De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eenheid van belijden en verschil van inzicht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenheid van belijden en verschil van inzicht

4 minuten leestijd

In een uitvoerig schrijven van één onzer lezers, dat in de vragenbus nog aan de orde komt om sommige punten te behandelen, verdedigt deze het standpunt, dat men aan de belijdenis der goddelijke schriftuur kan vasthouden en toch een, zeker individualisme, zoals , hij dat uitdrukt, tolereeren.

Wellicht wordt hier bedoeld, dat men wel gezamenlijk op den grondslag der gereformeerde belijdenis kan staan, maar dat dit nog niet beteekent, dat men het in alle opzichten met elkander eens is.

Het leven van een iegelijken mensch heeft een eigen karakter, en wordt door het persoonlijke van den ander onderscheiden. Het persoonlijke is het geheel individueele, het geheel eigene. Dat werkt in alle dingen door en op elk gebied. Wij hebben op verschillend, levensgebied onze eigene ervaring en daardoor ook ons eigen inzicht. Dat is niet alleen zoo in het volle rijke leven van deze wereld, maar ook in het geestelijke. Ook daarin wordt dezelfde rijke verscheidenheid gevonden, die de gansche schepping kenmerkt.

Ook in het Koninkrijk Gods zijn geen twee gelijk. Dit echter zal niets aan de zaligheid en de ongestoorde harmonie te kort doen, integendeelde zaligheid den gemeenschap wordt er door verhoogd en verrijkt.

Bij waarachtig geestelijk leven zal dan ook de gemeenschap der heiligen er niet onder lijden, dat allen het in alle deelen niet precies eens zijn. Wij kennen allen ten deele. En voor den een is het ten deele dikwijls weer anders gelegen dan voor den ander. Zij gaan allen èèn weg en toch gaat ieder dien weg alleen. Maar zij leeren  allen in dien weg eenzelfden God en Heere als hun Middelaar en Verlosser kennen. Daarin is de gemeenschap.

Zoo moet men dan ook nooit verwachten, dat wij op aarde een kerk zullen zien, waarin alle menschen, ja alle kinderen Gods, die onder haar schuilen, het met elkander in alles eens zijn. Zoo'n kerk komt er op aarde niet. Zoo'n kerk kunnen wij zelfs onder onze gereformeerde broeders en vrienden niet uitlezen. Wie dat onderstelt heeft nog niet veel geleerd.

Er blijft altijd een zekere distantie tusschen ons persoonlijk geloof en het geloof der Kerk. Niet allen en niet een iegelijk heeft den gansschen inhoud des geloofs in de belijdenis der kerk uitgedrukt doorleefd. Nog minder den ganschen inhoud van Gods Woord bij bevinding leeren verstaan.

Doch daarom kunnen wij toch het geloof der kerk in objectieven zin belijden en wie uit het geloof leeft zal ook de belijdenis als het geloof der kerk kunnen waardeeren.

Dat behoort kerkelijk ook zoo te zijn en daarom komen wij altijd voor de erkenning van die belijdenis in objectieven zin als belijdenis van het geloof der kerk op. Die erkenning moet er zijn. Het is ons bezwaar tegen alleriei vrijzinnigheid, dat die erkenning is niet is en dat men zoo weinig begrip van de kerk heeft, dat men niet eens begrijpt, dat die erkenning er moet zijn en algemeen moet zijn.

Uit het confessioneel karakter der kerk volgt, dat de eisch dezer algemeene erkenning der belijdenis als uitdrukking van het geloof der kerk eenvoudig een eisch van kerkbegrip is. Wien dat niet erkent, mankeert het om te beginnen aan begrip.

Maar wie zoover gevorderd is in de kennis der kerkelijke zaken, dat hij dien eisch begrijpt, zal ook de consequentie verstaan n.l. dat de kerkelijke ambten en vergaderingen schuldig zijn dienovereenkomstig te handelen.

Dan komt het derde punt, waarmede onze vriend uit IJ. van doen heeft, dat ruimte van persoonlijk inzicht moet blijken op den grondslag van het gemeenschappelijk belijden. Natuurlijk!I Wie heeft recht over het geweten te heerschen en wie wil dictator zijn over het persoonlijk inzicht ? Er zijn echter grenzen ! Versdhillend inzicht binnen de gemeenschap des geloofs, ja ketterijen zijn zelfs denkbaar in de gemeenschap der zaligmakende genade.

Doch nooit kan de kerk toelaten, dat de waarheid naar de duidelijke uitspraak der Heilige Schirift en de gemeenschap des geloofs wordt verbroken of verloochend.

Er blijft dus, ook in een gereformeerde kerk ruimte, maar er zijn normen en grenzen. Erkent men die ruimte niet, dan komt men van scheuring tot scheuring, zooals wij dat onder de gereformeerden zien.

Oefent men geen tucht en veronachtzaamt men de normen en grenzen, dan komt men tot een wanorde als in de Hervormde Kerk.

Het is niet zoo eenvoudig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Eenheid van belijden en verschil van inzicht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's