De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet.

FEUILLETON

4 minuten leestijd

Een verhaal uit het hedendaagsche Palestina

39)

„De jongen, ja, de jongen krijgen ook zoo hun ideeën, ooh, och, wat beleeft een mensch al niet ! Maar het is goed, het is goed ; want wat bleef ons, ouders, anders voor hoop over ? Natuurlijk, jij hebt de waarheid gesproken ; zóó zal het zijn. Als de grove kracht ontbreekt, zullen wij de slimheid nog hebben. Wie niet sterk is, moet slim zijn, en dan komen wij er toch nog goed uit."

Het kleine uilengezicht van Chaim werd door dezen lof verheerlijkt. „En misschien zal Fanuël ook wel weer bij ons komen, " zei hij.

„Laat hem doen wat hij wil, — ik geloof nu, dat wij het ook zonder hem wel zullen klaarspelen." Lemberger kreeg zijn rust terug, en dacht op den terugweg aan zijn tweeden zoon. Wat had die eigenzinnige dikkop gezegd, toen hij nog in Haifa met hem over zijn toekomst had gesproken, en over de moeiten, die het leven op zoo'n dorp met zich moest brengen ? Hij was uitgevaren : „Halen moog dat de Booze ! Het moet niet altijd zijn: de handelsman. Het kan ook wel zijn de fabrikaiit, of een of andere ingenieus mensch. Het komt er alleen maar op aan, dat men het kan, — dat wil zeggen : voor zichzelf I En ik zal altijd nog andere dingen vinden, maar mijn naam zal daarbij zijn. Mandel, dien dommerik, zult u daar niet toe krijgen, zoo'n oud wijf !" En toen Lemberger hem gevraagd had, wat voor zaak hij dan op het oog had, had Fanuël met een ondoordringbaar uiterlijk langs hem heen gekeken. „Wie niet zwijgen kan, is al dadelijk geen goed zakenman.. Wie niet alleen denken kan, is het ook niet. En wie niet weet, wat hij wil, is een domoor. Alleen maar geld — dat is altijd het eerste !"

Zij waren nu dicht bij de plek van het moeras gekomen, en drongen door het kreupelboschje, dat daaromheen stond. Een muizeval vloog op, en van meerdere kleinere dieren krioelde het rietgras. De droeve waterspiegel van een meertje lag voor hen. Aan den versten kant zwommen watervogels. Enkele schenen zich hier slechts op te houden om der wille van het koele bed, terwijl twee groote schollevaars geruischloos rondzwommen, en hier en daar met groote haast en vaardigheid doken. Vader en zoon stonden onbewegelijk en zagen vol verwondering, dat de dieren soms, als zij weer boven kwamen, in hun lange smalle snavels een visch hadden, dien zij echter niet dadelijk verslonden, maar eerst met 'n ruk in de lucht wierf en en dan weer opvingen, zoodat hij met den kop naar beneden hun hals kon binnenglijden. Het scheen hun beslist onmogelijk te zijn, hun buit onder water te nuttigen. En nu bemerkten de beide stille toeschouwers een heel groote gans, die zich heel dicht bij die duikers ophield, en die op de handigste wijze van hun winst profiteerde. Juist als die dieren hun prooi opwierpen, zwom zij naderbij en kaapte den buit voor hun neus weg. Het was een heele collectie zwemvogels, waar die slimme gans als lastige begeleidster zich bij had gevoegd, zonder dat de dieren zich tegen haar wisten te verweren.

Lemberger kon zich niet langer stilhouden. „He daar !" riep hij, zóó luid, dat alle vogels verschrikt terugweken. „Die toont het ons, die toont het ons ! Die is goed ! Als men slim is, kan men leven, — en de anderen gaan er ook nog niet eens dood bij. Moeten de redelooze dieren ons beschamen ? Een paar, die werken, kunnen een slim mensch ook nog best er bij onderhouden. Dat moet ons een teeken zijn !" En hij zwaaide met zijn armen, en Chaim lachte hardop. De duikers met hun begeleiders roeiden haastig naar den overkant, en beklommen met moeite den oever, om zich daar in de struiken te verbergen.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's