De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Lijkverbranding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Lijkverbranding

5 minuten leestijd

Tegenwoordig vindt men in de dagbladen nogal eens een overlijdensadvertentie, waarin voorkomt : de crematie zal dan en dan plaats hebben. Dat vreemde woord „crematie" zullen alle lezers nog wel niet begrepen hebben. Maar toch begint het langzamerhand door te dringen tot alle kringen van het maatschappelijke leven, dat crematie het vreemde woord voor lijkverbranding is.

Ook noemt men het wel „verasschen". Men vindt het toch blijkbaar maar beter om niet in de advertentie te zetten, dat het stoffelijk overschot van den overledene op het bepaalde uur en op de bepaalde plaats zal worden „verbrand". Men spreekt van verasschen of van crematie.

't Is wel typisch, dat in onze moderne cultuur de lijkverbranding weer zulk een breede plaats heeft kunnen innemen. Of laat ik het liever zoo zeggen, dat het te verwonderen is, dat men in de Christenlanden weer overgaat tot de lijkverbranding. De lijkverbranding behoorde oorspronkelijk thuis in de heidenwereld. Denk maar eens aan onze voorvaderen op de Veluwe. Ze verbrandden het stoffelijk overschot van hunne dooden tot asch en deden die asch in kleine kruiken, urnen genaamd.

Er zijn op de Veluwe nog vele tumuli, grafkelders, die nog vele gave urnen bevatten. Telkens stuit men weer op nieuwe grafheuvels, die worden afgegraven. En ziet, nu gaat men in Christenlanden weer over tot de lijkverbranding. Men doet het wel niet op die primitieve wijze, waarop onze voorvaderen 't deden, door het stoffelijk overschot op een houtmijt te verbranden, terwijl de leden van den stam er omheen zijn geschaard; neen, nu doet men dit door middel van een groote electrische verbrandingsoven, waarin het lichaam door een geweldige electrische stroom wordt verzengd, terwijl de familie in de aula van het crematorium onder het treurspel van het orgel wachtende is. De overblijvende asch wordt ook nu in een mooie moderne urn bewaard en meestal ook weer in een graf bijgezet, als ik het wel heb.

De lijkverbranding in ons vaderland is dus eigenlijk een terugkeeren tot de primitieven.

Waarom zou men toch liever verbrand willen worden, dan in een kist ter aarde worden besteld? Men heeft gezegd, dat verbranding hygiënisch is. Alle smetstoffen in het lichaam worden door het vuur vernietigd. De ondergrondsche wateraders worden niet meer verontreinigd door het grondwater van de doodenakkers. Bij verbranding is er geen sprake meer van bacterievrees.

Ook behoeven er geen groote begraafplaatsen te worden aangelegd, waarvan de aankoop en het onderhoud schatten gelds kosten. Er behoeven geen dure eiken doodkisten te worden gemaakt.

We laten die financiëele bezwaren nu maar rusten. Het bouwen en het onderhouden van de verbrandingsovens en het vervoer van de lijken naar de verbrandingsovens zal ook wel schatten verslinden. We willen even het oor te luisteren leggen naar de bezwaren, die van juridische zijde tegen de lijkverbranding worden ingebracht.

Ik heb het meegemaakt in mijn ambtelijke bediening, dat er een vrouw overleden was, die behandeld was door een kwakzalver. Op bevel van den Officier van Justitie werd het lijk opgegraven en door een bekend medicus werd de inhoud van maag en ingewanden onderzocht, om uit te maken, of door den kwakzalver middelen waren toegediend, die den dood hadden verhaast. Ik heb 't ook geweten, dat de Officier van Justitie last gaf tot opgraving van het lijk van een man, van wien men vermoedde, dat hij onder vergiftigingsverschijnselen overleden was. Arsenicumvergiftiging kan nog worden aangetoond, al heeft het lichaam al weken in de groeve der vertering gerust.

Maar ge begrijpt, dat dergelijk gerechtelijk onderzoek onmogelijk is, als het lijk verbrand is. Na verbranding is gerechtelijk onderzoek zoo goed als uitgesloten.

Men heeft gezegd, dat er menschen zijn geweest, die zich hebben laten verbranden om zich te verzetten tegen de opstandingsgedachte. Als het lichaam verbrand is, is opstanding uitgesloten — zoo leerde men. En dan de martelaren ? Lieten ze niet hun leven op de brandstapels ? En zou de Heere niet de machtige zijn om ook uit de asch van het verbrande lichaam een nieuw lichaam te formeeren in den jongsten dag ? Neen, het zal niet baten, of ze al het lichaam laten verbranden. Hij, die ze oproept uit de graven, zal ze ook uit de asch doen verrijzen.

Maar laten we nu eens letten op de openbaring Gods in de geschiedenis der menschheid. Dan zult ge moeten toegeven, dat de mannen Gods, aan wie de Heere zich openbaarde, gekozen hebben voor de begrafenis en niet voor de verbranding. Ze hebben beseft den ernst van het woord : Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeeren. In den hof van Eden had God in den staat der rechtheid tot den mensch gesproken : Ten dage als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven. Daarom zal Gods kind ook beseffen, dat de dood de bezoldiging der zonde is. Aan dat smadelijke proces der ontbinding mag hij zich dan ook niet onttrekken. Denk maar eens aan de klacht van Job, toen hij uitriep : Tot de groeve roep ik : Gij zijt mijn vader! tot het gewormte : Mijne moeder en mijne zuster.

We lezen dan ook, dat Abraham zijn lieve Sara heeft gegraven in de grafspelonk van Machpela. In die bekende grafspelonk zijn Abraham, Izaak en Jacob met hunne vrouwen neergelegd. God de Heere zelf heeft Mozes begraven. Ruth wil met Naomi liggen in één graf. Ook de koningen Israels werden begraven.

En ook de Heere Jezus zelf is niet verbrand, maar begraven. Ook Hij heeft in den dood niet vrijmachtig over zljn lichaam beschikt, maar wilde nederliggen in het stof des doods.

Welaan, laat ons dan blijven wandelen op de paden, die ons door de Heilige Schrift gewezen worden en laat ons het recht Gods erkennen in het smadelijke ontbindingsproces, wat daar plaats grepen zal in ons stoffelijk overschot, als het eenmaal ter aarde is besteld.

Maar mocht het ook wezen In die wetenschap des geloofs, dat het in dien grooten opstandingsdag zal opwaken tot eeuwig leven achter den Eersteling, die uit de dooden is opgestaan, Jezus Christus, en dien gekruisigd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Lijkverbranding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's