassing des H.Geestes. Christus neemt intrek in de harten der Zijnen. Bij Paulus, met dit speciale doel, dat hij dien Christus onder de heidenen zal gaan verkondigen. Zeker, om ook zelf uit Christus leven te ontvangen, door Hem Gods genade deelachtig te worden, maar dan ook, om het verder dóór te geven, welk heil God in Hem bereidt „álle den volke", voor alle creaturen. Het heil is universeel, inzooverre het niet aan één persoon, of aan één volk en ras gebonden is. „De heidenen": zonder eenige begrenzing.

Valt gij er ook onder ? Heeft Paulus' boodschap omtrent uw zonde en Christus' genade u al wat te zeggen gehad ?

Wat is er toen gebeurd in Paulus' leven, toen het God behaagd had Zijnen Zoon in Paulus te openbaren ?

Paulus ging toen niet terade, terstond, met „vleesch en bloed", ook niet met „vroom" vleesch en bloed. Hij ging niet rechts-omkeerd naar Jeruzalem, om zich bij de broeders-mede-apostelen in te dringen, om in Jeruzalem als de bekeerde Paulus een geestelijike carrière te beginnen, en bijzondere opgang, te maken. M.a.w. : Paulus vond niet zichzelf, niet zijn vleesch en bloed belangrijk ; neen. God-dank, het is anders met hem gegaan, door Gods genade! : hij vertrekt naar Arabië.

Retraite ! Dat is een prachtig woord, ten dienste waarvan prachtige landgoederen en buitenhuizen voor Roomsch en Protestant tegenwoordig openstaan. Evenals zijn Heere, Jezus Christus, tijden van afzondering — vgl. slechts Matth. 4 vs. 1—4  — kende, en op „eenen berg alleen" (Gezelle) verbleef om te bidden, zóó óók  Zijn dienstknecht Paulus : in het eenzame, stille woestijnland van Arabië : daar keert hij in, neen, niet tot zichzelf, tot zelf-bespiegeling, tot heilige zelf-cultus, en zelf-vervroming, maar daarheen keert hij zich, om bij het licht van Gods Woord van den Ouden dag, en bij het Licht van Christus' Heiligen Geest, hem geschonken, iets van de lengte en breedte, van de hoogte en diepte, van de volheid van Christus Jezus, zijnen éénigen en volmaakten Borg en Zaligmaker te leeren kennen, om in die dubbele leerschool, van Christus en van den H. Geest, straks uit te treden, niet met menschen-wijsheid, maar „In betooning des Geestes en der kracht" ! Daar wordt hij vooren toebereid, om straks voluit te zijn : de „apos­tel der heidenen" !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1947

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Schriftverklaring

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1947

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's