Mag dat?
Dat is de vraag, waarmede de opgroeiende jongens en meisjes ons bestormen. En dan volgen — u weet het wel — de verzoeken om dit te doen of daarnaar heen te gaan. Meestal — niet altijd — want er zijn ook ouders, die geen voldoende zeggingschap over de kinderen of geen voldoende ruggegraat zelf bezitten — komt dan ook prompt de weigering en gaan de jongens en meisjes niet naar een plaats, waar zij niet thuis hooren of doen zij geen dingen, waar zij later spijt van hebben.
Hiermede is de zaak dan afgedaan.
Neen, zoó is het niet.
De jeugd moet overtuigd zijn, dat onze weigering nergens anders op gegrond is dan op hun behoud en op onze liefde. Zij moet voelen, dat wij zélf ook niet doen en niet willen, wat wij haar ontzeggen.
Maar dan is er nóg iets.
Hoe komt het toch, dat wij telkens voor die vraag komen : „Mag dit of mag dat ? "
Is onze levenshouding soms een optelsom van geboden en verboden en niet een sluitend geheel, waarbij men intuïtief als 't ware aanvoelt wat men wél en wat men niet wenscht ?
Is het misschien ook niet vaak zoo, dat onze kinderen dat ook wel aanvoelen ?
Laat die vraag van onze jongens en meisjes ons dan eerlijk maken tegenover onszelf en tegenover God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1947
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1947
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's