Hoe staat de Gereformeerde Bond tegenover
de nieuwe Bijbelvertaling?
Het zal den meesten lezers van De Waarheidsvriend toch wel bekend zijn, dat er door de Synode een nieuwe vertaling van het Nieuwe Testament in de wereld is gebracht. En ook mag het als bekend verondersteld worden, dat er aan een nieuwe vertaling van het Oude Testament wordt gewerkt.
Sommige predikanten in onze kerk gebruiken reeds die nieuwe vertaling van het Nieuwe Testament. Verreweg de meeste predikanten van den Gereformeerden Bond doen dat niet. Zij blijven de oude Statenvertaling gebruiken.
Ook het Hoofdbestuur van den Geref. Bond heeft zich in de oorlogsjaren voor deze zaak geïnteresseerd. Het heeft een aantal doctorandi in onze kerk opgezocht, die met nog eenige andere predikanten elk een bijbelboek voor hunne rekening hebben genomen. Het was de bedoeling om na te gaan, of we ons met de nieuwe vertaling, in die plaatsen waar ze afweek van de Statenvertaling, al of niet vereenigen konden.
Al dat materiaal is toen verzameld en onder ogen gezien en in een lijvig rapport zijn onze bezwaren naar voren gebracht.
Jammer, dat in dien tijd De Waarheidsvriend niet verschijnen kon. Anders hadden we de lezers van onzen arbeid telkens op de hoogte kunnen stellen. Het is dus nu wel eenigszins mosterd na den maaltijd, als we er nu het een en ander van vertellen. Maar aan den anderen kant is de kwestie op den huldigen dag ook weer nieuw met het oog op de nieuwe vertaling van het Oude Testament.
Ik begin met op te merken, dat er geen enkele vertaling onfeilbaar is. Laat honderd menschen een stukje uit een vreemde taal overzetten, en ge zult zien, dat de een weer een andere woordenkeus en woordschikking heeft dan de ander. Maar dat niet alléén, er worden ook fouten gemaakt. Ik geef onmiddellijk toe, dat we ook in onzen tijd over meer materiaal en meer kennis daarvan beschikken dan in den tijd, toen Luther en de mannen van de Statenvertaling met dit werk bezig waren.
De eigenhandig geschreven evangeliën en brieven van de evangelisten en apostelen zijn er niet meer. Die zijn verloren gegaan. Maar eer ze verloren gingen, zijn ze door de zorg Gods talloos vele malen overgeschreven. Dat heeft zoo eeuwen geduurd. Dat overschrijven heeft natuurlijk zijn bezwaren gehad. Laat honderd menschen een brief van een ander overschrijven, en ge zult zien, dat er fouten in komen. Er zijn woorden overgeslagen of dubbel geschreven, letters uitgevallen of ingevoegd, enz. Zoo is het nu ook gegaan met die handschriften van den Bijbel bij het overschrijven.
We hebben er honderden ; uit verschillende eeuwen ; volledige en brokstukken. (Gelukkig raken de kleine verschillen niet het stuk onzer zaligheid). Nu is het dus de taak van den man van wetenschap om den oorspronkelijken tekst zooveel mogelijk nauwkeurig terug te vinden. Het voordeel van een nieuwe vertaling is dus stellig hierin gelegen, dat we thans heel wat meer van de Hebreeuwsche en Grieksche taal en andere oude vertalingen van de Schrift af weten dan in de 16e eeuw. We hebben nu ook heel wat meer handschriften. We moeten dus onomwonden toegeven, dat er aan een nieuwe vertaling groote voordeelen zijn verbonden. Op sommige plaatsen wordt de tekst enorm verduidelijkt. Er worden vele fouten verbeterd.
Voordat ik mijn verdere bezwaren ga noemen, wilde ik dus dit voordeel nog eens even onderstreepen.
Er zijn toch menschen, die het nieuwe, alleen verwerpen omdat het nieuw is. Toen de oude Psalmberijming van Datheen plaats moest maken voor de nieuwe Psalmberijming, omdat de taal van Datheen lang niet meer overeen kwam met de gebruikelijke spreektaal, kwam er een krachtig verzet. Dat verzet duurt nog voort in sommige Oud-Gereformeerde gemeenten, waar men tot op heden alleen de Psalmen van Datheen zingt. Zulk een verzet komt er ook tegen elke nieuwe vertaling, al zou die nog zoo goed zijn. We stellen dus vast, dat we met dankbaarheid kunnen gebruik maken van vele verbeteringen, die in de vertaling zijn aangebracht.
Maar nu de bezwaren. Het valt niet te miskennen, dat de Statenvertaling een meesterwerk geweest is. Die Statenvertaling heeft in ons volksleven een grooten invloed gehad. Er zijn menschen, die alléén den Bijbel lezen. Op de taalvorming heeft dan ook de Statenvertaling grooten invloed gehad. We zijn verder zoo gewoon geraakt aan die plechtige Statenvertaling, dat het ons onaangenaam aandoet, als een ander het veel platter vertaalt, ook al zou die vertaling misschien juister zijn.
Maar dat is óok nog het ergste niet. Men zou kunnen zeggen, dat dit slechts een gevoelskwestie is. Maar er is een ander bezwaar tegen de vertalers zelf in te brengen. En wel dit. Hoe zal iemand den zin van de Heilige Schrift verstaan, als hij niet door den Heiligen Geest wordt geleid. Slaat er niet geschreven, dat de natuurlijke mensch niet verstaat de dingen, die des Geestes Gods zijn? Ze zijn hem een dwaasheid. Hij kan ze niet verstaan, omdat ze geestelijik onderscheiden moeten worden.
Nu erken ik, dat een ongeloovige taalgeleerde de woorden van den grondtekst mannetje voor mannetje zal kunnen vertalen, en dat hij toch niet den eigenlijken zin daarvan heeft verstaan. Om den Bijbel te kunnen vertalen, is het wel noodig, dat de vertaler een goed taalgeleerde is, maar niet minder noodig is het, dat die vertaler leeft uit den geest van de Heilige Schrift. Als hij dien Heiligen Geest daarbij mist, dan komt hij niet verder. Dan gaat 't in beginsel als met dien gymnasiast, die woord voor woord heeft vertaald, maar van wien de leeraar zeggen moet, dat hij het toch niet begrepen heeft.
Onze eisch voor het tot stand komen van een nieuwe vertaling is dus in de allereerste plaats naast een gedegen taalkennis, ook de waarachtige vreeze Gods; opdat men bij het vertalen door den Heiligen Geest bezield zij.
En als die vertaler zelf niet uit de Heilige Schrift leeft, zal hij met al zijn kennis niet in staat zijn, om den Bijbel te kunnen vertalen, al zou hij niet zoo geleerd zijn.
Of een vertaler de vreeze Gods werkelijk deelachtig is, kan ik niet uitmaken, maar ik moet toch minstens eischen, dat de Bijbelvertaling wordt toevertrouwd aan mannen, van wie wij dat mogen verwachten.
Wijkt men hiervan af, dan kan het haast niet anders, of de afwijkende gevoelens zullen ook parten spelen bij de Bijbelvertaling.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's