Weersproken
Niet allen drukken zich zoo duidelijk uit als de voorzitter der Vereeniging van Vrijzinnig-Hervormden. Hij wil de vrijzinnigheid in de kerk gehandhaafd zien en beveelt een politiek aan waarvan hij vermoedt, dat zij voorkomen zal, dat de orthodoxen elkander vinden.
Ten deele zal hij daardoor juist bevorderen, wat hij wil verhinderen. Immers zal het iedereen duidelijk worden, dat handhaving der vrijzinnigheid beteekenen moet heerschappij der vrijzinnigheid. Al ware het slechts, dat men dan welbewust geen leertucht in de kerk zal kunnen invoeren, of een zoo slappe, dat zij geen zin heeft.
Alleen in de laatste onderstelling kan de vrijzinnigheid de formeele gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift op den bodem der belijdenisgescihriften aanvaarden. Daarbij zou een breede marge aan de vrijheid der persoonlijke interpretatie van Schrift en belijdenisgeschriften worden ondersteld.
Minder duidelijk is de secretaris der Synode in een artikel van 21 Dec. j.l. in het Weekblad voor de Hervormde Kerk. „Onze kerk zoekt thans wegen voor het belijden van haar Heer en Heiland . . . . . . .
Daar liggen onze belijdenisgeschriften uit den martelaarstijd. Zij zijn een bepaalde uitlegging van het Woord Gods. Zij gelden nog, maar worden weersproken.
Dit laatste is toch volstrekt geen nieuws. Onze belijdenis en de Christelijke belijdenis van meetaf is altijd weersproken. Dat deelt de belijdenis van den Christus met den Christus zelf. Een teeken dat weersproken wordt.
Maar, dat kan toch geen aanleiding voor de kerk zijn om wegen te zoeken voor een belijden, dat niet weersproken wordt. Ik zeg niet, dat dr. E, dat bedoelt.
"Wij spreken met elkander en wij begrijpen elkander vaak niet. Het is, omdat wij niet samen bij de kribbe en bij het kruis denzelfden Heer aanbidden."
Dat is veel gezegd en ik geloof toch, dat het de waarheid is. Niet denzelfden Heere aanbidden. Dat is de wortel van het geschil over het belijden. Want zoo wij den Christus der Schriften kennen en belijden, ik ben er zeker van, dat wij ons belijden in de belijdenis der vaderen terug vinden.
Maar, als wij niet samen denzelfden Christus aanbidden, kunnen wij elkander niet begrijpen, maar dan kunnen wij de vaderen ook niet begrijpen.
Wanneer het nu zoover gaat, dat wij elkander niet begrijpen, omdat wij niet denzelfden Christus aanbidden, dan zijn wij de grens van de kerk ergens gepasseerd. Denzelfden Christus kennen en aanbidden, dat maakt de kerk en dat maakt broeders in Christus.
Doch, als de broederschap er niet is, omdat men denzelfden Christus niet aanbidt, hoe wil men dan de broedenhand reiken ?
De worsteling der kerk kan toch niet bedoelen met de „broeders", die geen broeders zijn, tot een belijdenis te komen, waarmede allen het eens kunnen zijn ?
Laat ons liever de belijdenis der kerk, die daar ligt, verdedigen tegenover de weersprekers.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1947
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1947
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's