Onze mannen in Indië
Naar wij vernemen, schiet de geestelijke verzorging onzer mannen, die in Indië onder de wapenen zijn, schromelijk tekort.
Een iegelijk, die zonen, broeders of verwanten onder onze jonge soldaten heeft, die in Indië verkeeren, zal gevoelen, dat hier een zeer bijzondere taak van de kerk ligt. Duizenden harer leden zijn daar in het verre Oosten. De kerk thuis kan dat zoo maar niet werkeloos aanzien.
Het is haar taak en roeping voor haar leden op te komen, hen geestelijk te verzorgen. En dat onder de omstandigheden, waaronder zij daar verkeeren!
De Indische kerk is niet bij machte al dit werk op te vangen. Er zijn voorts groote gebieden, waar slechts één of geen predikant is, die de zorg voor onze mannen kan behartigen.
Reeds eerder hebben wij in het verslag van de Synode kunnen lezen, dat er een beroep werd gedaan op de predikanten hier. Het zal er om gaan, of men het gevraagde getal, om in den allereersten nood te voorzien, heeft bereid gevonden.
Tientallen van predikanten zouden er nodig zijn om eenigszins tegemoet te komen.
Bijzondere omstandigheden vragen bijzondere maatregeien. Natuurlijk moeten daar volwaardige predikanten heen, mannen, die eenige jaren in de practijk staan.
Het is echter zeer begrijpelijk, dat onze gevestigde predikanten in het algemeen geen lust hebben hun gemeente op te geven om een of twee jaar naar Indië te gaan. En toch moet er wat gebeuren.
Daarom achten wij, dat de kerk deze zaak royaal moet aanpakken. Men moet uitgaan van het standpunt, dat de predikanten, die zich voor deze taak gedurende één of twee jaar willen geven, aan hun standplaats gebonden blijven. Hun gezin blijft in de pastorie. De predikant keert na één of twee jaar terug en zoo noodig gaat daarna een ander.
Dit brengt natuurlijk mede, dat gedurende de afwezigheid van den predikant in de gemeente , thuis volledige vervanging moet worden gebracht.
Dat is het vraagstuk. Maar daarvoor is toch wel een oplossing. Bijzondere omstandigheden vragen bijzondere maatregelen.
Er zijn eenige honderden godsdienstonderwijzers, die in de gemeente aan het werk zijn. Daar achter zijn er nog wel eenige honderden menschen die de acte godsdienstonderwijzer hebben. Nu zijn er zeker eenige tientallen godsdienstonderwijzers, die reeds jaren lang op een moeilijke post staan en schier een volledige predikantstaak waarnemen.
Wat kan er tegen zijn in den geest van het oude bekende art. 8 der Dordtsche Kerkorde uit dezulken mannen, die de gaven daarvoor hebben, in het ambt te zetten om in de gemeente, waar de predikant afwezig is, waar te nemen. Komt de plaatselijke predikant terug, dan is de plaatsvervanger beschikbaar voor een andere gemeente, die in hetzelfde geval verkeert.
Indien geen vervangers meer noodig zijn, kunnen deze zich beroepbaar stellen.
Maar — zoo merkt iemand op — dan haalt gij de meest ervaren godsdienstonderwijzers van hun plaats — en die plaatsen dan ? Moeten die leeg blijven?
Neen, die moeten voorzien worden uit de dienstdoende godsdienstonderwijzers en zoo komt er een opschuiving uit de achiterban van mannen, die wel een acte hebben, maar geen aanstelling. Het eenig bezwaar is, dat er geld moet zijn, om het predikantsgezin en den vervanger (c.q. zijn gezin) te onderhouden.
Dat bezwaar kunnen wij echter niet ernstig nemen. Maar het belang van de zaak moet ons zwaar wegen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1947
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's