De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vragenbus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vragenbus

5 minuten leestijd

Vraag : In artikel 35 van de Nederlandsche Geloofsbelijdenis lees ik, dat onze Heere Jezus Christus het Heilig Avondmaal heeft ingesteld en verordend om te voeden en te onderhouden dengene, die Hij alreeds wedergeboren heeft.

Hoe heb ik dit te begrijpen? Is hier sprake van de Wedergeboorte, zooals wij dit, lezen in het Evangelie van Johannes, hoofdstuk 3, het nachtelijk gesprek met Nicodemus ? En ten tweede : waaraan kan men weten of men wedergeboren is en dus aan het Heilig Avondmaal mag aanzitten ?

Ik meen, dat er dikwijls zoo lichtvaardig aan het Heilig Avondmaal wordt aangegaan.

2de Vraag : Het lijkt mij toe, dat het tegenwoordig met de Waarheid niet zoo nauw meer wordt genomen. Ik bedoel b.v. met het invullen van aanvragen voor distributiebescheiden, b.v. textiel, schoeisel of rijwielbanden. Men hoort zoo van iedereen (ook kerkelijke menschen, waar men het in 't geheel niet van zou verwachten) : vul maar gerust in, een ieder doet het (leugenachtig), alsof er geen God in den hemel woont, die alles ziet en hoort. Ik kan mij hiermede maar niet vereenigen. Hoe denkt u hierover ?

Ad 1. Ja, de Heilige Schrift kent maar één wedergeboorte.

De sacramenten zijn tot versterking des geloofs (vlg. Catechismus, vr. 65. Het geloof wordt al zoo ondersteld. Daarom zegt ook Art. XXXV Ned. Geloofsbelijdenis : verordend en ingesteld om te voeden en te onderhouden degenen die Hij alreeds wedergeboren, en in Zijn huisgezin, hetwelk is Zijn kerk, ingelijfd heeft. Waaraan kan men weten, of men wedergeboren is ?

Als het met ons geloofsleven zoo gesteld is, als het ons in de Heilige Schrift wordt voorgesteld. Als wij door Gods Woord willen geleerd zijn en ons geloof door het Woord bevestigd wordt. (Vgl. Art. 5 Ned. Geloofsbelijdenis).

Wat de laatste opmerking betreft n.l. dat er dikwijls zoo lichtvaardig aan het Heilig Avondmaal wordt aangegaan, zou ik er op willen wijzen, dat wij geen hartekenners zijn. Het geldt hier een persoonlijke zaak en zelfonderzoek. Het is zeer wel mogelijk, dat iemand meent, dat een ander lichtvaardig aangaat, maar dat behoeft hem niet te verhinderen, dat hij zelf in het geloof des Heeren Avondmaal geniet en daar in gezegend wordt.

Calvijn oordeelde, dat men degenen, die in leer en wandel overeenkomstig de belijdenis leven, als broeders moet bejegenen ook aan het Heilig Avondmaal. En ik geloof, dat hij daarin gelijk heeft.

Ad 2. Het lijkt u zoo toe. Dat kan zijn en het is te betreuren, als het zoo is, dat de menschen leugenachtige gegevens invullen.

Ik vrees, dat u wel eens gelijk kon hebben, want de Heilige Schrift zegt, dat alle menschen leugenachtig zijn. En wie zou zich daarover verwonderen, want wij zien alom de kenteekenen van zedelijke verwildering. Ontstellend zijn de gevolgen van ontkerstening en vervreemding van het kerkelijk leven. Diep treurig is het, als ook kerkelijke menschen de geboden des Heeren niet meer in eere houden. Als het zout zouteloos is geworden, waarmede zal het gezouten v/orden ?

Wat ik over die dingen denk ? Dat het goddeloos is en dat het ons behoort uit te drijven tot veel gebeds, maar ook tot een heilig leven. Zoo wij den Naam des Heeren noemen, laten wij geen oorzaak geven, dat die heilige Naam gelasterd wordt door ons doen en in gebreke blijven te doen.

Laten wij Zijn eer in alle dingen zoeken en op het oog hebben tot een getuigenis jegens de anderen.

Laten wij ons niet terugtrekken in ons eigen wereldje. Want Hij is de Schepper van hemel en aarde. Hij is de Koning der Koningen, de alleen souvereine God.

Als wij dan Zijn kinderen genaamd mogen worden, laat ons voor Zijn eere opkomen op alle terrein des levens.

Vraag : In Gen. 11 vers 32 staat, dat Terach op 205-jarige leeftijd te Haran stierf. Toen moest Abraham volgens Gen. 11 vs. 27 135 jaar oud geweest zijn. Volgens de Codex Samaritanus echter was (naar ons op het college is gezegd) Terach 145 jaar, toen hij stierf. Dan zou Abram 75 jaar oud zijn geweest en onmiddellijk na zijns vaders dood vertrokken zijn. (Gen. 12 vs. 4). Nu is dit de moeilijkheid, waar ik over heb gedacht. Gen. 11 vs. 32 zou in onze Bijbel fout zijn. Nu acht ik persoonlijk dit van ondergeschikt belang. Het doet, dunkt me, niets af of toe aan de groote heilsfeiten. Maar kan nu niet iemand zeggen : „Als deze tekst fout is, vertrouw ik den heelen Bijbel niet meer" ?

Antwoord : Dat zijn netelige dingen. En indien dit nu 't eenige ware, zou niemand er last van hebben, maar de menschen hebben veel meer overhoop gehaald, dat historisch onjuist en met elkander in strijd zou zijn.

Iemand kan zonder twijfel zeggen : „als deze tekst fout is, vertrouw ik den geheelen Bijbel niet meer". Zulke dwazen zullen er ook wel zijn. Maar gewone verstandige menschen doen dat niet. In onze leerboeken op de scholen staat ook wel eens een fout, maar daarom verwerpen wij het boek nog niet.

Bovendien, als de T.r. 205 jaren geeft en de Samaritanus 135 jaar, kan iemand nog niet met recht beweren, dat de Bijbel een fout heeft. Dat is het juist. Niet alleen heeft God Zijn Woord toebetrouwd aan de profeten en verder aan Israël, dus aan menschen, maar het is zoo veelvuldig overgeschreven en vertaald, dat ieder begrijpen kan hoe gemakkelijk allerlei verschrijvingen, vergissingen, weglatingen en wat al niet meer, den oorspronkelijken tekst hebben bedorven.

God heeft Zijn Woord aan de menschen gegeven en dan wordt het bezoedeld. En de mensch, die het licht der Waarheid, dat tot hem komt, gaarne terugdringt, grijpt gaarne deze gebreken aan om het Woord te verachten.

Maar het onweerlegbare feit blijft staan, dat allen, die waarachtig gelooven, de goddelijke kracht en autoriteit der Heilige Schrift ervaren en daarin nog dagelijks worden versterkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Vragenbus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's